-
21 exorcize
-
22 different
adj. anders; bijzonder, speciaal[ difrənt]1 verschillend ⇒ onderscheiden, ongelijk; afwijkend, apart♦voorbeelden: -
23 do as you would be done by
doe anderen niet aan wat jezelf haatdo as you would be done bywat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet————————wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet -
24 do
n. feest; doen (grammatika, gebiedende wijs), bedrog--------v. doen; voldoende zijn; klaarkomen; spelen; voor de gek houdendo1[ doe:] 〈zelfstandig naamwoord; meervoud: ook do's〉♦voorbeelden:→ fair fair/————————do21 doen ⇒ handelen, zich gedragen4 klaar zijn ⇒ opgehouden zijn/hebben5 geschikt/bruikbaar zijn ⇒ voldoen, volstaan♦voorbeelden:1 don't! • niet doen!, schei uit!he did well to refuse that offer • hij deed er goed aan dat aanbod te weigerenshe was hard done by • zij was oneerlijk behandelddo well/badly by someone • iemand goed/slecht behandelendo as you would be done by • wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet〈 spreekwoord〉 do as you would be done by • wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander nietdo as you please • doe wat je wilt2 how do you do • aangenaam, hoe maakt u hetbusiness is doing well • de zaken gaan goedhe is doing well • het gaat goed met hemdo well out of selling souvenirs • aardig profiteren van het verkopen van souvenirs〈 informeel〉 he made a pass at her, but nothing doing • hij probeerde haar te versieren, maar geen kanswhat's doing in London? • wat is er in Londen te doen?4 have done! • schei uit!Jack had done with eating • Jack was klaar met etenhave done with it • er de brui aan gegeven hebbenthe dress must be made to do for a while yet • deze jurk moet nog een poosje meegaanit doesn't do to worry like that • het haalt niets uit je zo'n zorgen te makenit doesn't do to say such things • zoiets hoor je niet te zeggennothing doing • het haalt niets uitthat will do! • en nou is 't uit!it will do tomorrow, tomorrow will do • morgen kan ook nog/is het ook goedJoan will do as my helper • Joan kan ik als mijn helper gebruikenthat coat will do as/for a blanket • die jas kan (wel) als deken dienenthat will do for me • dat is wel genoeg voor mijdo well/badly for something • goed/slecht voorzien zijn van ietshe can (make) do with very little food • hij heeft maar weinig eten nodigthey'll have to do with what they've got • ze zullen het moeten doen met wat ze hebbenI can't do without music • ik kan niet zonder muziek〈 informeel〉 do away with • wegdoen/gooien, een eind maken aan; afschaffen 〈 doodstraf, instituut e.d.〉〈 informeel〉 do away with someone • iemand uit de weg ruimen, iemand afmakenhow does this jacket do up? • hoe gaat dit jasje dicht?〈Brits-Engels; informeel〉 do for someone • het huishouden doen voor iemand, werkster zijn bij iemand〈 informeel〉 I'm done for • ik ben er geweest, het is met mij gedaan〈 informeel〉 what will we do for water? • hoe komen we aan water?I could do with a few quid • ik zou best een paar pond kunnen gebruikenit's got nothing to do with you • jij staat erbuitenII 〈 overgankelijk werkwoord〉2 bezig zijn met 〈iets concreets/bestaands〉 ⇒ doen; opknappen, in orde brengen, herstellen; oplossen 〈puzzels e.d.〉; studeren 〈enz.〉3 maken ⇒ doen ontstaan/worden4 (aan)doen ⇒ geven, veroorzaken11 handelen in ⇒ verkopen, hebben♦voorbeelden:do one's best • zijn best doendo business with • zaken doen metdo a concert • een concert gevendo a dance • een dans uitvoerendo exams • examens afleggen/doendo hard work • hard werkendo some skiing • een beetje skiënhe did all the talking at the meeting • hij voerde steeds het woord op de vergaderingif you want to go, do it now • als je wilt gaan, doe het dan nuit isn't done • zoiets doet men nietit does something for/to me • het doet me