-
21 kennissysteemtalen
• knowledge languagesNederlands-Engels Technisch Woordenboek > kennissysteemtalen
-
22 kennistechnologie
• knowledge based technology -
23 kennisverspreiders
• knowledge distributorsNederlands-Engels Technisch Woordenboek > kennisverspreiders
-
24 kennisverwerking
• knowledge processing -
25 kennisverwerkingsproces
• knowledge processing processNederlands-Engels Technisch Woordenboek > kennisverwerkingsproces
-
26 kennisverwerving
• knowledge acquisition -
27 kennisverwervingsprogramma
• knowledge acquisition programNederlands-Engels Technisch Woordenboek > kennisverwervingsprogramma
-
28 op kennis gebaseerd simulatiesysteem
• knowledge-based simulation systemNederlands-Engels Technisch Woordenboek > op kennis gebaseerd simulatiesysteem
-
29 wetenschap
• knowledge• science -
30 kennis
I 〈 de (vrouwelijk)〉2 [besef, bewustzijn] consciousness3 [wat men geleerd heeft] knowledge ⇒ 〈 informatie〉 information, 〈 geleerdheid, wetenschappelijke kennis〉 learning 〈 in het bijzonder met betrekking tot de alfawetenschappen〉, 〈 technische kennis ook〉 know-how4 [verstand] 〈zie voorbeelden 4〉♦voorbeelden:1 kennis geven van iets • give notice of/announce somethingzonder (vooraf) kennis te geven • without (prior) noticekennis nemen van iets • take note of somethingiemand van iets in kennis stellen • inform/notify someone of somethingmensen met elkaar in kennis brengen • introduce people to each othermet kennis van zaken • expertly2 zij is weer bij kennis gekomen • she has regained consciousness, she has come roundbuiten kennis zijn/raken • be unconscious, lose consciousnessparate kennis • ready knowledgeII 〈 de (mannelijk)〉1 [bekende] acquaintance♦voorbeelden:een oppervlakkige kennis • a casual acquaintance -
31 bekend
1 [ter kennis gekomen] known4 [niet vreemd] familiar♦voorbeelden:er zijn twee gevallen van hondsdolheid bekend • two cases of rabies have been recordedhet is algemeen bekend • it's common knowledgeiets (als) bekend veronderstellen • take something to be common knowledgeals dit bij de directie bekend wordt • if the management hears of thiszodra het nieuws bekend wordt • as soon as the news gets outvoor zover mij bekend • as far as I know, to the best of my knowledgeVenetië is bekend om zijn schoonheid • Venice is known/noted for its beautyambtenaren van wie algemeen bekend is dat ze corrupt zijn • civil servants generally known to be corruptzoals bekend • as is well-knownvoor zover bekend • as far as is known2 enigszins/oppervlakkig bekend zijn met de materie/iemand • have a nodding acquaintance with the subject/someonegevraagd programmeur, bekend met Pascal • wanted: programmer with knowledge of PASCALhij is bekend met de procedure • he's familiar with the procedureItalië speelt in de bekende kleuren • Italy is playing in its usual coloursbekende Nederlanders • Dutch celebritiesde bekendste schrijvers • the best-known authorste goeder naam en faam bekend zijn • have a good reputationEinsteins naam is algemeen bekend • Einstein's name is a household wordbeter bekend als • better known asweinig bekende schrijvers • little-known/obscure authorswijd en zijd bekend zijn • be known far and widebekend zijn onder de naam van • be known by the name ofbekend van radio en tv • of radio and TV famehet is bekend dat … • it's well-known that …een bekend gezicht • a familiar facebent u hier bekend? • do you know your way around here?u komt me bekend voor • haven't we met (somewhere) (before)?dat komt me bekend voor • that looks/sounds/seems familiarik ben hier (ook) niet bekend • I'm a stranger here (myself)bekend zijn in Londen • know (one's way round) London -
32 weten
weten1〈 het〉♦voorbeelden:buiten/zonder mijn weten • without my knowledgenaar/bij mijn (beste) weten • to (the best of) my knowledge————————weten2♦voorbeelden:1 dat weet zelfs een kind! • even a fool knows that!zij die het kunnen weten zeggen … • the well-informed say …ik had het kunnen weten • I might have knownik zal het u laten weten • I'll let you knowzij weet met iedereen om te gaan • she has a way with everyoneweten te ontkomen • manage to escapezich weten te redden • cope, managehij wil (graag) weten, dat hij communist is • he makes no secret about being a communistniets van iemand willen weten • not want to have anything to do with someoneik zou wel eens willen