-
1 weight
n. weegschaal; gewicht; gewicht(en), gewicht(jes) (om mee te wegen); vracht; een zware vracht (figuratief gesproken); belang; invloed; zwaartepunt--------v. bezwaren, belasten, zwaarder makenweight1[ weet]♦voorbeelden:his departure is a weight off my mind • zijn vertrek is een pak van mijn hart1 gewicht ⇒ gewichtsklasse, zwaarte3 grootste deel, hoofddeel ⇒ grootste nadruk♦voorbeelden:1 lose weight • afvallen, vermagerenput on weight • aankomen, zwaarder wordenover weight • te zwaarunder weight • te lichtwhat's your weight? • wat is jouw gewicht?of great weight • van groot belang/gewichtworth one's weight in gold • zijn gewicht in goud waard3 the weight of evidence is against them • het grootste gedeelte van het bewijsmateriaal spreekt in hun nadeel¶ carry weight • gewicht in de schaal leggen, van belang zijngive weight to • versterken, extra bewijs leveren voorlay weight on something • iets benadrukkenthrow one's weight about/around • zich laten gelden, gewichtig doen————————weight2〈 werkwoord〉♦voorbeelden:2 weighted down with many parcels • beladen met/gebukt onder veel pakjes -
2 pull one's weight
-
3 pierre
pierre [pjer]〈v.〉1 steen ⇒ gesteente, rots♦voorbeelden:âge de (la) pierre • stenen tijdperkpierre à briquet • vuursteentjepierre à chaux • kalksteenpierre aux fées • reuzensteen, megalietpierre à feu, à fusil • vuursteenc'est une pierre dans ton jardin • die (opmerking) kun je in je zak stekenpierre à plâtre • gipspierre de taille • gehouwen steen, blok natuursteenpierre spéculaire • glimmer, spiegelsteenpierre tombale • grafsteenune pierre à aiguiser • een slijpsteenapporter sa pierre à l'édifice, à l'ouvrage • zijn steentje bijdragenfaire d'une pierre deux coups • twee vliegen in één klap slaanil gèle à pierre fendre • het vriest dat het kraaktjeter la (première) pierre à qn. • iemand de schuld gevenun jour à marquer d'une pierre blanche • een gedenkwaardige dagtomber comme une pierre • als een baksteen naar beneden vallenpierre à pierre • steen voor steen; stukje bij beetjede pierre • van steen, stenen 〈 ook figuurlijk〉un coeur de pierre • een hart van steenses traits s'étaient faits de pierre • zijn, haar gezicht stond strakdur comme une pierre, comme la pierre • keihard, bikkelhardpierre (précieuse) • edelsteenmalheureux comme les pierres (du chemin) • diep ongelukkig————————pierre (précieuse)f1) steen2) edelsteen -
4 chip in
geld inzamelen voor gezamelijk gebruik1 (zijn steentje) bijdragen ⇒ lappen, botje bij botje leggen -
5 contribution
contribution [kõtriebuusjõ]〈v.〉1 bijdrage ⇒ aandeel, medewerking2 (geldelijke) bijdrage ⇒ (aan)deel, contributie♦voorbeelden:¶ mettre qn., qc. à contribution • van iemands diensten, van iets gebruik maken1. f1) bijdrage, aandeel2) belasting2. contributionsf pl -
6 apporter sa contribution à
apporter sa contribution àDictionnaire français-néerlandais > apporter sa contribution à
-
7 apporter sa pierre à l'édifice, à l'ouvrage
apporter sa pierre à l'édifice, à l'ouvrageDictionnaire français-néerlandais > apporter sa pierre à l'édifice, à l'ouvrage
-
8 Obolus
Obolus〈m.; Obolus, Obolusse〉♦voorbeelden: -
9 sien
sien1 [sjẽ],sienne [sjen]I 〈m.〉1 (het) zijne, (het) hare ⇒ zijn, haar eigendom♦voorbeelden:II 〈v., meervoud〉1 fratsen♦voorbeelden:————————sien2 [sjẽ],sienne [sjen]1 zijn, haar ⇒ van hem, van haar♦voorbeelden:————————sien3 [sjẽ],sienne [sjen]1 (het), (de) zijne, hare
Перевод: со всех языков на нидерландский
с нидерландского на все языки- С нидерландского на:
- Все языки
- Со всех языков на:
- Все языки
- Английский
- Нидерландский
- Французский