wat, het geeft me een kickthat embroidered M does something for/to your dress • die geborduurde M geeft je jurk net dat beetje extrawhat can I do for you? • wat kan ik voor je doen?; 〈 in winkel〉wat mag het zijn?well done! • goed zo!, knap gedaan!2 I still have to do the bedroom/dishes • ik moet de slaapkamer/vaat nog doendo a degree • studeren voor een (universitaire) graaddo one's duty • zijn plicht doendo one's face • zijn gezicht/zich opmakendo psychology • psychologie studerenthey did the dining room in blue and white • zij hebben de eetkamer in blauw en wit ingerichtdo his service • in dienst zijnhave one's teeth done • zijn tanden laten nakijken/behandelendo the windows • de ramen lappendo out • grondig onder handen nemen/schoonmaken/opruimendo a room over • de kamer weer eens opknappendo up the kitchen • de keuken opknappendo up (in) a parcel • een pakje maken (van)do a house up • een huis renoveren/restaurerenshe did her hair up • ze stak haar haar opdo oneself up • zich opmaken, zich opdoffendo an omelette • een omelet bakkendo a story • een verhaal schrijvendo a translation • een vertaling makendo wonders • wonderen verrichtendo someone a favour • iemand een dienst bewijzenit does me good • het doet me goed〈 ironisch〉 much good may it do you! • veel geluk ermee!it does one no harm • het kan geen kwaadthe girls were really done • de meisjes waren bekafdone in • bekaf, afgepeigerdget done with something • iets afmakenthe potatoes aren't done yet • de aardappelen zijn nog niet gaarhow do you want your steak done? • hoe wil jij je biefstuk?he did the villain • hij speelde de schurkenrol8 do 50 mph. • 80 km/uur rijden9 do Europe in five days • Europa bezoeken/doen in vijf dagendo someone for \\td100 • iemand voor honderd dollar afzettendo a child out of its prize • een kind zijn prijs afhandig makenwe do only B\\teB • we hebben enkel kamer met ontbijtdo a place over • een woning plunderen¶ that's done it! • gelukt!; nou is 't uit/naar de knoppenthat does it! • dat doet de deur dicht!I've done it again • ik heb het weer verknoeid/verknaldthat does me • daar kan ik (met m'n pet) niet bija boiled egg will do me • ik heb genoeg aan een gekookt eiwhat are you doing with yourself? • wat voer je tegenwoordig uit?they did not know what to do with themselves • ze verveelden zichif you don't stop now, I'll do you! • als je nu niet ophoudt, doe ik je wat!/dan zal ik je!do someone/something down • iemand/iets kleinerendo someone down • iemand beduvelen/belazerenover and done with • voltooid verleden tijddo up a zip/a coat • een rits/jas dichtdoenwould you do me up please • wil jij mijn rits even voor me dicht doenIII 〈 hulpwerkwoord〉1 〈om inversie en ontkenning mogelijk te maken; onvertaald〉3 〈om nadruk mogelijk te maken; voornamelijk te vertalen door een bijwoord〉♦voorbeelden:1 do you know him? • ken je hem?I don't know him • ik ken hem niet2 he laughed and so did she • hij lachte, en zij (lachte/deed dat) ookI treat my friends as he does his enemies: badly • ik behandel mijn vrienden zoals hij zijn vijanden: slechthe worked harder than he'd ever done before • hij werkte harder dan (hij vroeger) ooit (gedaan had)‘I take it it's true’ ‘So do I/But I don't’ • ‘Ik neem aan dat het waar is’ ‘Ik ook/Ik niet’he writes well, doesn't he? • hij schrijft goed, niet (waar)?/vind je niet?‘Did you see it?’ ‘I did/I didn't’ • ‘Heb jij het gezien?’ ‘Ja/Neen’‘He sold his car’ ‘Did he?’ • ‘Hij heeft zijn auto verkocht’ ‘Echt (waar)?’〈 informeel〉 they behave strangely, do women • ze doen rare dingen, de vrouwenI do love you • ik hou echt van jedo come in! • kom toch binnen! -
25 echo
