-
1 tevoren
1 [vroeger] before, previously2 [vooraf] beforehand♦voorbeelden:1 een jaar tevoren • a year before/previouslymeer dan ooit tevoren • more than ever before2 van tevoren • before(hand), in advance -
2 afgesproken
adj. agreed, fixed; prearranged, previously agreed upon--------interj. it's a deal, you've got it, we're in business, OK (Colloquial) -
3 alreeds
adv. already, previously -
4 applicatiecursus
n. refresher course, course that reviews information that has been taught previously -
5 bovengenoemde
pron. aforesaid, previously mentioned -
6 calloptie
n. call option, exercising a previously agreed upon right to purchase commodities or financial paper -
7 geleden
adj. past, preceding, previous--------adv. ago, previously; since -
8 tevoren
adv. ahead of time, in advance, previously, before -
9 van tevoren
adv. beforehand, previously -
10 vooraan
adv. in front, to the fore, fore, formerly, previously, ahead -
11 vroeger
adj. former, previous, late, anterior, prior, precedent, old, one time, sometime, pristine, early--------adv. formerly, previously, anteriorly, prior, aforetime, beforetime, in former times, at one time, earlier, erenow, of yore, erst--------pref. ex -
12 vroegrijp
adj. early ripe, precocious, forward--------adv. previously -
13 de al eerder door ons gesignaleerde fouten
de al eerder door ons gesignaleerde foutenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de al eerder door ons gesignaleerde fouten
-
14 een jaar tevoren
een jaar tevorena year before/previouslyVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een jaar tevoren
-
15 geleden
1 [op/vóór een tijdstip gebeurd] ago ⇒ back, 〈 van een punt in het verleden gerekend〉 before, 〈 van een punt in het verleden gerekend〉 previously, 〈 van een punt in het verleden gerekend〉 earlier♦voorbeelden:1 het is een hele tijd geleden, dat … • it has been a long time since …ik had het een week geleden nog gezegd • I had said so a week beforehet is donderdag drie weken geleden gebeurd • it happened three weeks ago this/last Thursdayniet lang geleden, kort/pas geleden • not long ago, the other day, only recently -
16 geleverde koopwaar terugvorderen
geleverde koopwaar terugvorderenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > geleverde koopwaar terugvorderen
-
17 gesignaleerd
♦voorbeelden: -
18 terugvorderen
-
19 tijd
1 [als ononderbroken eenheid; tijdsduur] time2 [tijdstip; juiste/geschikte moment] time5 [taalkunde] tense♦voorbeelden:in de helft van de tijd • in half the timein een jaar tijd • (with)in a yearna bepaalde tijd • after some/a time, eventuallygeruime tijd • a considerable time, a good whilede hele tijd • all the time, the whole timeeen hele tijd geleden • quite a while agohet is hoog tijd om te vertrekken • it's high time we leften dat is hoog tijd ook! • and about time too!het is de hoogste tijd! • 〈 in kroeg〉 time, (gentlemen,) please!een tijd lang • for a while/timeik heb haar lange tijd niet gezien • I haven't seen her for/in ages/quite a whileeen lange/korte tijd duren • last a long/short timevoor onbepaalde tijd • indefinitely, for an indefinite periodsedert onheuglijke tijden • since time immemorial〈 sport〉 een scherpe tijd neerzetten • record/run a fast timevrije tijd • spare/free time, time off, leisure (time)waar blijft de tijd? • where's the time gone (to)?het zal mijn tijd wel duren • I won't be around to see ithet duurde een tijdje voor ze eraan gewend was • it was/took a while before/until she got used to itik ben niet aan tijd gebonden • I'm not pressed for timeik geef je vijf seconden de tijd • I'm giving you five secondsje moet jezelf de tijd geven • take your timeiemand de tijd geven/gunnen • give someone timezich de tijd niet gunnen (om) • not take the time (to)heb je even tijd? • have you got a moment/a sec?die tijd heb ik gehad • I'm past that now, I've been through thatgeen/genoeg tijd hebben om … • have no/enough time to …tijd genoeg hebben • have plenty of/enough timede tijd hebben • have timewe hebben hem een tijd