-
101 rolberoerte
-
102 rot
rot1I 〈 het〉3 [rij manschappen] file4 [vier tegen elkaar gezette geweren] stack♦voorbeelden:II 〈de〉♦voorbeelden:————————rot2♦voorbeelden:door en door rot, zo rot als een mispel • rotten to the corehet is om je rot te lachen • it's enough to make a cat laughzich rot lachen • split one's sides laughingzich rot vervelen • be bored to tears -
103 schaduwspits
-
104 scheur
2 [met betrekking tot weefsel/papier] tear3 [informeel] [(grote) mond] trap♦voorbeelden:zijn scheur opentrekken • open one's big mouth -
105 scheuren
1 [stuktrekken] tear2 [verscheuren] tear (up)3 [losrukken, ook figuurlijk] tear (away)♦voorbeelden:2 iets doormidden scheuren • tear something in two/half2 [hard rijden] tear♦voorbeelden:1 pas op, het papier zal scheuren • be careful, the paper will tearuit zijn kleren scheuren • burst out of one's clothes -
106 schizofreen
schizofreen1〈de〉————————schizofreen21 [gespleten, van schizofrene aard] schizophrenic♦voorbeelden: -
107 seconde
-
108 spijker
1 nail♦voorbeelden:een spijker kromslaan/uittrekken • bend/pull out a nail〈 figuurlijk〉 spijkers met koppen slaan • get down to brass tacks, get down to businessiets met een spijker vastslaan • nail something down〈 figuurlijk〉 dat is de spijker op z'n kop • on the button, right on -
109 spijkers op laag water zoeken
spijkers op laag water zoekenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > spijkers op laag water zoeken
-
110 splijten van de hitte
splijten van de hittesplit/crack (open) with the heatVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > splijten van de hitte
-
111 spliterwt
-
112 splitpen
-
113 splitsing
-
114 tweedeling
♦voorbeelden:1 de tweedeling tussen oosterse en westerse culturen • the dichotomy between Eastern and Western cultures -
115 uit
uit1I 〈 bijwoord〉1 [met betrekking tot een richting naar buiten] out2 [met betrekking tot een bestemming/beweging] 〈zie voorbeelden 2〉3 [met betrekking tot het doorlopen van een tijdruimte] out4 [+ er/daar] 〈zie voorbeelden 4〉♦voorbeelden:uit eten gaan • go out for dinnerAjax speelt volgende week uit • Ajax are playing away next weekuit werken gaan • go (out) to work2 moet je ook die kant uit? • are you going that way, too?voor zich uit zitten kijken • sit staring into space3 dag in, dag uit • day in, day out4 ik ben er uit • 〈 ik heb het opgelost〉 I've solved that problem; 〈 ik begrijp het helemaal〉 I'm in the picture nowik zou er graag eens uit willen • I would like to get away for a whilede aankoop heb je er na een jaar uit • the purchase will save its cost in a year¶ ik kan er niet over uit • I can't believe it/get over itII 〈bijvoeglijk naamwoord; niet attributief〉2 [afgelopen] over3 [niet brandend] (gone) out5 [ouderwets] out6 [verschenen, gepubliceerd] out7 [in bloei] out♦voorbeelden:de bal is uit • the ball is outdie vlek gaat er niet uit • that stain won't come outuit, goed voor u! • get away from it all!het is uit tussen hen • it is finished between themen nou is 't uit! • this has got to stop!het is uit met de pret • the game is over nowik doe het niet, punt uit! • I won't do it, and that's final!de lamp is uit • the light is out/off4 op iets uit zijn • be out for/after somethinghij is er alleen maar op uit om te winnen • his sole aim is to win————————uit2〈 voorzetsel〉2 [verwijderd van] off3 [te buiten, te boven gaand] out of4 [afkomstig van, door middel van] (out) of♦voorbeelden:uit het raam kijken • look out of the windoween speler uit het veld sturen • order a player off (the field)ik kan de tweeling niet uit elkaar houden • I can't tell which of the twins is which/the twins apartuit elkaar vallen • break to piecesuit één stuk • (all) of a piecekiezen uit drie mogelijkheden • choose from three possibilitieséén uit de twintig/duizend • one in twenty/a thousand5 uit bewondering • out of/in admirationuit betrouwbare bron is vernomen • we have it on good authorityzij trouwden uit liefde • they married for loveuit veiligheidsoverwegingen • for safety('s sake)uit voorzorg • by way of precaution -
116 uitsplitsen
1 [uit elkaar werken] split (up)♦voorbeelden: -
117 verschil
