-
1 Frauen wie Männer
zowel vrouwen als mannen, vrouwen en, evenals mannen -
2 wie
wie1〈 bijwoord〉1 hoe, wat♦voorbeelden:1 wie dumm! • wat dom!wie viel? • hoeveel?wie bitte? • wat zegt u?ein guter Vorschlag, wie? • een goed voorstel, of niet?wie wäre es, wenn …? • wat zou je ervan zeggen als …?————————wie2〈 voegwoord〉♦voorbeelden:1 Frauen wie Männer • zowel vrouwen als mannen, vrouwen en, evenals mannenwie man sagt • naar men zegt, naar verluidt〈 informeel〉 einer wie der andere • allemaal samen, de een net zo goed als de anderes ist einer wie der andere • ze zijn allemaal precies eender, hetzelfdeso gut wie möglich • zo goed (als) mogelijkwie wenn • alsof -
3 Bau
Bau1〈m.; Bau(e)s〉5 〈 soldaten(taal)〉arrestgebouw, arrestlokaal♦voorbeelden:im, in Bau sein • in aanbouw, aanleg zijnzum Bau, auf den Bau gehen • de bouw ingaan¶ Leute vom Bau • mannen van 't vak, vakgenoten————————Bau2〈m.; Bau(e)s, Bauten〉1 gebouw, bouwwerk————————Bau3〈m.; Bau(e)s, Baue〉♦voorbeelden: -
4 Leute
Leute♦voorbeelden:die feinen Leute • de hogere standen, de notabelendann sind wir geschiedene Leute! • dan is het uit tussen ons!kleine Leute • eenvoudige luietwas unter die Leute bringen • iets bekendmakenetwas kommt unter die Leute • iets wordt, raakt bekendLeute vom Lande • plattelandsbewoners〈 spreekwoord〉 allen Leuten recht getan, ist eine Kunst, die niemand kann • ±imen kan het niet iedereen naar de zin maken/i -
5 Leute vom Bau
Leute vom Baumannen van 't vak, vakgenoten -
6 Mann
Mann1〈m.; Mann(e)s, Männer〉♦voorbeelden:ein Mann der Tat • een man van de daad〈 sport en spel〉 der freie Mann • de vrije man, de liberoein ganzer Mann • een flinke ventder kluge Mann baut vor • voorkomen is beter dan genezen〈 informeel〉 mein lieber Mann! • mijn beste kerel!der schwarze Mann • de boeman〈 informeel〉 den starken Mann markieren, mimen, spielen • de branie, durfal uithangen〈 informeel〉 ein toter Mann sein • afgedaan hebben, uitgerangeerd zijndas (er)nährt seinen Mann • daar kun je van rondkomener hat seinen Mann gefunden • hij heeft zijn evenknie gevondenseinen Mann stehen, stellen • zijn mannetje staan〈 scheepvaart〉 alle Mann an Deck! • alle hens aan dek!etwas an den Mann bringen • iets aan de man brengender Mann im Mond • het mannetje van de maanmit Mann und Maus untergehen • met man en muis vergaanwie ein Mann • als één man〈 spreekwoord〉 ein Mann, ein Wort • een man een man, een woord een woord————————Mann2〈m.; Mann(e)s, Mannen〉 〈 geschiedenis〉1 leenman, vazal -
7 Männerart
Männerart〈v.〉♦voorbeelden:1 nach Männerart • zoals bij mannen te doen gebruikelijk, typisch mannelijk -
8 es mit allerhand Männern treiben
es mit allerhand Männern treibenzich met allerlei mannen afgeven, inlatenWörterbuch Deutsch-Niederländisch > es mit allerhand Männern treiben
-
9 nach Männerart
nach Männerartzoals bij mannen te doen gebruikelijk, typisch mannelijk -
10 treiben
treiben♦voorbeelden:〈 figuurlijk〉 sich treiben lassen • zich (willoos) door de stroom laten meevoeren; 〈 ook〉 zich laten gaan〈 figuurlijk〉 wohin werden die Dinge noch treiben? • hoe zullen de zaken zich ontwikkelen?der Saft trieb ins Holz • het sap schoot in het houtdie Hefe treibt • de gist rijstII 〈 overgankelijk werkwoord〉2 doen aan, uitoefenen ⇒ (be)drijven, beoefenen♦voorbeelden:1 einen Kreisel treiben • een tol zwepen, aandrijvendas Wasser treibt das Rad • het water drijft het rad (aan)man muss ihn immer treiben! • je moet steeds achter hem aan zitten!