weten waarom hij dat zei • I'd like to know why he said thatje zou eens moeten weten …, als je eens wist … • if only you knewdaar weet ik alles van • I know all about itmet haar weet je het nooit • you never know with herik weet het! • I've got it!het is maar dat u het weet • I thought you ought to know, just so you knowweet je het al, hij is failliet • have you heard the news, he's gone bankruptik ga hier weg; nu weet je het! • I'm leaving this place; so there!voor je het weet, ben je er • you're there before you know itze hebben het geweten • they found out (to their cost)hij wou er niets van weten • he wouldn't hear of itnu weet ik nóg niets! • I'm no wiser than I was (before)!ik weet wat …, weet je wat … • I know what …, you know what …hij weet (niet) wat hij wil • he doesn't know his own mindweten wat je doet • beware what you are abouthij weet wel wat een goede fles wijn is! • he knows a good bottle of wine when he sees one!je weet wie het zegt • look who's talkingwie weet • who knowsje moet het zelf (maar) weten • it's your decisionhij weet niet beter of het hoort zo • he doesn't know any betterje zou beter moeten weten • you should know better (than that), you should have known betterik weet niet beter dan dat hij morgen komt • as far as I know he's coming tomorrowhij weet ervan • he's aware of itik weet het niet meer • I really can't rememberik zou het niet weten • I wouldn't knowhij wist niet hoe gauw hij weg moest komen • he couldn't get away fast enoughals dat geen zwendel is dan weet ik het niet (meer) • if that isn't a fraud I don't know what isik zou niet weten waarom (niet) • I don't see why (not)ik weet nog zo net niet of ik kom • I don't know if I'll comehij heeft ik-weet-niet-hoeveel huizen • he owns I don't know how many housesweet je wel, je weet wel • you knowzeker weten! • no buts about it!weet je het zeker? • are you (absolutely) sure?iets zeker weten • be sure about somethingvoor zover ik weet • as far as I knownaar ik weet • to my knowledgeergens iets op weten • have an answer to somethingte weten • namelyiets te weten komen • find out somethingik weet van niks • I know nothing about itwat weet jij nu van tuinieren? • much you know about gardeningvan geen wijken (willen) weten • stick to one's gunsvan geen ophouden weten • not know when to stopkinderen weten van geen vermoeidheid • children know no fatiguezonder dat iemand het wist, had hij … • unknown to anyone, he had …als je dat maar weet! • keep it in mind!hij wil niet weten dat hij ziek is • he won't admit to being illniet dat ik weet • not that I knowweet je nog? • (do you) remember?〈 informeel〉 weet ik veel! • search me!〈 spreekwoord〉 wat niet weet, dat niet deert • what the eye doesn't see the heart doesn't grieve overje weet wel beter • you know better (than that)ik vermoeid? dat weet ik nog zo (zeker) niet! • me tired? I don't knowik wist niet wat ik zag! • I couldn't believe my eyes!je weet ('t) maar nooit • you never know -
33 voorkennis
♦voorbeelden:dat gebeurde buiten mijn voorkennis • that happened without my knowledge〈 geldwezen〉 aandelen/effectenhandel met voorkennis • insider dealing/trading -
34 weet
1 [het weten] knowledge♦voorbeelden:iets (niet) doen in de weet dat • (not) do something knowing thatergens geen weet van hebben • 〈 zich er niet van bewust zijn〉 have no knowledge of something, be unaware of something2 het is maar een weet • 〈 met betrekking tot handigheidje〉 it's only a knack; 〈 met betrekking tot bruikbare informatie〉 it's useful to know; 〈 met betrekking tot geheim〉 I thought you might like to knowdat is voor jou een vraag en voor mij een weet • that is for me to know and for you to find out -
35 wetenschap
1 [kennis, regels] 〈 niet-exacte wetenschap〉 learning; 〈 exacte wetenschap〉 science; 〈 geleerdheid〉 scholarship; 〈 letteren, filosofie〉 (the) humanities, (the) (liberal) arts; 〈 tak van wetenschap〉 discipline, branch of 〈 soms exact〉 knowledge/ 〈 meestal niet exact〉 learning2 [beoefenaars] science3 [kennis, de bekendheid met iets] knowledge♦voorbeelden:1 toegepaste/zuivere wetenschap • applied/pure sciencewetenschap beoefenen • practise science3 in de wetenschap dat … • in the knowledge that … -
36 betawetenschappen
n. science, system of knowledge gained by systematic research and organized into general laws; specific field of systematic knowledge; skill, proficiency -
