-
1 afwezig
1 [absent] absent2 [verstrooid] distrait♦voorbeelden:afwezig zijn • être absentin een vergadering afwezig zijn • être absent lors d'une réunioneen afwezige • un(e) absent(e)afwezig zijn • avoir la tête ailleurs -
2 afwezig
-
3 afwezig
absent -
4 afwezig zijn
-
5 afwezig voor zich uit staren
afwezig voor zich uit staren -
6 afwezig zijn
manquer -
7 in de wetenschap dat hij afwezig was
Deens-Russisch woordenboek > in de wetenschap dat hij afwezig was
-
8 in een vergadering afwezig zijn
in een vergadering afwezig zijnDeens-Russisch woordenboek > in een vergadering afwezig zijn
-
9 absent
-
10 verstrooid
♦voorbeelden: -
11 weg
weg1〈de〉♦voorbeelden:eigen weg • chemin privéde openbare weg • la voie publique〈 figuurlijk〉 iemand van de rechte weg afleiden • détourner qn. du droit cheminde weg bereiden • préparer la voie〈 figuurlijk〉 de weg effenen voor iemand • préparer le terrain pour qn.zijn eigen weg gaan • suivre sa propre voiezijn weg vinden • faire son cheminiemand de weg wijzen • montrer le chemin à qn.aan de weg naar Delft • au bord de la route de Delftzo oud als de weg naar Kralingen, Rome • vieux comme le mondeop weg gaan (naar) • se mettre en route (pour)〈 figuurlijk〉 iemand op weg helpen • mettre qn. sur la (bonne) voiehij is op weg beroemd te worden • il est en passe de devenir célèbrede wagen ligt vast, goed op de weg • la voiture tient bien la route〈 spreekwoord〉 de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens • l'enfer est pavé de bonnes intentions〈 spreekwoord〉 wie aan de weg timmert, heeft veel bekijks • qui édifie en grande place, fait maison trop haute ou trop basselangs deze onsympathieke weg • par ce moyen peu sympathiquelangs vreedzame weg • par la négociationeen weg te voet afleggen • parcourir un chemin à piediemand de weg afsnijden • couper la route à qn.zich een weg banen • se frayer un cheminmet zijn geld geen weg weten • ne pas savoir que faire de son argentiemand iets in de weg leggen • mettre des bâtons dans les roues à qn.iemand in de weg lopen • être dans les jambes de qn.dat zit me in de weg • ça m'irriteiemand in de weg staan • gêner qn.problemen uit de weg ruimen • résoudre des problèmesuit de weg kunnen • savoir comment s'y prendre (avec qn., qc.)uit de weg! • laisse(z)-moi passer!iemand uit de weg gaan • éviter qn.iemand uit de weg ruimen • liquider qn.→ link=wil wil————————weg2〈 bijwoord〉1 [afwezig] parti2 [niet te vinden] disparu3 [+ van][verrukt] fou/fol/folle4 [verwijderd] loin♦voorbeelden:weg wezen! • allez, ouste!weg met …! • à bas …!¶ als dat gebeurt ben je weg • dans ce cas-là, tu seras fichuiets weg hebben van • ressembler un peu à〈 Algemeen Zuid-Nederlands〉 met iets weg zijn • avoir pigé qc.in het wilde weg schieten • tirer au hasard -
12 wetenschap
♦voorbeelden:de medische wetenschap • la médecinewetenschap beoefenen • se consacrer à la scienceleven voor de wetenschap • consacrer sa vie à la science2 wetenschap hebben van iets • avoir connaissance de qc.met die wetenschap ging zij … • en connaissance de cause, elle alla …in de wetenschap dat hij afwezig was • sachant qu'il était absent→ link=kunst kunst -
13 zoek
zoek1♦voorbeelden:————————zoek21 [kwijt] introuvable2 [afwezig] absent♦voorbeelden:zoek raken • se perdre
См. также в других словарях:
Abe Lenstra — (1955) Abe Lenstra ([ ɑ:bə lɛnstɾa], * 27. November 1920 in Heerenveen; † 2. September 1985 ebenda) war ein niederländischer Fußballspieler. Er spielte seit de … Deutsch Wikipedia