〈 onpersoonlijk werkwoord〉 es treibt mich • ik (ge)voel de behoefte, ik voel me gedrevenwas mag ihn wohl treiben? • wat mag, zou hem toch bezielen?einen Reifen auf ein Fass treiben • een hoepel om een vat slaandie Wut wurde bis zur Siedehitze getrieben • de woede steeg tot het kookpuntetwas durch ein Sieb treiben • iets door een zeef haleneinen Nagel in die Wand treiben • een spijker in de muur drijven, slaandie Preise in die Höhe, nach oben treiben • de prijzen opdrijvendas trieb ihm den Zorn ins Gesicht • hij werd rood van kwaadheid (daardoor)das Vieh ins, zu Tal treiben • het vee naar het dal drijvenDemonstranten von der Straße treiben • demonstranten van de straat af-, verjagen, verdrijvenjemanden zur Arbeit treiben • iemand aan het werk zettenjemanden zur Eile treiben • iemand tot spoed aanzettenjemanden zur Verzweiflung treiben • iemand wanhopig maken2 Gymnastik treiben • (aan) gymnastiek doen, gymmenein Handwerk treiben • een ambacht uitoefenenLuxus treiben • in grote luxe levenSpionage treiben • aan spionage doen, spionerenSport treiben • aan sport doen, sportenein Studium treiben • een studie doen, studerenVorsorge treiben • voorzorgsmaatregelen treffen3 was treibst du den ganzen Tag? • wat doe jij zoal de hele dag?was treibt ihr (denn) hier? • wat voeren, spoken jullie hier uit?so darf, kann er es nicht mehr lange treiben • zo mag, kan hij niet lang meer blijven doorgaanes wüst treiben • woest tekeergaan, (lelijk, danig) huishoudenes schlimm, übel mit jemandem treiben • iemand slecht behandelen〈 informeel〉 es mit allerhand Männern treiben • zich met allerlei mannen afgeven, inlaten
См. также в других словарях:
Mannen — (Pares curiae), Vasallen, die in gleichem Lehnsverhältniß zu einem u. demselben Lehnsherrn stehen. Daher Mannengericht, so v.w. Lehnsgericht … Pierer's Universal-Lexikon
Mannen [1] — Mannen, kleines Stückgut beim Löschen oder Laden eines Schiffes von Hand zu Hand reichen … Meyers Großes Konversations-Lexikon
Mannen [2] — Mannen, im Lehnwesen soviel wie Vasallen … Meyers Großes Konversations-Lexikon
Mannen — Mannen, im Mittelalter Lehnsleute und Vasallen … Kleines Konversations-Lexikon
Mannen — * Mannen, verb. reg. act. welches aber für sich allein im Hochdeutschen ungewöhnlich ist. Im Oberdeutschen bedeutete es ehedem heirathen, einen Mann nehmen, von dem andern Geschlechte, so wie weiben ein Weib nehmen. Es ist im Hochdeutschen nur… … Grammatisch-kritisches Wörterbuch der Hochdeutschen Mundart
Mannen — Mannen, die Lehensleute oder Vasallen; M.gericht, altdeutsches Gericht bei Streitigkeiten zwischen Lehensherren und Vasallen, aus letzteren bestehend … Herders Conversations-Lexikon
Mannen — Mann: Das gemeingerm. Wort mhd., ahd. man, got. manna, engl. man, schwed. man geht mit verwandten Wörtern in anderen idg. Sprachen auf *manu oder *monu »Mensch, Mann« zurück, vgl. z. B. aind. mánu ḥ »Mensch, Mann«, Manuṣ »Stammvater der… … Das Herkunftswörterbuch
mannen — mạn|nen 〈V. tr.; hat; Mar.〉 von Mann zu Mann reichen (Stückgut) * * * Mannen, Bezeichnung für die Lehnsmannen (Lehnswesen), auch für die Dienstmannen (Ministerialen). * * * mạn|nen <sw. V.; hat (Seemannsspr.): von Mann zu Mann reichen;… … Universal-Lexikon
Mannen — Mạn·nen die; Pl, hist; die Leute, die jemandem dienen ≈ Vasallen: der König und seine Mannen … Langenscheidt Großwörterbuch Deutsch als Fremdsprache
Mannen som älskade träd — Studio album by Cornelis Vreeswijk Released 1985 … Wikipedia
Mannen som blev en gris — Studio album by Thåström Released 2002 Genre Hard Rock Length 43:00 … Wikipedia