-
1 Angabe
Angabe〈v.〉1 opgave, aangifte ⇒ gegeven, verklaring, informatie♦voorbeelden:falsche Angaben machen • een valse verklaring afleggenlaut, nach Angaben von Passanten • volgens verklaringen van voorbijgangersAngaben zur Person • personalia, gegevens omtrent de persoon -
2 Angeberei
-
3 Flunkerei
-
4 Getöne
-
5 Großartigkeit
-
6 Großtuerei
-
7 Protz
-
8 Protzerei
-
9 Renommisterei
-
10 Schaumschlägerei
Перевод: с немецкого на нидерландский
с нидерландского на немецкий- С нидерландского на:
- Немецкий
- С немецкого на:
- Нидерландский