-
1 chase
n. jacht, najagen, vervolging, jachtgrond, jachtveld; (nagejaagde) prooi; jachtstoet--------v. najagen; verdrijven, verjagenchase1[ tsjees] 〈 zelfstandig naamwoord〉♦voorbeelden:in chase of someone/something • achter iemand/iets aan rennend————————chase21 jagen ⇒ jachten, zich haasten♦voorbeelden:chase off • ervandoor rennenII 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden:chase down/up • opsporenchase from/out of • verdrijven uit, wegjagen uit
См. также в других словарях:
ziselieren — Vsw Ornamente in Metall einarbeiten erw. fach. (18. Jh.) mit Adaptionssuffix. Entlehnt aus frz. ciseler, zu frz. ciseau Meißel , dieses über spätlateinische Zwischenstufen zu l. caedere (caesum) schneiden, abhauen . Ebenso nndl. ciseleren,… … Etymologisches Wörterbuch der deutschen sprache