niet gezien • we haven't seen him for a/some while/some timewe hebben de tijd aan onszelf • our time is our ownweinig tijd hebben • not have got much time, be pressed for timeje hebt nog 14 dagen de tijd • you've got 14 days lefttijd kosten • take timeals je geen tijd hebt, maak je maar tijd • if you haven't got time, make timede tijd nemen voor iets • take one's time about/over somethingtijd opnemen • record the timeer is geen tijd te verliezen • there's no time to lose/to be lostde tijd verstrijkt • time passesdat was me nog eens een tijd! • what a time that was!, those were the days!mijn tijd zit erop • ±I've done my stintin de baas zijn tijd • during/on the boss's timeuw tijd is om • your time is upbinnen afzienbare tijd • within the foreseeable futurebinnen niet al te lange tijd • (with)in the not too distant future, before (too) longbinnen de kortst mogelijke tijd • in (next to) no timehet heeft in tijden niet zo geregend • it hasn't rained like this for agesmet de tijd breidde de hongersnood zich uit • as time went on the famine spreaddit zal met de tijd wel beter gaan • it'll probably get better in timemet zijn tijd geen raad weten • have time on one's handsna korte tijd lukte het ons om … • we soon managed to …sinds enige tijd • for some time (past)een tijd van 11 seconden • a time of 11 secondshet is maar voor korte tijd • it's only for a short whilevoor de tijd van • for a period ofvorig jaar om dezelfde tijd • (at) the same time last yearde plaatselijke tijd • local timede tijd is rijp om … • the time is ripe to …heeft u de tijd ? • have you got the time?'t is allang tijd geweest • it's long past/ 〈 informeel〉way past/way over timeals de tijd daar is • when the time/day comesde tijd verdrijven/korten/doden • kill timeeindelijk! het werd tijd • at last! it was about time (too)!het wordt tijd dat … • it is (high) time that …〈 pregnant〉 het wordt mijn tijd • I must be off, it's time for me to gobij tijd en wijle • now and again/thenmorgen/gisteren om deze tijd • (about/ Aaround) this time tomorrow/yesterdaytijd om te eten/te slapen • time to eat/to go to bedop vaste tijden • at set/fixed timesnet op tijd • just in timeop tijd • in time 〈om iets te doen/voorkomen〉; on time 〈 volgens een bepaald tijdschema, afspraak e.d.〉de bussen lopen precies op tijd • the buses run to/on time/scheduleruim op tijd • with plenty of time to spareop tijd naar bed gaan • not go to bed latezij is over tijd • she's late with her period, her period's late/overduerond die tijd • around then/that timesinds korte tijd • recently, latelyte allen tijde • at all timeste zijner tijd • in due course, when appropriatetegen die tijd • by that time, by thenten tijde van hun huwelijk • at the time of their marriageten tijde van Hendrik VIII • in the days/time/age of Henry VIIIvan tijd tot tijd • from time to timevan die tijd af • from that time (on/onward(s), (ever), since (that time)een tijd van komen en een tijd van gaan • ±nothing lasts foreverwarm voor de tijd van het jaar • warm for the/this time of yearsterven voor zijn tijd • die before one's time/prematurelyje moet de eerste tijd nog rustig aandoen • to begin with/at first you must take it easyin minder dan geen tijd • in (less than) no timeeen tijdje • a whileveel tijd in beslag nemen • take up a lot of timetijd te kort komen • run out/run short of time3 betere tijden gekend hebben • have known better times/seen better dayseen dure tijd • a time/period when the cost of living is highgoede/slechte tijden • good/bad timesde laatste tijd • lately, recentlyhij heeft een moeilijke tijd gehad • he's been through/had a hard timede goede oude tijd • the good old daysdat is allemaal verleden tijd • that's all in the past/water under the bridgezijn (beste) tijd gehad hebben • be past one's best/prime, have seen better daysdie tijd is geweest/‘voorbij’ • those days are gone/past/overer is een tijd geweest dat … • there was a time when …niet met zijn tijd meegaan • be behind the timesde tijden zijn veranderd • times