-
41 firstlady
n. first lady, wife of the foremost leader in a country or city; well-known woman in her field -
42 geheimtaal
n. secret language, mysterious language, language that is hidden or not well known -
43 gerenommeerd
adj. renowned, famous, well-known, prominent -
44 gereputeerd
adj. reputed, known as, regarded as -
45 gevierd
adj. celebrated, famous, widely recognized, well-known -
46 hebbeding
n. thingy, object whose name is not known or has been forgotten, thingamajig, whatchamacallit, doodad -
47 hivvirus
n. HIV virus, human immunodeficiency virus, retrovirus (cause of the disease known as AIDS) -
48 huisvriend
n. family friend, friend that is well-known and well-liked by every member of the family -
49 hydrogeen
adj. hydrogen, colorless odorless gas (lightest of the known elements) -
50 hydrogenium
n. hydrogen, colorless odorless gas (lightest of the known elements) -
51 overbekend
adj. generally known, notorious -
52 vertrouwd
adj. safe, familiar, well known, reliable, conversant, confidential--------adv. familiarly -
53 waterstof
n. <I>(also: <B>H</B>)</I> hydrogen, colorless odorless gas (lightest of the known elements) -
54 welbekend
adj. well known, notorious, twice-told -
55 Venetië is bekend om zijn schoonheid
Venetië is bekend om zijn schoonheidVenice is known/noted for its beautyVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > Venetië is bekend om zijn schoonheid
-
56 aan de vruchten kent men de boom
Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > aan de vruchten kent men de boom
-
57 aanmelden
♦voorbeelden:1 bezoekers werden eerst bij de commandant aangemeld • visitors were first reported to the commandant2 gegadigden kunnen zich schriftelijk/persoonlijk aanmelden bij • candidates may apply by letter/in person toII 〈wederkerend werkwoord; zich aanmelden〉♦voorbeelden:1 hij meldde zich als de schrijver van dat pamflet aan • he made himself known as the author of the pamphlet -
58 al
al1〈 bijwoord〉2 [versterking] all♦voorbeelden:al enige tijd, al vanaf juli • for some time past/now, (ever) since Julyik ben al een uur aan het roepen • I've been calling for the last hourdat is al oud • that's (already) olddat dacht ik al • I thought sois zij er nu al? • 〈 met klemtoon op nu〉 is she here already?is het nu al vier uur? • is it four (o'clock) already?is Jan er al? • is John here yet?ik heb het altijd al geweten • I've known it all alonghoe lang is hij al hier? • how long has he been here?dat wist zij toen al • she knew it even thenal in '82, al voor '82 • as early as '82, even before '82daar heb je het al • there you arezijn komst is al genoeg • just his coming is good enoughal te snel/spoedig/voorzichtig 〈enz.〉 • (far/all) too fast/soon/careful 〈enz.〉ze weten het maar al te goed • they know only too wellhij had het toch al moeilijk • he had enough problems as it wasik zie het hem al doen • I can (just) see him (doing it) now!je kunt ze al krijgen voor een tientje • you can buy them for as little as ten guildershij sprak al lachend • he laughed as he spokezij kwamen al nader en nader • they kept coming closer and closer (all the time)je kunt er al of niet gebruik van maken • you can take it or leave ithet al of niet slagen van … • the success or otherwise of …al naar gelang • depending onze zei heel weinig, als ze al wat zei • she said very little, if anythingdat lijkt er al meer op, dat is al beter • that's more like it————————al22 [met betrekking tot elk deel van een verzameling] all (of)♦voorbeelden:hij was één en al oor • he was all earshet was één en al ellende op tv gisteren • there was nothing but misery on TV yesterdayal met al • all in all————————al3♦voorbeelden:al de kinderen • all (of) the children————————al4〈 voegwoord〉1 though, although ⇒ even though/if♦voorbeelden:1 al ben ik arm, ik ben gelukkig • I may be poor, but I'm happyal zeg ik het zelf • even though I say so myselfhet is duidelijk, al is het moeilijk • it is clear, if difficultal was het alleen maar omdat • if only becauseook al is het erg • bad as it is/may beik deed het niet, al kreeg ik een miljoen • I wouldn't do it for a million pounds -