37 vakkennis
• experience• expert knowledge• technical knowledge -
38 algemeen
algemeen1〈 het〉1 [het geheel van een zaak/voorstelling] 〈zie voorbeelden 1〉2 [de mensen] general public♦voorbeelden:1 in het algemeen hebt u gelijk • broadly speaking, you're rightzij zijn in het algemeen betrouwbaar • they are mostly reliablein/over het algemeen • by and large, in general————————algemeen21 [publiek, gemeenschappelijk] public, general ⇒ common2 [voor alle gevallen geldig] general, universal3 [het geheel betreffend] general5 [alledaags, veel voorkomend] common♦voorbeelden:Algemeen Beschaafd Nederlands • Standard Dutchvoor algemeen gebruik • for general usemet algemene instemming • by common consentalgemeen kies-, stemrecht • universal suffragealgemene middelen • public fundsde algemene overtuiging, het algemeen gevoelen • the consensusmet algemene stemmen • unanimouslyop algemeen verzoek • by popular demandhet is algemeen bekend • it is common knowledgeeen algemeen aanvaard feit • a generally accepted factalgemeen beschouwd worden als • be (publicly) known asde Algemene Beschouwingen (over de begroting) • the Budget Debatealgemene onkosten • overheadsalgemene ontwikkeling • general knowledgeeen algemeen overzicht • a general surveyin algemene zin • in a general sensezich te algemeen uitdrukken • make sweeping statements -
39 algemene ontwikkeling
Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > algemene ontwikkeling
-
40 boekenkennis
2 [kennis van boeken] knowledge of books
См. также в других словарях:
Knowledge — • Knowledge, being a primitive fact of consciousness, cannot, strictly speaking, be defined; but the direct and spontaneous consciousness of knowing may be made clearer by pointing out its essential and distinctive characteristics Catholic… … Catholic encyclopedia
Knowledge — is defined (Oxford English Dictionary) variously as (i) expertise, and skills acquired by a person through experience or education; the theoretical or practical understanding of a subject, (ii) what is known in a particular field or in total;… … Wikipedia
knowledge — know·ledge n 1 a: awareness or understanding esp. of an act, a fact, or the truth: actual knowledge (1) in this entry b: awareness that a fact or circumstance probably exists; broadly: constructive knowledge in this entry see also … Law dictionary
knowledge — knowl‧edge [ˈnɒlɪdʒ ǁ ˈnɑː ] noun [uncountable] facts, skills and understanding gained through learning or experience: • Given its market knowledge, Price Waterhouse was able to provide a useful insight into each supplier. knowledge of • Auditors … Financial and business terms
knowledge — knowledge, science, learning, erudition, scholarship, information, lore are comparable when they mean what is known or can be known, usually by an individual but sometimes by human beings in general. Knowledge applies not only to a body of facts… … New Dictionary of Synonyms
Knowledge — Knowl edge, n. [OE. knowlage, knowlege, knowleche, knawleche. The last part is the Icel. suffix leikr, forming abstract nouns, orig. the same as Icel. leikr game, play, sport, akin to AS. l[=a]c, Goth. laiks dance. See {Know}, and cf. {Lake}, v.… … The Collaborative International Dictionary of English
knowledge — ► NOUN 1) information and skills acquired through experience or education. 2) the sum of what is known. 3) awareness or familiarity gained by experience of a fact or situation: he denied all knowledge of the incident. ● come to one s knowledge Cf … English terms dictionary
knowledge — [näl′ij] n. [ME knoweleche, acknowledgment, confession < Late OE cnawlæc < cnawan (see KNOW) + læc < lācan, to play, give, move about] 1. the act, fact, or state of knowing; specif., a) acquaintance or familiarity (with a fact, place,… … English World dictionary
Knowledge — Knowl edge, v. t. To acknowledge. [Obs.] Sinners which knowledge their sins. Tyndale. [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
knowledge — knowledge, sociology of … Dictionary of sociology
knowledge — (n.) early 12c., cnawlece acknowledgment of a superior, honor, worship; for first element see KNOW (Cf. know). Second element obscure, perhaps from Scandinavian and cognate with the lock action, process, found in WEDLOCK (Cf. wedlock). Meaning… … Etymology dictionary