-
1 klasseren
1 [in een klasse onderbrengen, geordend opbergen] classifyII 〈wederkerend werkwoord; zich klasseren〉♦voorbeelden:zich als eerste klasseren • come first -
2 kwalificeren
1 [benoemen] designate2 [geschikt maken] qualify3 [rechtskundige naam geven] characterize♦voorbeelden:II 〈wederkerend werkwoord; zich kwalificeren〉1 [zich plaatsen] qualify (for) -
3 plaatsen
1 [een plaats geven aan, zetten, stellen] place ⇒ put, situate 〈 gebouw〉, put/set up 〈 machine〉, install 〈 machine〉2 [met betrekking tot geld] invest3 [in dienst nemen] employ ⇒ 〈 aan betrekking helpen〉 place, 〈 aan betrekking helpen〉 find a place/position for4 [een standplaats toewijzen] give a place (to)♦voorbeelden:een artikel plaatsen 〈 in krant〉 • print a(n) story/articleeen opmerking plaatsen • make a remarkeen telefoon plaatsen • put in/install a telephonein een inrichting plaatsen • put in an institutioneen kantoorgebouw naast een kerk plaatsen • situate an office building next to a churchnaast elkaar plaatsen • put/place next to one anotherde ladder tegen het schuurtje plaatsen • lean/put the ladder against the sheduit elkaar plaatsen • separateeen order plaatsen • place an orderII 〈wederkerend werkwoord; zich plaatsen〉1 [sport] qualify (for)♦voorbeelden: -
4 bekwaam maken
v. capacitate, qualify -
5 bekwamen
v. train, qualify -
6 in aanmerking komen
v. qualify, count -
7 kwalificeren
v. qualify -
8 zich bekwamen
v. qualify, undergo training -
9 zich bekwamen voor
v. qualify oneself for, undergo training to -
10 kenmerken
• to qualify -
11 aanmerking
♦voorbeelden:1 aanmerkingen maken/hebben (op) • find fault (with), criticizein aanmerking komen voor een betrekking • be eligible for a positionalles in aanmerking genomen • all things consideredin aanmerking genomen (dat) • considering (that) -
12 afzwakken
1 [zwakker maken] weaken♦voorbeelden: -
13 bekwamen
1 qualify ⇒ 〈 wederkerend werkwoord ook〉 train (oneself), study, 〈 overgankelijk werkwoord ook〉 train, 〈 overgankelijk werkwoord ook〉 teach♦voorbeelden:zich in iets bekwamen • train (oneself) for something -
14 bepalen
4 [taalkunde] qualify, modify♦voorbeelden:de rechtbank heeft bepaald dat … • the court has decided that …de wet bepaalt, dat … • the law prescribes that …vooraf/van tevoren bepalen • predeterminede prijs werd bepaald op ƒ100,- • the price was set at 100 guildershet tempo bepalen • set the pacedat bepaal ik zelf wel! • that's for me to decidezijn standpunt nader bepalen • (further) define one's positionde schade werd bepaald op ƒ1000,- • the damage was assessed at 1000 guildersdit is bepalend voor het tarief • this determines the tariff -
15 daarin moet je een nuance aanbrengen
daarin moet je een nuance aanbrengenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > daarin moet je een nuance aanbrengen
-
16 de atleten moeten voldoen aan de limiet
de atleten moeten voldoen aan de limietVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de atleten moeten voldoen aan de limiet
-
17 diploma
2 [geschiedenis] [officieel stuk] diploma, charter3 [bewijsstuk van een onderscheiding] diploma♦voorbeelden:in het bezit zijn van alle vereiste diploma's • have all the necessary bits of papereen diploma behalen • qualify, graduatediploma's uitreiken • present diplomas/certificateszonder diploma's • unqualified -
18 een diploma behalen
Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een diploma behalen
-
19 een verklaring afzwakken
een verklaring afzwakkenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een verklaring afzwakken
-
20 eindronde
- 1
- 2
См. также в других словарях:
qualify — qual‧i‧fy [ˈkwɒlfaɪ ǁ ˈkwɑː ] verb qualified PTandPP 1. [intransitive] to gain the qualifications needed for a particular profession etc: qualify as • She recently qualified as a pilot. 2. [intransitive] to have t … Financial and business terms
qualify — qual·i·fy / kwä lə ˌfī/ vb fied, fy·ing vt 1: to limit or modify in some way 2: to make or consider eligible or fit his training and experience qualified him as an expert witness 3: to issue a certificate … Law dictionary
Qualify — Qual i*fy, v. t. [imp. & p. p. {Qualified}; p. pr. & vb. n. {Qualifying}.] [F. qualifier, LL. qualificare, fr. L. qualis how constituted, as + ficare (in comp.) to make. See {Quality}, and { Fy}.] 1. To make such as is required; to give added or… … The Collaborative International Dictionary of English
qualify — [v1] make or become ready, prepared authorize, capacitate, certify, check out, come up to snuff*, commission, condition, cut it*, earn one’s wings*, empower, enable, endow, entitle, equip, fill the bill*, fit, get by*, ground, hack it*, make it* … New thesaurus
qualify — [kwôl′ə fī΄, kwäl′ə fī΄] vt. qualified, qualifying [Fr qualifier < ML qualificare < L qualis, of what kind (see QUALE) + facere, to make, DO1] 1. to describe by giving the qualities or characteristics of 2. to make fit for an office,… … English World dictionary
qualify — ► VERB (qualifies, qualified) 1) (often qualify for) meet the necessary standard or conditions to be entitled to or eligible for something. 2) become officially recognized as a practitioner of a profession or activity, typically after study and… … English terms dictionary
Qualify — Qual i*fy, v. i. 1. To be or become qualified; to be fit, as for an office or employment. [1913 Webster] 2. To obtain legal power or capacity by taking the oath, or complying with the forms required, on assuming an office. [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
qualify — (v.) mid 15c., to invest with a quality, from M.L. qualificare attribute a quality to, from L. qualis of what sort (see QUALITY (Cf. quality)) + facere to make (see FACTITIOUS (Cf. factitious)). Sense of be fit for a job first appeared 1580s.… … Etymology dictionary
qualify — 1 *moderate, temper Analogous words: modify, vary, alter, *change: *adapt, adjust, conform, accommodate, reconcile 2 *characterize, distinguish, mark Analogous words: *ascribe, impute, attribute, assign: pre … New Dictionary of Synonyms
qualify */*/*/ — UK [ˈkwɒlɪfaɪ] / US [ˈkwɑləˌfaɪ] verb Word forms qualify : present tense I/you/we/they qualify he/she/it qualifies present participle qualifying past tense qualified past participle qualified 1) a) [intransitive] to become a member of a… … English dictionary
qualify — qual|i|fy [ kwalə,faı ] verb *** ▸ 1 have qualities for something ▸ 2 join profession ▸ 3 reach competition stage ▸ 4 change a statement ▸ 5 in linguistics 1. ) intransitive to have the right qualities or be in the right situation to be… … Usage of the words and phrases in modern English