59 algemeen beschouwd worden als
algemeen beschouwd worden alsVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > algemeen beschouwd worden als
-
60 algemeen
algemeen1〈 het〉1 [het geheel van een zaak/voorstelling] 〈zie voorbeelden 1〉2 [de mensen] general public♦voorbeelden:1 in het algemeen hebt u gelijk • broadly speaking, you're rightzij zijn in het algemeen betrouwbaar • they are mostly reliablein/over het algemeen • by and large, in general————————algemeen21 [publiek, gemeenschappelijk] public, general ⇒ common2 [voor alle gevallen geldig] general, universal3 [het geheel betreffend] general5 [alledaags, veel voorkomend] common♦voorbeelden:Algemeen Beschaafd Nederlands • Standard Dutchvoor algemeen gebruik • for general usemet algemene instemming • by common consentalgemeen kies-, stemrecht • universal suffragealgemene middelen • public fundsde algemene overtuiging, het algemeen gevoelen • the consensusmet algemene stemmen • unanimouslyop algemeen verzoek • by popular demandhet is algemeen bekend • it is common knowledgeeen algemeen aanvaard feit • a generally accepted factalgemeen beschouwd worden als • be (publicly) known asde Algemene Beschouwingen (over de begroting) • the Budget Debatealgemene onkosten • overheadsalgemene ontwikkeling • general knowledgeeen algemeen overzicht • a general surveyin algemene zin • in a general sensezich te algemeen uitdrukken • make sweeping statements
См. также в других словарях:
known — [nōn] vt., vi. pp. of KNOW adj. 1. within one s knowledge, understanding, etc.; familiar 2. recognized, proven, etc. [a known expert, a known theory] n. a known person or thing … English World dictionary
Known — Known, p. p. of {Know}. [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
known — [adj] famous, popular accepted, acknowledged, admitted, avowed, celebrated, certified, common, confessed, conscious, down pat*, established, familiar, hackneyed, manifest, noted, notorious, obvious, patent, plain, proverbial, published, received … New thesaurus
known — past participle of KNOW(Cf. ↑knowable). ► ADJECTIVE 1) recognized, familiar, or within the scope of knowledge. 2) publicly acknowledged to be: a known criminal. 3) Mathematics (of a quantity or variable) having a value that can be stated … English terms dictionary
known — index apparent (perceptible), cognizable, famous, illustrious, ordinary, outstanding (prominent) … Law dictionary
known — pp. of KNOW (Cf. know) … Etymology dictionary
known as — Going by the name of • • • Main Entry: ↑know … Useful english dictionary
known — adj. 1) known as (known as a patron of the arts) 2) known for (known for being witty) 3) known to (known to everyone) 4) (cannot stand alone) known to + inf. (he is known to frequent that bar; she is known to be a patron of the arts) 5) known… … Combinatory dictionary
known — known1 [nəun US noun] the past participle of ↑know 1 known 2 known2 W3 adj 1.) [only before noun] used about something that people know about or have discovered ▪ a study of all the known facts ▪ her last known address ▪ Apart from vaccines,… … Dictionary of contemporary English
known — known1 [ noun ] adjective only before noun ** 1. ) used for describing something that people know about or have discovered: a theory that fits the known facts The documents were delivered to his last known address. a disease with no known cure He … Usage of the words and phrases in modern English
known — [[t]no͟ʊn[/t]] 1) Known is the past participle of know. 2) ADJ: ADJ n, v link ADJ prep, v link adv ADJ You use known to describe someone or something that is clearly recognized by or familiar to all people or to a particular group of people.… … English dictionary