-
1 oploop
-
2 oploop
-
3 oploop
сущ.общ. стечение, сборище (народа) -
4 oploop
n. tumult, coven -
5 oploop
• rise• run-on -
6 oploop
kalabalık s -
7 er was een oploop van het gepeupel
er was een oploop van het gepeupelVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > er was een oploop van het gepeupel
-
8 okup
oploop -
9 run-on
oploop -
10 rise
oploopstijgingtoename -
11 attroupement
-
12 сборище
ngener. samenscholing (много людей собираются вместе), relletje, oploop (народа), (небольшое) opstootje, toeloop -
13 стечение
-
14 affray
-
15 squash
n. kneuzing, vermorzeling; kwast (limonade); pompoen; (in sport:) squash--------v. geplet worden; dringen, zich persen; pletten, platdrukkensquash1[ skwosj] 〈zelfstandig naamwoord; meervoud: in betekenis 0.3 ook squash〉4 pulp————————squash2♦voorbeelden:2 can I squash in next to you? • kan ik me nog naast u wringen?squash up • zich opeendringenII 〈 overgankelijk werkwoord〉4 wringen♦voorbeelden:4 squash in • erin/erbij persensquash up • samenduwen -
16 rassemblement
-
17 сборище
ngener. samenscholing (много людей собираются вместе), relletje, oploop (народа), (небольшое) opstootje, toeloop -
18 стечение
-
19 standje
-
20 gepeupel
♦voorbeelden:
Страницы
- 1
- 2
См. также в других словарях:
Oploop — Dat Ole Land • Auflauf … Plattdeutsch-Hochdeutsch