n. echo, herhaling van een geluid door reflectie van een geluidsgolf vanuit een vaste onderlaag; (Computers) gebruikersinput op het scherm geprint zodat de gebruiker het kan lezen; (Slang) iemand die een ander in diskrediet brengt; iemand die een ander imiteert--------v. galmen; imiteren, nabootsenecho1[ ekkoo] 〈zelfstandig naamwoord; meervoud: echoes〉————————echo21 weergalmen ⇒ resoneren, weerken♦voorbeelden:1 echoën ⇒ herhalen, nazeggen -
26 either
adj. het een of het ander--------adv. ook; ook niet--------pron. dit of dat; het een of het andereither1[ ajðə] 〈 voornaamwoord〉2 beide(n) ⇒ alle twee, allebei♦voorbeelden:‘Sherry or hock?’ ‘Either’ • ‘Sherry of rijnwijn?’ ‘Maakt niet uit’————————either2〈 bijwoord〉♦voorbeelden:she doesn't like apples, nor oranges either • ze lust geen appels en ook geen sinaasappelshe is hardworking and not unfriendly either • hij is een harde werker en bovendien niet onvriendelijk————————either3〈 determinator〉2 beide♦voorbeelden:2 in either case, either way • in beide gevallen, in elk gevalof either sex • van beiderlei kunneon either side • aan beide kanten————————either4〈voegwoord; met or〉1 of ⇒ ofwel, hetzij♦voorbeelden:she is either lazy or stupid • ze is (of) lui of domyou can either go or stay • je kunt weggaan of blijven -
27 friend
n. vriend; bekende; iemand die een ander steunt; iemand die van een ander houdt ( tegengestelde van vijand); Quaker (lid van de Quakerbeweging)[ frend]1 vriend(in) ⇒ kameraad, kennis, collega2 vriend(in) ⇒ voorstander/ster, liefhebber/ster♦voorbeelden:friends in high places • goede relatiesmy learned/honourable friend • geachte collegaafter their quarrel they made friends again • na hun ruzie legden ze het weer bijmake friends with someone • bevriend raken met -
28 ghostwriter
n. spookschrijver (iemand die anoniem schrijft in opdracht van een ander)ghostwriter -
29 one by one
één voor één, de een na de anderone by oneeen voor een, de een na de ander -
30 one man's meat is another man's poison
wat goed is voor de ene is slecht voor de anderde een traag, de ander graagEnglish-Dutch dictionary > one man's meat is another man's poison
-
31 one
adj. een--------n. een--------pron. iemandone1[ wun] 〈 zelfstandig naamwoord〉♦voorbeelden:these come only in ones • deze worden alleen in verpakkingen van één/per stuk verkocht————————one21 〈als vervanging voor eerder genoemd woord; meestal onvertaald〉 (er) een ⇒ 〈 benaming voor〉 (er) eentje 〈 grap, verhaal, drankje, snuiter enz.〉♦voorbeelden:like one dead • als een dodelet's have (a quick) one • laten we er (gauw) eentje gaan drinkenthe one that I like best • degene die ik het leukst vindI'll go him one better • ik zal hem een slag voor zijn/overtroevennever a one • geen enkelehe was one up on me • hij was me net de baasthe one about the generous Scot • die mop over de vrijgevige Schothe's a one for music • hij is een muziekliefhebberthis one's on me • ik trakteer!this one • deze hier2 〈 Brits-Engels〉 one must never pride oneself on one's achievements, 〈 Amerikaans-Engels〉one must never pride himself on his achievements • men mag nooit prat gaan op zijn prestatiesII 〈telwoord; als voornaamwoord〉1 één♦voorbeelden:1 become one • één worden, samenvallen/smeltenone after another • een voor een, de een na de andereone or two • één of twee, een paarhe and I are at one (with one another) • hij en ik zijn het (roerend) eens (met elkaar)one by one • een voor een, de een na de anderone of the members • een van de ledenone to one • één op/tegen éénone to one match • één op één/puntsgewijze overeenkomstas one • als één man¶ one and all • iedereen, jan en allemanI was one too many for him • ik was hem te sterk/te slim af〈 informeel〉 like one o'clock • als een gek, energiekI, for one, will refuse • ik zal in ieder geval weigeren(all) in one • (allemaal) tegelijkertijd/gecombineerd〈 informeel〉 done it in one! • in één keer!, de eerste keer goed!