-
21 adressieren
adressieren♦voorbeelden:¶ den Ball genau adressieren • de bal precies afgeven, toespelen -
22 anstoßen
anstoßen♦voorbeelden:mit dem Kopf an einen Stein anstoßen • met zijn hoofd tegen een steen stoten3 bei jemandem anstoßen • iemand ergeren, prikkelenII 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden: -
23 aufnehmen
aufnehmen♦voorbeelden:die Küche aufnehmen • de keuken dweilenMaschen aufnehmen • steken opnemenein Kind auf den Arm aufnehmen • een kind op de arm nemenetwas vom Boden aufnehmen • iets van de grond oprapen2 eine Arbeit aufnehmen • een werk opnemen, beginnenden Kampf aufnehmen • de strijd aanbindendie Verfolgung aufnehmen • de achtervolging inzetten8 eine Anleihe aufnehmen • een lening aangaan, sluitender Film wurde mit Begeisterung vom Publikum aufgenommen • het publiek reageerde enthousiast op de filmein Protokoll aufnehmen • een proces-verbaal opmakeneinen Unfall aufnehmen • een ongeval protocolleren -
24 donnern
-
25 dreschen
dreschen♦voorbeelden:〈 onovergankelijk werkwoord〉 auf die Tasten dreschen • op de toetsen hameren, beuken -
26 freigeben
freigeben1 vrij-, loslaten ⇒ in vrijheid stellen3 vrijgeven, vrijaf geven♦voorbeelden:Sperrguthaben freigeben • geblokkeerde tegoeden deblokkerenjemandem den Weg freigeben • voor iemand de weg vrijmakendie Straße für den Verkehr freigeben • de straat voor het verkeer openstellen -
27 geben
gebenI 〈overgankelijk & onovergankelijk werkwoord〉♦voorbeelden:1 das wird noch viel Ärger geben! • daar zal nog heel wat narigheid van komen!ein Wort gab das andere • van het ene woord kwam het andereer wird einen guten Lehrer geben • hij zal een goede leraar wordenes jemandem geben • iemand ervan langs gevengib (es) ihm! • geef het hem!was wird das geben? 〈 informeel〉 was gibt das? • wat zal dat worden?gut gegeben! • goed zo, gedaan!nichts auf eine Sache geben • geen waarde aan iets hechtenden Wagen in die Werkstatt geben • de wagen naar de garage brengenich gäbe viel darum • ik zou er heel wat voor overhebbeneine Meinung von sich geben • een mening uiten1 zich gedragen ⇒ optreden, zich houden♦voorbeelden:III 〈onpersoonlijk werkwoord; met 4e naamval〉♦voorbeelden:¶ das gibts bei uns nicht • dat kennen, hebben wij nietso was gibt es bei mir nicht! • dat mag bij mij niet!was gibt es im Kino? • wat draait er in de bioscoop?es gibt • er is, er zijn, er bestaat, er bestaanhier gibt es nur Briefmarken • hier zijn alleen postzegels verkrijgbaares gab kein Entkommen • er was geen ontkomen aanes wird Regen geben • we krijgen regenes wird ein Unglück geben • daar komen ongelukken vanwas gibts? • wat is er?was gibt es zu essen? • wat krijgen we te eten?〈 informeel〉 was es nicht alles gibt! • wat er (toch) niet allemaal mogelijk is!〈 informeel〉 gibt es dich auch noch? • leef jij ook nog?〈 informeel〉 da gibts nichts! • (a) daar is niets aan te doen!; (b) vast en zeker! • (c) zonder pardon!; (d) geen sprake van!so was gibts • dat komt wel (eens) voorgibts denn so was! • heb je van je leven!〈 informeel〉 gleich gibts was! • dadelijk zwaait er wat!das gibt es nicht! • dat bestaat, kan niet! -
28 hart
hart1〈bijvoeglijk naamwoord; härter, (am) härtest(en)〉♦voorbeelden:hart gebrannte Ziegel • hard gebakken bakstenenhart gefroren • hard, stijf bevrorenhart gesottene Eier • hardgekookte eiereneine harte Lehre • een harde les, leerschooljemandem hart zusetzen • iemand erg in het nauw brengenharte Gegensätze • scherpe tegenstellingenhartes Licht • fel lichtharte Vorwürfe • scherpe verwijtenhart aneinander geraten • slaande ruzie krijgenhart aufschlagen • onzacht neerkomenhart bedrängt • zwaar belaagddas hat ihn hart mitgenommen • dat heeft hem erg aangegrepenhart umkämpft • waar zwaar om gevochten wordt, werd————————hart2〈 bijwoord〉♦voorbeelden:er fuhr hart an mir vorbei • hij reed mij rakelings voorbij -
29 kratzen
kratzen2 krassen, schuren, schrapen 〈 van geluid〉3 schuren, prikkelen ⇒ jeuken, kriebelen♦voorbeelden:der Wein kratzt im Hals • de wijn prikkelt in de keelII 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden:〈sport en spel; informeel〉 den Ball noch gerade von der Linie kratzen • de bal nog net voor de lijn weggrissen -
30 nachjagen
-
31 pfeffern
-
32 schneiden
schneidenII 〈 overgankelijk werkwoord〉7 〈 film, communicatie( media)〉cutten, monteren♦voorbeelden:die Straßen schneiden sich • de straten, wegen kruisen elkaardie Luft ist zum Schneiden • de lucht is om te snijden -
