-
1 wegleggen
1 [terzijde leggen] (dé)poser2 [opbergen] ranger3 [sparen] mettre de côté4 [voorbeschikken] réserver♦voorbeelden:dat was niet voor ons weggelegd • le sort en a décidé autrement -
2 wegleggen
-
3 wegleggen
убрать; это мне не по карману* * *гл.общ. откладывать, сберегать, прятать, сохранять, убирать -
4 wegleggen
I.weglegenII.zurücklegen [reservieren] -
5 wegleggen
v. put away, stow away, negative -
6 wegleggen
koymak [-ar] v -
7 wegleggen
enlever, ôter -
8 het geld wegleggen
het geld wegleggen -
9 geld wegleggen voor de vakantie
geld wegleggen voor de vakantieset aside money for one's Bholiday/ AvacationVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > geld wegleggen voor de vakantie
-
10 откладывать
vgener. (планы) opbergen, afleggen, afspannen (экипаж), opschuiven, verschikken, verschuiven (срок и т.п.), vertragen, wegleggen, schorsen, opschorsen, opschorten, overleggen, ter zijde leggen (в сторону), uitstellen, verdagen, wegbergen -
11 прятать
vgener. achterhouden, bergen, verbergen, versteken, verstoppen, wegdoen, opbergen, wegleggen, wegmoffelen -
12 сберегать
vgener. opzouten, overhouden, overleggen, sparen, wegleggen, behouden, bergen, bewaren, conserveren, oppotten, opsparen, uitsparen, uitzuinigen -
13 сохранять
v1) gener. behouden, bergen, bewaren, handhaven, instandhouden, overhouden (в свежем виде), conserveren, houden, opzouten, preserveren, reserveren, uithalen, uitwinnen (время и т.п.), wegleggen, zich het recht reserveren2) comput. opslaan (в памяти, на диске и т.п.) -
14 убирать
v1) gener. onderbrengen (сено и т.п.), opknappen, opnemen, wegdoen, wegruimen, afruimen (со стола), bergen, de oogst inbrengen, inhalen (парус), inschikken, opbergen, opmaken (постель и т.п.), opredderen, opruimen, opschikken, redderen, ruimen, schoon schip maken, schoonmaken, tooien, wegleggen, wegwerken
Перевод: с нидерландского на все языки
со всех языков на нидерландский- Со всех языков на:
- Нидерландский
- С нидерландского на:
- Все языки
- Английский
- