-
41 double-deck pallet
dubbeldeks pallet -
42 hopper deck
invoerbestandinvoerkaarten -
43 object deck
geponst werkprogramma -
44 player deck
spelerdekspelergedeelte -
45 record player deck
inbouwgrammofoon -
46 single-deck pallet
enkeldeks pallet -
47 source deck
geponst uitgangsprogramma -
48 stereo tape deck
stereobanddekstereotapedek -
49 tape-deck
loopwerk -
50 tape deck
bandtransportmechanismechassismagneetbandeenheidmagneetbandorgaan -
51 test deck
meetbureau -
52 three-head deck
driekopsdek -
53 hand
adj. handig, v.d. hand--------n. hand; handschrift; wijzer; 4 inch; kaarten i.d. hand van kaartspeler; arbeider; matroos--------v. aanreiken, doorgeven, geven; helpenhand1[ hænd]1 hand2 voorpoot3 arbeider ⇒ werkman; bemanningslid9 kant ⇒ zijde, richting♦voorbeelden:with bare hands • met de blote handchange hands • van hand verwisselenhold/join hands • (elkaar) de hand gevenread a person's hand • iemand de hand lezenshake someone's hand, shake hands with someone • iemand de hand drukken/geven/schuddenwring one's hands • ten einde raad zijnhands off! • bemoei je er niet mee!hands up! • handen omhoog!close/near at hand • heel dichtbijgo from hand to hand • van hand tot hand gaanAjax has a game in hand • Ajax heeft een wedstrijd minder gespeeldhand in hand • hand in handmake/earn money hand over fist • geld als water verdienenall hands on deck! • alle hens aan dek!be a poor hand at something • geen slag van iets hebbenhave a good/bad/poor hand • goeie/slechte kaarten hebbenoverplay one's hand • te veel wagen, te ver gaanplay into someone's hands • iemand in de kaart spelenshow/reveal one's hand • zijn kaarten op tafel leggenunderplay one's hand • niet het achterste van zijn tong laten zienon the one/other hand • aan de ene/andere kantwait on/serve someone hand and foot • iemand op zijn wenken bedienenbe hand in/and glove with someone • dikke vrienden zijn met iemandthey are hand in glove • ze zijn twee handen op één buikput one's hand in one's pocket • dokkenhave one's hand in the till • de kas lichter makennever do a hand's turn • nooit een vinger uitstekenbe/go hand in hand • samengaanhe has bitten the hand that fed him • hij bevuilde het eigen nestnot do a hand's turn, not lift a hand • geen hand uitstekenforce someone's hand • iemand tot handelen dwingengrease/oil someone's hand • iemand omkopenkeep your hands off! • hou je handen thuis!lay/put one's hand on • de hand weten te leggen oplift/raise a/one's hand to/against someone • iemand bedreigensit on one's hands • niets doenstrengthen one's hand • zijn positie verbeterentake/carry one's life in one's hands • zijn leven riskerenthrow in one's hand • zich gewonnen geventhrow up one's hands, throw one's hands up in the air • het opgevenmy hands are tied • ik ben machteloostip one's hand • zich in de kaart laten kijkenturn/set/put one's hand to something • iets ondernemen〈 eufemistisch〉 where can I wash my hands? • waar is het toilet?wash one's hands of something • zijn handen van iets aftrekkenwin hands down • op één been winnenat the hands of someone, at someone's hands • van(wege)/door iemandsuffer at someone's hands • onder iemands handen lijdenbring up a kitten by hand • een katje met de fles grootbrengenlive from hand to mouth • van de hand in de tand levenhave money in hand • geld ter beschikking hebbencash in hand • contanten in kasthe work is well in hand • het werk schiet goed opwe have plenty of time in hand • we hebben nog tijd genoegthe matter in hand • de lopende zaakhold oneself in hand • zich beheersenbe