→ one another one another/————————one31 een zeker(e) ⇒ één of ander(e), ene♦voorbeelden:we'll meet again one day • we zullen elkaar ooit weer ontmoetenone Mr. Smith called for you • een zekere Mr. Smith heeft jou gebeldII 〈telwoord; als determinator〉1 één ⇒ enig; 〈 figuurlijk〉 de/hetzelfde; 〈 als versterker, Amerikaans-Engels; informeel〉 enig, hartstikke♦voorbeelden:from one chore to another • van het ene klusje naar het anderethey are all one colour • ze hebben allemaal dezelfde kleurone day out of six • één op de zes dagen, om de zes dagenthey cried out with one voice • ze riepen als uit één mondmy one and only friend • mijn enige echte vriendthe one and only truth • de alleenzaligmakende waarheidone and the same thing • één en dezelfde zaak, precies hetzelfdeneither one thing nor the other • vlees noch vis, halfslachtig -
32 rain check
kaart voor ander moment (in geval van regen); uitnodiging voor ander momentrain check♦voorbeelden:1 〈informeel; figuurlijk〉 I don't want a drink now, but I'll take a rain check on it • ik wil nu niets drinken, maar ik hou het van je te goed -
33 readdress
v. v.e. nieuw/ander adres voorzien[ rie:ədres] -
34 some
adj. enige, enkele; iets; bepaald; serieus (i.d. spreektaal)--------adv. op een speciale manier; heel veel (i.d. spreektaal)--------pron. enkele, sommigesome1[ sum] 〈 voornaamwoord〉1 wat ⇒ iets, enkele(n), sommige(n), een aantal♦voorbeelden:some say so • er zijn er die dat zeggen————————some22 〈voornamelijk Amerikaans-Engels; informeel〉 enigszins ⇒ een beetje; 〈 ironisch〉 geweldig, formidabel♦voorbeelden:he was annoyed some • hij was een tikje geïrriteerd————————some3♦voorbeelden:some day I'll know • ik zal het ooit wetensome plumber he is! • wat een klungelaar van een loodgieter! -
35 switch
n. schakelaar, overgaan (tot); (in computers) parameter die nodig is om een progamma in werking te stellen door het geven van een opdracht aan het DOS of UNIX besturingssysteem--------v. wisselen, verwisselen; slaanswitch1[ switsj] 〈 zelfstandig naamwoord〉3 omkeer ⇒ ommezwaai, verandering————————switch23 meppen ⇒ slaan, (af)ranselen♦voorbeelden:switch a train to another track • een trein op een ander spoor zettenswitch through (to) • doorverbindenswitch to • overgaan naar/opII 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden:→ switch on switch on/ -
36 caviller
n. iemand die haarklooft, iemand die zwarte plekken zoekt bij de ander, iemand die fouten zoekt bij de ander -
37 coddler
n. iem. die een ander verwent, iem. die een ander vertroetelt; iets wat zacht kookt -
38 saw things in a different light
zag de dingen in een ander licht (bekeek het vanuit een ander oogpunt) -
39 another
1. pronoun1) (additional) noch einer/eine/eins; ein weiterer/eine weitere/ein weiteresone thing leads to another — eines ergibt sich aus dem anderen
please have another — nimm dir doch noch einen
2) (counterpart) wieder einer/eine/eins3) (different) ein anderer/eine andere/ein anderesin one way or another — so oder so; irgendwie
2. adjectivefor one reason or another — aus irgendeinem Grund; see also academic.ru/51695/one">one 1. 6), 3. 2)
1) (additional) noch einer/eine/eins; ein weiterer/eine weitere/ein weiteresgive me another chance — gib mir noch [einmal] eine Chance
he didn't say another word — er sagte nichts mehr
2) (a person like) ein neuer/eine neue/ein neues; ein zweiter/eine zweite/ein zweitesanother Chaplin — ein neuer od. zweiter Chaplin
3) (different) ein anderer/eine andere/ein anderesask another person — fragen Sie jemand anderen od. anders
another time, don't be so greedy — sei beim nächsten Mal nicht so gierig
[and] [there's] another thing — [und] noch etwas
