-
1 to bind
afbindenbindenklevenvastlopen -
2 to cure
afbindenbakkenhardenuithardenverharden -
3 to harden
afbindenhardenuithardenverharden -
4 to set
afbindenafregelenafstelleninstellenregelenschrankenstellentoekennenuithardenvaststellenverhardenzetten -
5 накладывать лигатуру
vmed. afbindenRussisch-Nederlands Universal Dictionary > накладывать лигатуру
-
6 отвязывать
vgener. afbinden, losbinden -
7 перевязывать
-
8 развязывать
vgener. afbinden, losdoen, loskrijgen, loslaten, losmaken, ontbinden, ontketenen (войну), ontknopen, losbinden -
9 ligate
v. verbinden, afbinden -
10 garrotter
-
11 ligaturer
-
12 lösa
1) losmaken2) mul3) rul4) losbinden5) afbinden -
13 abbinden
-
14 abklemmen
abklemmen♦voorbeelden: -
15 abschnallen
abschnallen1 afhaken, het laten afweten♦voorbeelden:1 da schnallst du ab! • daar sta je van te kijken!, ongelofelijk zeg!II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 af-, losgespen ⇒ ontgordelen, afbinden -
16 abschnüren
-
17 unterbinden
Перевод: со всех языков на нидерландский
с нидерландского на все языки- С нидерландского на:
- Все языки
- Со всех языков на:
- Все языки
- Английский
- Нидерландский
- Русский
- Французский
- Шведский