on hand • beschikbaar zijnrefuse something out of hand • iets botweg weigerenhave someone eating out of one's hand • iemand volledig in zijn macht hebbento hand • bij de hand, dichtbijready to hand • kant-en-klaarcome to hand • in het bezit komenyour letter is to hand • uw brief is aangekomena hand-to-mouth existence • een leven van dag tot dag; 〈 ongeveer〉te veel om dood te gaan, te weinig om van te levenwith one hand (tied) behind one's back • zonder enige moeite(at) first/second hand • uit de eerste/tweede hand2 hulp ⇒ steun, bijstand3 controle ⇒ beheersing, bedwang♦voorbeelden:write a legible hand • een leesbaar handschrift hebbengiven under his hand and seal • door hem eigenhandig geschreven en bezegeld3 have/take the situation well in hand • de toestand goed in handen hebben/nementake in hand • onder handen nemenget out of hand • uit de hand lopenhere's my hand (up)on it! • mijn hand erop!win a woman's hand • de liefde van een vrouw winnentake a hand (in) • een rol spelen (in)he died by his own hand • hij sloeg de hand aan zichzelfget one's hand in at something • iets onder de knie krijgenhave/keep one's hand in • in oefening blijven, bijhouden→ upper upper/1 macht ⇒ beschikking, gezag♦voorbeelden:change hands • in andere handen overgaan/van eigenaar veranderenput/lay (one's) hands on something • de hand leggen op ietsthe matter is completely in your hands now • u hebt de zaak nu volledig in eigen handthe matter is in the hands of the police • de zaak is in handen van de politiethe children are off my hands • de kinderen zijn de deur uittake something off/out of someone's hands • iemand iets uit handen nemenhave something on one's hands • verantwoordelijkheid dragen voor ietshave time on one's hands • tijd zat hebben————————hand2〈 werkwoord〉1 overhandigen ⇒ aanreiken, (aan)geven2 helpen ⇒ een handje helpen, (ge)leiden♦voorbeelden:hand back • teruggevenhand round • ronddelen2 hand someone into/out of a bus • iemand een bus in/uithelpen -
54 lower
adj. lager; onderst--------n. duisternis--------v. lager maken, zachter maken; verminderen, minder maken; kleiner maken; devalueren; kleiner worden; kleineren; beledigen; verdrietig maken; kwaad zijnlower1[ looə] 〈bijvoeglijk naamwoord; vergrotende trap van low〉1 → low low/2 lager (gelegen) ⇒ onder-; van lage(r) orde♦voorbeelden:lower deck • benedendeklower jaw • onderkaak〈 drukwezen〉 lower case • onderkast, kleine letter(s)————————lower21 afnemen ⇒ minder worden, dalen, zakken2 → lour lour/II 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden: -
55 main
adj. hoofd-; voornaamste--------n. hoofdleiding (v. gas, water, elektriciteit); hoofdzakelijke deelmain1[ meen] 〈 zelfstandig naamwoord〉3 〈meervoud; ook attributief〉 (elektriciteits)net ⇒ elektriciteit, lichtnet; 〈 ook〉 gasnet, waterleiding♦voorbeelden:————————main21 hoofd- ⇒ belangrijkste, voornaamste♦voorbeelden:main course • hoofdgerechtmain street • hoofdstraatmain deck • hoofddek, opperdek -
56 Mann
Mann1〈m.; Mann(e)s, Männer〉♦voorbeelden:ein Mann der Tat • een man van de daad〈 sport en spel〉 der freie Mann • de vrije man, de liberoein ganzer Mann • een flinke ventder kluge Mann baut vor • voorkomen is beter dan genezen〈 informeel〉 mein lieber Mann! • mijn beste kerel!der schwarze Mann • de boeman〈 informeel〉 den starken Mann markieren, mimen, spielen • de branie, durfal uithangen〈 informeel〉 ein toter Mann sein • afgedaan hebben, uitgerangeerd zijndas (er)nährt seinen Mann • daar kun je van rondkomener hat seinen Mann gefunden • hij heeft zijn evenknie gevondenseinen Mann stehen, stellen • zijn mannetje staan〈 scheepvaart〉 alle Mann an Deck! • alle hens aan dek!etwas an den Mann bringen • iets aan de man brengender Mann im Mond • het mannetje van de maanmit Mann und Maus untergehen • met man en muis vergaanwie ein Mann • als één man〈 spreekwoord〉 ein Mann, ein Wort • een man een man, een woord een woord————————Mann2〈m.; Mann(e)s, Mannen〉 〈 geschiedenis〉1 leenman, vazal