* * *adjective, pronoun1) (a different (thing or person): This letter isn't from Tom - it's from another friend of mine; The coat I bought was dirty, so the shop gave me another.) ein anderes/ eine andere usw.2) ((one) more of the same kind: Have another biscuit!; You didn't tell me you wanted another of those!) noch ein/eine usw.* * *an·other[əˈnʌðəʳ, AM -ðɚ]I. adj attr, invyet \another car accident! schon wieder ein Autounfall!I won't say \another word! ich sage nichts mehr!\another ten pounds/two weeks weitere zehn Pfund/zwei Wochen2. (similar to) ein zweiter/ein zweites/eine zweite3. (different) ein anderer/ein anderes/eine anderethat's \another matter [entirely] das ist etwas [ganz] anderesbut that's \another story doch das ist eine andere Geschichteto be in \another world ganz woanders sein4.▶ to live to fight \another day es überleben [o überstehen]1. (additional) noch eine/einer/ein[e]scould I have \another of those pastries? könnte ich noch ein[e]s von den Törtchen haben?he was eating one ice cream after \another er aß ein Eis nach dem anderenI won't listen to \another of your crazy ideas! ich höre mir nicht noch eine von deinen verrückten Ideen an!yet \another noch eine/einer/ein[e]s2. (different) ein anderer/eine andere/ein anderesmoving from one place to \another das Umziehen von einem Ort zu einem anderentalking is one thing, [but] acting is \another Reden ist eine Sache, Handeln eine ganz andereone way or \another irgendwie3. (each other)one \another einander* * *[ə'nʌðə(r)]1. adj1) (= additional) noch eine(r, s)another one — noch eine(r, s)
in another 20 years he... — noch 20 Jahre, und er...
without another word —
there is not another man like him —
another Shakespeare there will never be another you — ein zweiter Shakespeare für mich wird es nie jemand geben wie dich or du
3) (= different) ein anderer, eine andere, ein anderesbut maybe there won't be another time — aber vielleicht gibt es keine andere Gelegenheit or gibt es das nicht noch einmal
2. pronein anderer, eine andere, ein andereshave another! —
he has found another (dated, liter) — er hat eine andere gefunden
they help one another — sie helfen einander, sie helfen sich gegenseitig
tell me another! (inf) — Sie können mir sonst was erzählen (inf), das können Sie mir nicht weismachen
what with one thing and another — bei all dem Trubel
she's another of his girlfriends —
yes, I'm another of his fans — ja, ich bin auch einer seiner Fans
* * *another [əˈnʌðə(r)] adj & pron1. ein anderer, eine andere, ein anderes ( than als), ein Verschiedener, eine Verschiedene, ein Verschiedenes:another thing etwas anderes;that is quite another thing das steht auf einem ganz anderen Blatt;he is another man now er ist jetzt ein (ganz) anderer Mensch;a) anderswo,2. noch ein(er, e, es); ein Zweiter, eine Zweite, ein Zweites; ein Weiterer, eine Weitere, ein Weiteres;another day or two noch einige Tage;another five weeks noch oder weitere fünf Wochen;not another word! kein Wort mehr!;another Shakespeare ein zweiter Shakespeare;ask me another! umg frag mich was Leichteres!;tell me another! umg das kannst du deiner Großmutter erzählen!, das kauf ich dir nicht ab!;A.N. Other Bra) SPORT ein (auf dem Spielerbogen) noch nicht genannter Spieler,b) eine namentlich noch nicht bekannte Person* * *1. pronoun1) (additional) noch einer/eine/eins; ein weiterer/eine weitere/ein weiteres2) (counterpart) wieder einer/eine/eins3) (different) ein anderer/eine andere/ein anderesin one way or another — so oder so; irgendwie
2. adjectivefor one reason or another — aus irgendeinem Grund; see also one 1. 6), 3. 2)
1) (additional) noch einer/eine/eins; ein weiterer/eine weitere/ein weiteresgive me another chance — gib mir noch [einmal] eine Chance
2) (a person like) ein neuer/eine neue/ein neues; ein zweiter/eine zweite/ein zweitesanother Chaplin — ein neuer od. zweiter Chaplin
