-
1 assurance
assurance [aasuurãs]〈v.〉2 toezegging ⇒ verzekering, belofte4 zelfverzekerdheid ⇒ zelfvertrouwen, vastberadenheid♦voorbeelden:assurance obsèques • uitvaartverzekeringassurance de la responsabilité civile • wettelijke-aansprakelijkheidsverzekeringassurance tous risques • all-riskverzekeringassurance vieillesse • ouderdomsverzekeringassurance au tiers • verzekering tegen derdenassurance contre les accidents, contre l'incendie • ongevallen-, brandverzekeringassurance sur la vie • levensverzekering2 〈 formeel〉 veuillez agréer l'assurance de ma considération distinguée • met gevoelens van de meeste hoogachting 〈 beleefdheidsformule aan het slot van een brief〉perdre son assurance • van zijn stuk rakenprendre de l'assurance • meer zelfvertrouwen krijgen1. f1) verzekering2) belofte3) zekerheid5) waarborg, garantie2. assurancesf pl -
2 promesse
promesse [prommes]〈v.〉1 belofte ⇒ toezegging, woord♦voorbeelden:promesse sur parole • gentleman's agreement, herenakkoordle peuple de la promesse • het uitverkoren volk, de jodenjeune homme plein de promesses • veelbelovende jongemanmanquer à sa promesse • zijn belofte niet nakomense ruiner en promesses • veel beloven en niets doenf1) belofte2) promesse [handel]
См. также в других словарях:
Erste Kammer der Generalstaaten — Logo Parlamentsgebäude Basisdaten Sitz: Binnenhof … Deutsch Wikipedia