-
61 Ruhezustand
-
62 Sachlage
-
63 Sachverhalt
-
64 Schicht
-
65 Schräglage
-
66 Spielstand
-
67 Spielstand zwei zu eins
-
68 Spreize
-
69 Standesamt
-
70 Standesbeamte
Standesbeamte(r)〈bijvoeglijk naamwoord als zelfstandig naamwoord; m.〉 -
71 Standesbeamter
Standesbeamte(r)〈bijvoeglijk naamwoord als zelfstandig naamwoord; m.〉 -
72 Standesregister
-
73 Standpunkt
Standpunkt〈m.〉♦voorbeelden: -
74 Standquartier
-
75 Statue
-
76 Tabellenstand
-
77 Tochter
Tochter〈v.; Tochter, Töchter〉2 〈 Zwitserland〉meisje, hulp ⇒ dienster, serveerster♦voorbeelden:die Tochter des Hauses • de grote, oudste dochter (van het gezin)〈 verouderd〉 nun, meine Tochter? • wel, jongedame? -
78 Verhältnis
Verhältnis〈o.; Verhältnisses, Verhältnisse〉2 verhouding ⇒ betrekking, verstandhouding♦voorbeelden:2 er findet kein (rechtes) Verhältnis zur Musik • muziek doet, zegt hem weinigin gesicherten Verhältnissen leben • een vast bestaan, inkomen hebbenklare Verhältnisse schaffen • orde op zaken stellendas geht über meine Verhältnisse • dat gaat mijn financiële draagkracht te bovenüber seine Verhältnisse leben • boven zijn stand leven -
79 Weg
〈m.; Weg(e)s, Wege〉♦voorbeelden:1 〈 formeel〉 den Weg alles, allen Fleisches, Irdischen gehen • sterfelijk, vergankelijk zijn, stervenes sind noch zwei Kilometer Weg • het is nog twee kilometerden letzten Weg gehen • sterven〈 figuurlijk〉 seinen Weg machen • er komen, zijn weg wel vindenden (rechten) Weg verfehlen • verdwalen〈verouderd; nog schertsend〉 woher des Weges? • waar kom je, komt u vandaan?es liegt mir am Wege • ik kom erlangsauf dem schnellsten Wege • via de kortste wegjemanden auf seinem letzten Weg begleiten • iemand de laatste eer bewijzenjemanden auf den Weg bringen • (a) iemand de weg wijzen; 〈 (b) figuurlijk〉iemand stimuleren, aanzetten, aansporenein Paket auf den Weg bringen, schicken • een pakje verzendensich auf den Weg machen • op weg gaan〈 figuurlijk〉 auf dem besten Weg(e) sein • goed, hard op weg zijnjemandem aus dem Weg(e) gehen • (a) iemand voorbij laten; 〈 (b) figuurlijk〉iemand uit de weg gaan, ontwijken〈 figuurlijk〉 jemanden, etwas aus dem Weg räumen, schaffen • iemand, iets uit de weg ruimenetwas in die Wege leiten • aan iets beginnen, iets aanzwengelenjemandem in den Weg treten, sich jemandem in den Weg stellen • (a) iemand de weg versperren; 〈 (b) figuurlijk〉iemand hinderen, de voet dwars zettenvom Wege abkommen • verdwalengut, schlecht zu Wege, zuwege • goed, slecht ter been zijn〈verouderd; formeel〉 Weg und Steg • het hele land, de hele omgeving2 krumme Wege • slinkse wegen, methodesauf diesem Wege • op deze manier, langs deze wegauf dem Wege der Güte, auf gütlichem Wege • in der minneauf kaltem Wege • zonder scrupules, in koelen bloedeauf kürzestem, auf dem schnellsten Wege • zo snel mogelijkauf schriftlichem Wege • schriftelijketwas im Wege von Verhandlungen regeln • iets door middel van onderhandelingen regelenmit einer Sache zu Wege, zuwege kommen • met iets overweg kunnen -
80 Wehr
Wehr1〈v.; Wehr, Wehren〉♦voorbeelden:————————Wehr2〈o.; Wehr(e)s, Wehre〉
См. также в других словарях:
stand — stand … Dictionnaire des rimes
stand — /stand/, v., stood, standing, n., pl. stands for 43 63, stands, stand for 64. v.i. 1. (of a person) to be in an upright position on the feet. 2. to rise to one s feet (often fol. by up). 3. to have a specified height when in this position: a… … Universalium
Stand — (st[a^]nd), v. i. [imp. & p. p. {Stood} (st[oo^]d); p. pr. & vb. n. {Standing}.] [OE. standen; AS. standan; akin to OFries. stonda, st[=a]n, D. staan, OS. standan, st[=a]n, OHG. stantan, st[=a]n, G. stehen, Icel. standa, Dan. staae, Sw. st[*a],… … The Collaborative International Dictionary of English
Stand by — Stand Stand (st[a^]nd), v. i. [imp. & p. p. {Stood} (st[oo^]d); p. pr. & vb. n. {Standing}.] [OE. standen; AS. standan; akin to OFries. stonda, st[=a]n, D. staan, OS. standan, st[=a]n, OHG. stantan, st[=a]n, G. stehen, Icel. standa, Dan. staae,… … The Collaborative International Dictionary of English
stand-by — [ stɑ̃dbaj ] n. inv. et adj. inv. • 1975; de l angl. stand by passenger, de to stand by « se tenir prêt » et passenger « passager » ♦ Anglic. 1 ♦ Personne qui voyage en avion sans avoir réservé sa place (cf. Passager en attente). 2 ♦ N. m. Voyage … Encyclopédie Universelle
Stand Up — may refer to:* Stand up comedy MusicAlbums* Stand Up (Dave Matthews Band album) * Stand Up (Everyday Sunday album) * Stand Up (Jethro Tull album) * Stand Up! (album), an album by The Archers * Stand Up (Blue King Brown album), an album by Blue… … Wikipedia
stand — ► VERB (past and past part. stood) 1) be in or rise to an upright position, supported by one s feet. 2) place or be situated in a particular position. 3) move in a standing position to a specified place: stand aside. 4) remain stationary or… … English terms dictionary
stand — [stand] vi. stood, standing [ME standen < OE standan; akin to MDu standen, Goth standan < IE base * stā , to stand, be placed > L stare, to stand, Gr histanai, to set, cause to stand] 1. a) to be or remain in a generally upright position … English World dictionary
Stand Up — Álbum de Jethro Tull Publicación 1 de agosto de 1969 Grabación Abril de 1969 Género(s) Rock, rock progresivo, blues y … Wikipedia Español
Stand — (st[a^]nd), n. [AS. stand. See {Stand}, v. i.] 1. The act of standing. [1913 Webster] I took my stand upon an eminence . . . to look into their several ladings. Spectator. [1913 Webster] 2. A halt or stop for the purpose of defense, resistance,… … The Collaborative International Dictionary of English
Stand — can mean several things:Objects*A stand, when referring to an object, is an object that has a massive head another object, usually for display purposes (at events or places such as a conference, a congress, a shop, etc.). See column, armature… … Wikipedia