3) (different) ein anderer/eine andere/ein anderesask another person — fragen Sie jemand anderen od. anders
another time, don't be so greedy — sei beim nächsten Mal nicht so gierig
[and] [there's] another thing — [und] noch etwas
* * *adj.ander adj.ein anderer adj.ein anderes adj.ein zweiter adj.einer adj.noch adj.noch ein anderer adj.noch einer adj.weiter adj. -
40 contrary
1. adjectivebe contrary to something — im Gegensatz zu etwas stehen
the result was contrary to expectation — das Ergebnis entsprach nicht den Erwartungen
2) (opposite) entgegengesetzt3) (coll.): (perverse) widerspenstig; widerborstig2. nounbe/do completely the contrary — das genaue Gegenteil sein/tun
3. adverbon the contrary — im Gegenteil
* * *I 1. ['kontrəri] adjective((often with to) opposite (to) or in disagreement (with): That decision was contrary to my wishes; Contrary to popular belief he is an able politician.) entgegengesetzt2. noun((with the) the opposite.) das Gegenteil- academic.ru/117672/on_the_contrary">on the contraryII [kən'treəri] adjective(obstinate; unreasonable.) entgegen* * *con·tra·ry1[ˈkɒntrəri, AM ˈkɑ:ntrɚi]▪ the \contrary das Gegenteilproof to the \contrary Gegenbeweis mto think the \contrary das [genaue] Gegenteil denkenon [or quite] the \contrary ganz im Gegenteilto the \contrary gegenteiligif I don't hear anything to the \contrary... wenn ich nichts anderes [o Gegenteiliges] höre...II. adj1. (opposite) entgegengesetzt, gegenteilig\contrary to my advice/expectations entgegen meinem Rat/meinen Erwartungen\contrary to [all] expectations entgegen allen Erwartungen, wider Erwartento accept opinions \contrary to one's own gegenteilige Ansichten akzeptierento put forward the \contrary point of view die gegenteilige Ansicht vertreten2. (contradictory) widersprüchlichcon·tra·ry2[kənˈtreəri, AM -ˈtreri]he's just being \contrary er versucht einfach nur seinen Dickkopf durchzusetzen fam* * *I ['kɒntrərɪ]1. adj(= opposite) entgegengesetzt; effect, answer also gegenteilig; (= conflicting) views, statements also gegensätzlich; (= adverse) winds, tides widrigin a contrary direction — in entgegengesetzter Richtung
it is contrary to our agreement — es entspricht nicht unseren Abmachungen
to run contrary to sth — einer Sache (dat) zuwiderlaufen
contrary to our hopes/intentions — wider all unsere Hoffnungen/Absichten, entgegen unseren Hoffnungen/Absichten
2. nGegenteil nton the contrary —
II [kən'trɛərɪ]statement/evidence to the contrary — gegenteilige Aussage/gegenteiliger Beweis
adjwiderborstig, widerspenstig; person also voll Widerspruchsgeist; horse widerspenstig* * *1. konträr, entgegengesetzt, widersprechend ( alle:to sth einer Sache):2. konträr, einander entgegengesetzt, gegensätzlich (Meinungen etc)3. ander(er, e, es):4. widrig, ungünstig (Wind, Wetter)5. (to) verstoßend (gegen), im Widerspruch (zu):contrary to orders befehlswidrig;his conduct is contrary to rules sein Benehmen verstößt gegen die Regeln6. [a. kənˈtreərı] widerspenstig, -borstig, eigensinnig, aufsässigto zu):contrary to expectations wider Erwarten;act contrary to nature wider die Natur handeln;contrary to orders befehlswidrig;act contrary to one’s principles seinen Grundsätzen zuwiderhandeln; → law1 1on the contrary im Gegenteil;be the contrary to das Gegenteil sein von (od gen);go to contraries schiefgehen umg;the contrary gegenteilig;despite protestations to the contrary trotz gegenteiliger Beteuerungen;proof to the contrary Gegenbeweis m;unless I hear (sth) to the contrary falls ich nichts Gegenteiliges hörecontr. abk1. contract2. contracted3. contraction4. contralto5. contrary* * *1. adjective2) (opposite) entgegengesetzt3) (coll.): (perverse) widerspenstig; widerborstig2. noun3. adverbbe/do completely the contrary — das genaue Gegenteil sein/tun
* * *adj.entgegengesetzt adj.zuwider adj.