have changedbij tijden • at times/intervals(goed) bij de tijd zijn • be right up to date, be on the ballin tijden van oorlog • in times of warin deze/onze tijd • in these times, nowadaysin deze tijd van het jaar • at this time of (the) yearin vroeger tijd • in earlier times/the pastmet zijn tijd meegaan • keep up with/move with the timesuit de tijd raken • go/get/become out of date; become outdateddie muziek is uit de tijd • that music is out of date/old-fashioneddat was voor mijn tijd • that was before my time/daydat was voor die tijd heel ongebruikelijk • in/for those days it was most unusualvóór die tijd was het een klooster • it used to be/previously it was a monasteryvóór de tijd van de auto • before the era of the car5 de tegenwoordige/verleden tijd • the present/past tense〈 figuurlijk〉 dat is voltooid verleden tijd • that's over and done with, that's ancient history -
20 verrekenen
1 [vereffenen] settle; deduct, adjust; 〈 crediteren〉 credit to an account; 〈 debiteren〉 debit to an account; 〈 uitbetalen〉 pay out♦voorbeelden:1 voorheffingen worden verrekend met de belastingaanslag • previously paid tax will be deducted in the final assessmentiets met iets verrekenen • balance something with somethingII 〈wederkerend werkwoord; zich verrekenen〉1 [zich vertellen] miscalculate2 [bedrogen uitkomen] make a mistake/an error♦voorbeelden:
- 1
- 2
См. также в других словарях:
Previously — Pre vi*ous*ly, adv. Beforehand; antecedently; as, a plan previously formed. [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
previously — index heretofore Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
previously — [adv] earlier ahead, already, ante, antecedently, at one time, away back, a while ago, back, back when, before, beforehand, erstwhile, fore, formerly, forward, heretofore, hitherto, in advance, in anticipation, in days gone by, in the past, long… … New thesaurus
previously — [[t]pri͟ːviəsli[/t]] ♦♦♦ 1) ADV: usu ADV with v, also ADV adj, ADV with cl Previously means at some time before the period that you are talking about. Guyana s railways were previously owned by private companies... The contract was awarded to a… … English dictionary
previously — adverb at an earlier time or formerly (Freq. 30) she had previously lived in Chicago he was previously president of a bank better than anything previously proposed a previously unquestioned attitude antecedently arranged • Syn: ↑ … Useful english dictionary
previously — pre|vi|ous|ly W2S3 [ˈpri:viəsli] adv before now or before a particular time ▪ Almost half the group had previously been heavy smokers. two days/three years etc previously (=two days, three years etc before) ▪ Six months previously he had smashed… … Dictionary of contemporary English
previously — adverb before the present time: The world record was previously held by a Spanish athlete. | two days/three years etc previously: The car was now worth twice what we d paid for it six months previously … Longman dictionary of contemporary English
previously — adv. Previously is used with these adjectives: ↑exempt, ↑impossible, ↑married, ↑neglected, ↑secret, ↑separate, ↑unheard, ↑unheard of, ↑unknown, ↑unnoticed, ↑unthinkable, ↑ … Collocations dictionary
previously — pre|vi|ous|ly [ priviəsli ] adverb *** before the present time, or before the time you are discussing: She was previously employed as a research scientist. Three years previously, he had met Susan … Usage of the words and phrases in modern English
previously */*/*/ — UK [ˈpriːvɪəslɪ] / US [ˈprɪvɪəslɪ] adverb before the present time, or before the time you are discussing She was previously employed as a research scientist. Three years previously, he had met Susan … English dictionary
previously — adverb previously, only the outermost doors were locked at night Syn: formerly, earlier, earlier on, before, hitherto, once, at one time, in the past, in days gone by, in times gone by, in bygone days, in times past, in former times; in advance,… … Thesaurus of popular words