-
101 middenmoot
1 middle bracket/group♦voorbeelden: -
102 modale werknemer
modale werknemeremployee earning a standard/an average incomeVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > modale werknemer
-
103 moyenne
-
104 onder het gemiddelde liggen
onder het gemiddelde liggenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > onder het gemiddelde liggen
-
105 onder het gemiddelde
onder het gemiddeldeVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > onder het gemiddelde
-
106 onder
onder1〈 bijwoord〉2 [beneden/aan de voet van iets anders] underneath3 [naar beneden] under4 [in elliptische uitdrukkingen] 〈zie voorbeelden 4〉5 [beneden in huis] downstairs♦voorbeelden:1 onder aan de bladzijde • at the foot/bottom of the pageiemand van onder tot boven opnemen • look someone up and downachtste regel van onder • the eighth line from the bottom4 de zon is nog niet onder • the sun hasn't set/hasn't gone down yetde kinderen zaten onder • the children were covered with it5 we wonen onder • we live downstairs/below————————onder2〈 voorzetsel〉2 [te midden van] among(st)3 [in de kring van] among(st)4 [tijdens] during5 [ten tijde van] under6 [vlak bij] nearby8 [beschermd door] under9 [ondergeschikt aan] under11 [met gebruikmaking van] in♦voorbeelden:1 onder een auto komen • be hit/be run over by a carhij zat onder de prut • he was covered with mudde tunnel gaat onder de rivier door • the tunnel goes/passes under the riverer is veel geld onder de mensen • there is a lot of money aboutonder andere • among other thingsJohn, onder anderen, heeft bezwaren • John, for one, objectshet blijft onder ons • it's strictly between you and meonder ons gezegd (en gezwegen) • between you and me (and the doorpost)diegenen onder ons die • those among/of us whoonder het schrijven • while writingonder het werk • during working hourseen dorp onder Leiden • a town just outside Leidenonder de ogen van iemand • before someone's very eyes; 〈 maar die ziet het niet〉 under someone's nosezij is onder de dertig • she's under thirtyzes graden onder nul • six degrees below zeroonder vrijgeleide • under safe conductzij leed erg onder het verlies • she suffered greatly from the loss -
107 rekenen
4 [+ op] [verwachten] expect♦voorbeelden:goed kunnen rekenen • be good at figuresin guldens rekenen • reckon in guildersdoor elkaar gerekend • on average2 daar had ik niet op gerekend • I hadn't counted on/expected thatdaar mag je wel op rekenen • you'd better allow for thatrekenen op drie uur vertraging • allow for three hours' delay3 kan ik op je rekenen? • can I count/depend on you?reken maar niet op ons • count us outII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [tellen] count4 [in aanmerking nemen] bear in mind, remember ⇒ allow for5 [veronderstellen] assume, take it♦voorbeelden:1 alles bij elkaar gerekend • all told, in all2 hoeveel rekent u daarvoor? • how much do you charge for that?3 zich rekenen tot • count oneself as/amongmen kan hem tot/onder de grootste geleerden rekenen • he can be rated among the greatest scholars4 reken maar! • you bet!als je rekent dat het een uur rijden is • bearing in mind that it's an hour's drive5 reken dat hij komt, dan zijn we met z'n tienen • assuming that he comes, there will be ten of us -
108 schouwburgpubliek
♦voorbeelden:Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > schouwburgpubliek
-
109 uitstijgen
-
110 van een aantal bedragen het gemiddelde nemen
van een aantal bedragen het gemiddelde nemenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > van een aantal bedragen het gemiddelde nemen
-
111 van middelmatige gestalte zijn
van middelmatige gestalte zijnVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > van middelmatige gestalte zijn
-
112 vier maal modaal
vier maal modaalfour times the standard/average incomeVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > vier maal modaal
-
113 waarde
