-
1 bewijskracht
1 evidential/probative value ⇒ 〈van stukken/feiten〉 value as evidence, 〈van argument/redenering〉 cogency♦voorbeelden: -
2 de kracht van een betoog
de kracht van een betoogthe strength/cogency of an argumentVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de kracht van een betoog
-
3 kracht
2 [vermogen om invloed uit te oefenen] power(s)3 [geestelijk/zedelijk vermogen] strength5 [macht om iets uit te werken] force♦voorbeelden:1 aan het eind van zijn krachten zijn • be totally exhausted, have no strength leftmet zijn laatste krachten • with a final effortmet vereende krachten • with combined effortsmet vernieuwde kracht • with renewed effortsal zijn krachten inspannen • exert all one's energies/strength, use all one's powerszijn krachten meten met iemand • pit one's strength against someonezijn krachten nemen met de dag af • he is fading by the dayzijn krachten sparen/verspillen • conserve/waste one's energyin kracht afnemen 〈 van wind〉 • abate, drop(weer) op krachten komen • regain one's strengthuit zijn krachten groeien • outgrow oneselfgeen kracht meer hebben (in zijn armen) • lose all the strength (in one's arms)2 de stille kracht • unseen/hidden powers(aan) argumenten/eisen kracht bijzetten (door …) • enforce arguments/claims (with/by …)zijn krachten wijden aan iets • devote one's efforts towards something4 drijvende kracht (achter) • moving force/spirit (behind)op eigen kracht • on one's own, by oneselfnieuwe krachten verzamelen • gain fresh strength(de) kracht geven om … • give the strength to …daarin ligt zijn kracht • that's his strengthzijn krachten verzamelen • gather (all) one's strength, summon up all one's strengthin de kracht van zijn leven • in one's primehet vergt veel van mijn krachten • it's a great drain on my energy5 de kracht van een betoog • the strength/cogency of an argumentde wet heeft geen terugwerkende kracht • the Act does not apply retroactivelyvan kracht zijn/worden • be/become valid/effectiveniet (meer) van kracht • invalid, ineffectual(weer) van kracht doen worden • bring (back) into effect/operation6 een ervaren kracht • an experienced worker/employee7 neer-/opwaartse kracht • downward/upward pressurevolle kracht vooruit • full steam/speed aheadop volle/halve kracht (werken) • operate at full/half speed/power -
4 overtuigingskracht
Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > overtuigingskracht
См. также в других словарях:
Cogency — Co gen*cy, n. [See {Cogent}.] The quality of being cogent; power of compelling conviction; conclusiveness; force. [1913 Webster] An antecedent argument of extreme cogency. J. H. Newman. [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
cogency — index force (strength), strength Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
cogency — 1680s, from COGENT (Cf. cogent) + CY (Cf. cy) … Etymology dictionary
cogency — [n] effectiveness bearing, concern, connection, conviction, convincingness, force, forcefulness, pertinence, point, potency, power, punch, relevance, strength, validity, validness; concepts 376,676 Ant. impotence, ineffectiveness, invalidity,… … New thesaurus
cogency — [kō′jən sē] n. [ML cogencia] the quality or condition of being cogent; power to convince … English World dictionary
Cogency — Wikipedia does not have an encyclopedia article for Cogency (search results). You may want to read Wiktionary s entry on cogency instead.wiktionary:Special:Search/cogency … Wikipedia
cogency — /koh jeuhn see/, n. the quality or state of being convincing or persuasive: The cogency of the argument was irrefutable. [1680 90; COG(ENT) + ENCY] * * * … Universalium
cogency — noun The state of being cogent; the characteristic or quality of being reasonable and persuasive. All the enchantment of fancy, and all the cogency of argument, are employed to recommend to the reader his real interest … Wiktionary
cogency — cogent ► ADJECTIVE ▪ (of an argument or case) clear, logical, and convincing. DERIVATIVES cogency noun cogently adverb. ORIGIN from Latin cogere compel … English terms dictionary
cogency — noun Date: 1667 the quality or state of being cogent … New Collegiate Dictionary
cogency — Synonyms and related words: acuity, acumen, acuteness, advantageousness, agreeableness, amperage, apperception, armipotence, astuteness, auspiciousness, authoritativeness, authority, bearing, beef, beneficialness, benevolence, benignity, black… … Moby Thesaurus