-
1 mou
mou1 [moe]〈m.〉1 (het) slappe ⇒ (het) weke, (het) zachte♦voorbeelden:1 donner du mou à • laten vieren, losser makenrentrer dans le mou de qn. • iemand te lijf gaan————————mou2 [moe],mol, molle [mol]1 zacht ⇒ week, slap2 soepel ⇒ buigzaam, lenig3 willoos ⇒ slap, zwak♦voorbeelden:mer molle • vlakke zeede molles ondulations de terrain • flauwe glooiingenplante molle • weke planttemps mou • loom weerhomme mou au travail • man die niet van aanpakken weet→ pâte————————mou3 [moe]♦voorbeelden:1 vas-y mou • kalm aan, voorzichtig= mol; = molle; adj1) zacht, slap2) soepel, lenig3) willoos, slap -
2 dériver
dériver [deerievee]1 afdrijven ⇒ op drift geraken, uit de koers geraken, afdwalen2 willoos zijn ⇒ weerstandloos zijn, z'n moed verliezenII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 omleggen ⇒ af-, omleiden2 〈+ de〉afleiden (uit, van)v(de)1) afdrijven, op drift geraken4) omleiden -
3 fasciner
-
4 velléitaire
velléitaire [vellee.ieter]〈bijvoeglijk naamwoord; ook m. & v.〉1 slap ⇒ willoos, besluiteloos♦voorbeelden:
См. также в других словарях:
Place d'Italie (Liège) — 50°37′56.55″N 5°34′28.04″E / 50.632375, 5.5744556 … Wikipédia en Français