1 [betekenis als bezit/ruilobject] value2 [grote waarde] value3 [betekenis] value4 [zaak van waarde] value♦voorbeelden:effectieve/reële waarde • market/real valuenominale waarde • nominal valuevan onschatbare waarde zijn • be of inestimable value/invaluableiets beneden de waarde verkopen • sell something below the going ratein waarde stijgen • appreciate, increase in valuein waarde dalen • depreciate, decrease in valuenaar waarde schatten • be able to appreciate somethingter waarde van … • at (the value of), worth …tot een waarde van • to the value ofmunten van deze waarde worden niet meer uitgegeven • coins of this denomination are no longer issuedvoor de volle waarde verzekeren • insure for the full value2 is er iets van waarde bij? • is anything valuable included?voorwerpen van waarde • objects of value, valuablesiemand niet op zijn juiste waarde schatten • underestimate someone(zeer) veel waarde aan iets hechten • value something highly, set great store by/on something, attach great value to somethingweinig waarde aan iets hechten • set little store by/on something, attach little value to somethinghet heeft zijn waarde bewezen • its value/merit has been provediemand in zijn waarde laten • accept someone as he/she isiets op waarde schatten • rate something at its true valuemen begint deze schrijver op zijn juiste waarde te schatten • this author has started to get the recognition he deservesvan waarde zijn, waarde hebben • be valuable, be of valuevan nul en gener waarde zijn • be null and voidmaximale/hoogste waarde • 〈 ook〉 maximum, highnegatieve waarde • minus (number) -
114 zij werkt gemiddeld vier dagen per week
zij werkt gemiddeld vier dagen per weekVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > zij werkt gemiddeld vier dagen per week
См. также в других словарях:
average — n Average, mean, median, norm, par denote something and usually a number, a quantity, or a condition that represents a middle point between extremes. Of these words average, mean, median, and par are also used as adjectives. Average is an… … New Dictionary of Synonyms
average — [av′ər ij, av′rij] n. [altered (by assoc. with ME average, money rent paid in place of service by the tenant with his horses < aver, draft horse) < OFr avarie, damage to ship or goods, mooring charges < OIt avaria < Ar ʿ awār, damaged … English World dictionary
average — I (midmost) adjective center, centermost, intermediate, mean, mean proportioned, medial, median, mediate, medium, mid, middle, middle class, middle grade, middlemost, middling associated concepts: average annual earnings or wages, average capital … Law dictionary
Average — Av er*age, n. [OF. average, LL. averagium, prob. fr. OF. aver, F. avoir, property, horses, cattle, etc.; prop. infin., to have, from L. habere to have. Cf. F. av[ e]rage small cattle, and avarie (perh. of different origin) damage to ship or cargo … The Collaborative International Dictionary of English
Average — Av er*age, a. 1. Pertaining to an average or mean; medial; containing a mean proportion; of a mean size, quality, ability, etc.; ordinary; usual; as, an average rate of profit; an average amount of rain; the average Englishman; beings of the… … The Collaborative International Dictionary of English
Average — Av er*age, v. i. To form, or exist in, a mean or medial sum or quantity; to amount to, or to be, on an average; as, the losses of the owners will average twenty five dollars each; these spars average ten feet in length. [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
average — [adj1] normal, typical boilerplate*, common, commonplace, customary, dime a dozen*, everyday, fair, fair to middling*, familiar, garden*, garden variety*, general, humdrum*, intermediate, mainstream, mediocre, medium, middle of the road*,… … New thesaurus
average — ► NOUN 1) the result obtained by adding several amounts together and then dividing the total by the number of amounts. 2) a usual amount or level. ► ADJECTIVE 1) constituting an average. 2) usual or ordinary. 3) mediocre. ► … English terms dictionary
Average — Av er*age, v. t. [imp. & p. p. {Averaged} (?); p. pr. & vb. n. {Averaging}.] 1. To find the mean of, when sums or quantities are unequal; to reduce to a mean. [1913 Webster] 2. To divide among a number, according to a given proportion; as, to… … The Collaborative International Dictionary of English
avérage — 1. (a vé ra j ) s. m. Terme de commerce. La moyenne avérée, vraie, reconnue telle, et en général la moyenne. Sur trois ans l avérage a été de.... ÉTYMOLOGIE Avérer. avérage 2. (entrée créée par le supplément) (a vé ra j ) s. m. Nom, dans le… … Dictionnaire de la Langue Française d'Émile Littré
average — (del inglés; pronunciamos averás ) sustantivo masculino 1. Área: deporte Promedio, término medio: Gana el Barcelona por gol average … Diccionario Salamanca de la Lengua Española