-
1 pay load
springlading -
2 payload
n. betalende vracht (in vliegtuig, schip); springlading (in bom/raket)payload3 netto lading/laadvermogen -
3 blast
interj. loop naar de maan!--------n. rukwind, luchtdruk; explosie--------v. ontploffing; vloekenblast1[ bla:st] 〈 zelfstandig naamwoord〉♦voorbeelden:blast! • verdorie/verdraaid————————blast2〈 werkwoord〉1 opblazen ⇒ doen exploderen, bombarderen2 vernietigen ⇒ verijdelen, ruïneren♦voorbeelden:4 blast him! • laat hem naar de maan lopen!→ blast off blast off/ -
4 explosive charge
-
5 explosive
adj. explosief, ontplofbaar--------n. springstofexplosive1[ iksploosiv] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 explosief ⇒ ontplofbare stof, springstof♦voorbeelden:————————explosive2〈bijvoeglijk naamwoord; explosiveness〉3 explosief ⇒ gevaarlijk, controversieel♦voorbeelden:explosive engine • explosie/ontploffingsmotorexplosive population increase • enorme bevolkingsgroei
Перевод: с английского на нидерландский
с нидерландского на английский- С нидерландского на:
- Английский
- С английского на:
- Нидерландский