См. также в других словарях:
Ander — Ander. Der, die, das andere, ein Wort, welches überhaupt genommen, alsdann gebraucht wird, wenn nur von zwey Dingen die Rede ist, da es denn dem Worte ein entgegen gesetzt wird. Es bezeichnet aber Ein Ding von zweyen, entweder schlechthin, oder… … Grammatisch-kritisches Wörterbuch der Hochdeutschen Mundart
Ander — Saltar a navegación, búsqueda Para el nombre vasco, véase Ander (nombre). Ander Título Ander Solicita una imagen para este artículo … Wikipedia Español
Ander — Saint Flour. Caractéristiques Longueur 36 1 km Bassin 310 km2 Bassin collecteur … Wikipédia en Français
Ander — ist der Name mehrerer Personen: Alfred Ander (1873–1910), letzter Mensch, der in Schweden hingerichtet wurde Alois Ander (1821–1864), böhmischer Tenor und Opernsänger Charlotte Ander (1902–1969), deutsche Schauspielerin Geografische Begriffe: Ort … Deutsch Wikipedia
ander — Adj std. (8. Jh.), mhd. ander, ahd. ander, as. ōđar Stammwort. Aus g. * anþara Adj. ander , auch in gt. anþar, anord. annarr, ae. ōđer, afr. ōther. Dieses aus ig. * antero (oder * ontero ) in ai. ántara , lit. añtras der andere . Gegensatzbildung … Etymologisches Wörterbuch der deutschen sprache
ander — ander: Das gemeingerm. Für und Zahlwort mhd., ahd. ander, got. anÞar, engl. other, aisl. annar beruht mit verwandten Wörtern in anderen idg. Sprachen auf einer alten Komparativbildung, und zwar entweder zu der idg. Demonstrativpartikel *an »dort« … Das Herkunftswörterbuch
ander — ander. = male (см.). (Источник: «Англо русский толковый словарь генетических терминов». Арефьев В.А., Лисовенко Л.А., Москва: Изд во ВНИРО, 1995 г.) … Молекулярная биология и генетика. Толковый словарь.
ander — ander. См. самец. (Источник: «Англо русский толковый словарь генетических терминов». Арефьев В.А., Лисовенко Л.А., Москва: Изд во ВНИРО, 1995 г.) … Молекулярная биология и генетика. Толковый словарь.
Ander — Ander, Aloys, Tenorist, geb. 13. Okt. 1817 zu Liebnitz in Böhmen, gest. 11. Dez. 1864 im Badeort Wartenberg, ein weniger durch imponierende Stimmmittel und leidenschaftliche Darstellung als durch geschmackvollen und lyrisch innigen Vortrag… … Meyers Großes Konversations-Lexikon
Ander. — Ander., auch Anders., bei naturwissenschaftl. Namen Abkürzung für Nils Joh. Andersson (s. d.) … Meyers Großes Konversations-Lexikon
ander — ander:einandererMenschwerden:⇨bessern(II,1);inanderenUmständensein:⇨schwanger(2);einer/einsnachdemanderen,einenachderanderen:⇨nacheinander;einerdenanderenbzw.einerdemanderen:⇨einander;einmalübers/umsandere,einumdasandereMal:⇨wiederholt(1);zumander… … Das Wörterbuch der Synonyme