33 spielen
spielenI 〈overgankelijk & onovergankelijk werkwoord〉2 glinsteren, schitteren, schijnen4 gebruik maken (van), doen gelden♦voorbeelden:1 Ball spielen • ballen, met de bal spelenBillard spielen • biljartenDame spielen • dammenden Gastgeber spielen • als gastheer optreden, voor gastheer spelenKarten spielen • kaarteneine Schallplatte spielen • een plaat spelen, draaienein Spiel spielen • een spelletje doen, spelenden Unschuldigen spielen • de onschuldige uithangen〈informeel; figuurlijk〉 was wird hier gespielt? • wat is (er) hier aan de gang?3 ins Grüne spielen • naar groen, het groene zwemendie Phantasie, Fantasie spielen lassen • de fantasie de vrije loop laten♦voorbeelden:sich um sein Vermögen spielen • zijn vermogen verspelen -
34 springen
springen4 opengaan, -springen5 verspringen, overslaan ⇒ overspringen, weglaten♦voorbeelden:1 der springende Punkt • het kardinale, cruciale puntgesprungen kommen • komen aanspringenauf die Beine, Füße springen • opspringendie Angst sprang ihr aus den Augen • de angst was op haar gezicht te lezenin die Höhe springen • opspringender Ball springt über die Straße • de bal rolt over de straat -
35 wuchten
wuchtenII 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden:1 met logge, plompe bewegingen ergens naar toe gaan♦voorbeelden:
- 1
- 2
См. также в других словарях:
Ball — (b[add]l), n. [OE. bal, balle; akin to OHG. balla, palla, G. ball, Icel. b[ o]llr, ball; cf. F. balle. Cf. 1st {Bale}, n., {Pallmall}.] 1. Any round or roundish body or mass; a sphere or globe; as, a ball of twine; a ball of snow. [1913 Webster]… … The Collaborative International Dictionary of English
ball — Ⅰ. ball [1] ► NOUN 1) a solid or hollow sphere, especially one that is kicked, thrown, or hit in a game. 2) a single throw or kick of the ball in a game. 3) N. Amer. a game played with a ball, especially baseball. ► VERB ▪ squeeze or form into a… … English terms dictionary
ball — ball; ball·er; ball·ing; ball·iz·ing; base·ball; bee·ball; em·ball; high·ball·er; knuck·le·ball·er; spit·ball·er; bucky·ball; foos·ball; scuzz·ball; track·ball; … English syllables
Ball — Ball. Ein gesellschaftlicher Tanzverein. Man leitet diesen Ausdruck von dem italienischen ballare tanzen, ballo Tanzgesellschaft, und dem französischen bal ab, was allerdings wahrscheinlicher ist als die Erklärung Nachtigall s, (in seinen… … Damen Conversations Lexikon
ball — ball1 [bôl] n. [ME bal < OE * beallu < IE base * bhel , to swell > BOWL1, BLADDER, ON bǫllr, OHG balla, Gr phallos, L follis & flare] 1. any round, or spherical, object; sphere; globe 2. a planet or star, esp. the earth … English World dictionary
BALL — (Biochemical Algorithms Library) is a C++ library containing common algorithms used in biochemistry and bioinformatics. The library also has Python bindings. Among the supported systems are Linux, Solaris, Microsoft Windows. The library can be… … Wikipedia
Ball — Saltar a navegación, búsqueda El término ball puede hacer referencia a: Ball, el primer juego de Game Watch. bola mala, expresión utilizada en béisbol. la abreviatura botánica para John Ball. Ball, un álbum de la banda Iron Butterfly. Obtenido de … Wikipedia Español
BALL (J.) — BALL JOHN (mort en 1381) La plupart des chroniques, dont celle de Froissart, présentent John Ball comme l’un des grands responsables du soulèvement des paysans et des artisans en Angleterre en 1381. Peut être, disciple de John Wyclif, aurait il… … Encyclopédie Universelle
Ball — Ball: Ball общепринятое сокращение (обозначение) имени ботаника, которое добавляется к научным (латинским) названиям некоторых таксонов ботанической номенклатуры и указывает на то, что автором этих наименований является Болл, Джон… … Википедия
Ball — Ball, n. [F. bal, fr. OF. baler to dance, fr. LL. ballare. Of uncertain origin; cf. Gr. ba llein to toss or throw, or pa llein, pa llesqai, to leap, bound, balli zein to dance, jump about; or cf. 1st {Ball}, n.] 1. A social assembly for the… … The Collaborative International Dictionary of English
Ball — Ball, v. t. 1. (Metal.) To heat in a furnace and form into balls for rolling. [1913 Webster] 2. To form or wind into a ball; as, to ball cotton. [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English