-
1 fluitend
adj. whistling--------adv. piping -
2 fluiten
2 [fluitinstrument bespelen] play the flute3 [fluitend geluid voortbrengen] whistle ⇒ 〈 vogel, fluitketel〉 sing, 〈 schip〉 pipe, 〈 ter afkeuring〉 hiss♦voorbeelden:op zijn vingers fluiten • whistle through one's fingers〈 figuurlijk〉 daar kun je naar fluiten • 〈 krijg je nooit〉 you can whistle for it; 〈 zie je niet weer〉 you can kiss that goodbyeII 〈 overgankelijk werkwoord〉2 [door fluiten tot zich roepen] whistle♦voorbeelden:♦voorbeelden: -
3 nafluiten
1 [fluitend nadoen] imitate the whistle of♦voorbeelden:
Перевод: с нидерландского на английский
с английского на нидерландский- С английского на:
- Нидерландский
- С нидерландского на:
- Все языки
- Английский
- Французский