-
1 uitstorting
1 [het (zich) uitstorten] pouring out ⇒ outpouring 〈 figuurlijk〉, 〈 vloeistof ook〉 effusion, ejaculation 〈 sperma〉, emission 〈 sperma〉2 [met betrekking tot bloed] contusion, effusion♦voorbeelden: -
2 uitstorting
-
3 uitstorting
сущ.общ. излияние -
4 uitstorting
n. outpour, outpouring, effusion -
5 de uitstorting van de Heilige Geest
de uitstorting van de Heilige GeestVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de uitstorting van de Heilige Geest
-
6 излияние
ngener. ontboezeming, uitstorting
Перевод: с нидерландского на все языки
со всех языков на нидерландский- Со всех языков на:
- Нидерландский
- С нидерландского на:
- Все языки
- Английский
- Русский
- Французский