-
1 bolt
adv. plotseling; helemaal--------n. grendel; bout; schroef; lichtflits; pijl; rol met stof--------v. aanschroeven; vergrendelen; sluiten; op slot doen; snel doorslikkenbolt1[ boolt] 〈 zelfstandig naamwoord〉3 bliksemstraal/flits♦voorbeelden:————————bolt22 (plotseling/verschrikt) op(zij)/wegspringen3 doorschieten ⇒ (vroegtijdig/te vroeg) in het zaad schieten4 met bouten bevestigd zitten/zijnII 〈 overgankelijk werkwoord〉4 〈Amerikaans-Engels; informeel; politiek〉 treden uit 〈 eigen partij〉 ⇒ weigeren te steunen, zich afscheiden van♦voorbeelden:bolt someone out • iemand buitensluiten————————bolt3〈 bijwoord〉1 recht♦voorbeelden:
См. также в других словарях:
Bultmann — /boolt mahn /, n. Rudolf /rddooh dawlf/, 1884 1976, German theologian. * * * … Universalium
Bultmann — [boolt′män] Rudolf (Karl) 1884 1976; Ger. Protestant New Testament scholar & theologian … English World dictionary
Bultmann — noun a Lutheran theologian in Germany (1884 1976) • Syn: ↑Rudolf Bultmann, ↑Rudolf Karl Bultmann • Instance Hypernyms: ↑theologian, ↑theologist, ↑theologizer, ↑theologiser * * * /boolt mahn / … Useful english dictionary