♦voorbeelden:een groot/hemelsbreed verschil maken • make all the differenceeen subtiel verschil • a fine distinctionverschil maken tussen • draw a distinction between, differentiate between; 〈 verschillend behandelen, bijvoorbeeld kinderen〉 discriminate betweenverschil maken • make a differencemet dit verschil, dat … • with one difference, namely that …het verschil met 2 jaar geleden • the difference from 2 years agoeen verschil van dag en nacht • a world of difference -
118 versplinteren
♦voorbeelden: -
119 vreselijk
vreselijk11 [enorm] terrible, awful2 [afschrikwekkend] terrifying, horrible♦voorbeelden:1 vreselijke honger hebben • have a ravenous appetite, be ravenouswe hebben vreselijk gelachen • we nearly died laughing/split our sides laughinghet stormt vreselijk • there's a terrible/frightful storm2 een vreselijke moord • a shocking/horrible murderII 〈 bijwoord〉1 [in hoge mate] terribly, awfully, frightfully♦voorbeelden:het is vreselijk slecht weer • the weather is shocking/terrible————————vreselijk2♦voorbeelden:1 vreselijk, wat een troep! • dreadful, this mess! -
120 we hebben vreselijk gelachen
we hebben vreselijk gelachenwe nearly died laughing/split our sides laughingVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > we hebben vreselijk gelachen
См. также в других словарях:
Split — Split … Deutsch Wikipedia
split — 1 vb split, split·ting: to divide into parts or portions: as a: to divide into factions, parties, or groups b: to mark (a ballot) or cast or register (a vote) so as to vote for candidates of different parties c: to divide (stock) by issuing a… … Law dictionary
SPLIT — (also Spliet; It. Spalato; in Jewish sources אישפלטרא), Adriatic port in Croatia. A Jewish community with a cemetery existed in nearby Salona (now Solin) in the third century C.E. When Salona was destroyed by the Avars in 641, the Jews seem to… … Encyclopedia of Judaism
split — (v.) 1580s, from M.Du. splitten, from P.Gmc. *spl(e)it (Cf. Dan., Fris. splitte, O.Fris. splita, Ger. spleißen to split ), from PIE * (s)plei to split, splice (see FLINT (Cf. flint)). Meaning leave, depart first recorded 1954, U.S. slang. Of… … Etymology dictionary
Split — (spl[i^]t), v. t. [imp. & p. p. {Split} ({Splitted}, R.); p. pr. & vb. n. {Splitting}.] [Probably of Scand. or Low German origin; cf. Dan. splitte, LG. splitten, OD. splitten, spletten, D. splijten, G. spleissen, MHG. spl[=i]zen. Cf. {Splice},… … The Collaborative International Dictionary of English
Split — (spl[i^]t), v. t. [imp. & p. p. {Split} ({Splitted}, R.); p. pr. & vb. n. {Splitting}.] [Probably of Scand. or Low German origin; cf. Dan. splitte, LG. splitten, OD. splitten, spletten, D. splijten, G. spleissen, MHG. spl[=i]zen. Cf. {Splice},… … The Collaborative International Dictionary of English
Split — Split, n. 1. A crack, rent, or longitudinal fissure. [1913 Webster] 2. A breach or separation, as in a political party; a division. [Colloq.] [1913 Webster] 3. A piece that is split off, or made thin, by splitting; a splinter; a fragment. [1913… … The Collaborative International Dictionary of English
Split — Split, a. 1. Divided; cleft. [1913 Webster] 2. (Bot.) Divided deeply; cleft. [1913 Webster] 3. (Exchanges) (a) Divided so as to be done or executed part at one time or price and part at another time or price; said of an order, sale, etc. (b) Of… … The Collaborative International Dictionary of English
Split — /split/, n. a seaport in S Croatia, on the Adriatic: Roman ruins. 180,571. Italian, Spalato. * * * ancient Spalatum Seaport (pop., 2001: 188,694), Dalmatia, Croatia. The Romans established the colony of Salonae nearby in 78 BC, and the emperor… … Universalium
split — ► VERB (splitting; past and past part. split) 1) break forcibly into parts. 2) divide into parts or groups. 3) (often split up) end a marriage or other relationship. 4) (be splitting) informal (of one s head) suffering great pain from a he … English terms dictionary
split — [split] vt. split, splitting [MDu splitten, akin to MHG splīzen < IE base * (s)plei , to split, crack > FLINT] 1. to separate, cut, or divide into two or more parts; cause to separate along the grain or length; break into layers 2. to break … English World dictionary