См. также в других словарях:
Deck — Deck, n. [D. dek. See {Deck}, v.] 1. The floorlike covering of the horizontal sections, or compartments, of a ship. Small vessels have only one deck; larger ships have two or three decks. [1913 Webster] Note: The following are the more common… … The Collaborative International Dictionary of English
Deck — may refer to: In vehicles: Deck (ship), an outdoor floor of a ship Bus deck, referring to the number of passenger levels on a bus or coach Plane deck, referring to the flight deck or the fuselage In construction: Deck (building), an outdoor floor … Wikipedia
Deck — [dɛk], das; [e]s, s: a) oberstes Stockwerk eines Schiffes: alle Mann an Deck! b) unter dem oberen Abschluss des Schiffsrumpfes liegendes Stockwerk: das Kino befindet sich im unteren Deck. Zus.: Promenadendeck, Sonnendeck, Zwischendeck. * * *… … Universal-Lexikon
Deck — bezeichnet: eine Auswahl von Spielkarten in einem Sammelkartenspiel das Brett, auf dem man beim Skateboarden steht das Deck (Schiffbau) eines Schiffes bzw. eines Bootes ein Flugdeck einen Kassettenrekorder (Tapedeck) das Parkdeck, ein Geschoss in … Deutsch Wikipedia
deck — deck1 [dek] n. [prob. aphetic < MLowG verdeck (< ver , FOR + decken, to cover: see THATCH), transl. of It coperta, cover] 1. any extended horizontal structure in a ship or boat serving as a floor and structural support, and covering,… … English World dictionary
Deck — Saltar a navegación, búsqueda Un deck es un elemento estructural de un jardín que podría denominarse en español como terraza. Un deck es una terraza de madera que puede estar elevada o no, sobre el terreno. Para la instalación de un Deck se… … Wikipedia Español
Deck — (d[e^]k), v. t. [imp. & p. p. {Decked} (d[e^]kt); p. pr. & vb. n. {Decking}.] [D. dekken to cover; akin to E. thatch. See {Thatch}.] 1. To cover; to overspread. [1913 Webster] To deck with clouds the uncolored sky. Milton. [1913 Webster] 2. To… … The Collaborative International Dictionary of English
deck — DECK, deckuri, s.n. Magnetofon, casetofon etc. fără amplificator de putere. – Din engl. deck. Trimis de dante, 14.07.2004. Sursa: DEX 98 déck s.n., pl. déckuri Trimis de siveco, 10.08.2004. Sursa: Dicţionar ortografic DECK s. n. magnetofon,… … Dicționar Român
Deck — Deck, jeder Fußboden im Schiffskörper, der zur Raumeinteilung und zur Stärkung des Querverbandes des Schiffes dient. Jedes D. besteht aus Deckbalken, die mit den Spanten zusammen das Schiffsgerippe bilden und je nach der Bauart des Schiffes aus… … Meyers Großes Konversations-Lexikon
deck — [dɛk] n. m. ÉTYM. 1925; angl. deck, même sens, d abord « couverture, revêtement, toit », emprunt au moyen néerlandais dec. ❖ ♦ Mar. (vx). Anglic. Pont (d un bateau). 0 (…) le 8 novembre, quand le Columbia appareille, il est en train d installer… … Encyclopédie Universelle
deck — ► NOUN 1) a floor of a ship, especially the upper level. 2) a floor or platform, as in a bus or car park. 3) chiefly N. Amer. a pack of cards. 4) a component in sound reproduction equipment, incorporating a player or recorder for discs or tapes.… … English terms dictionary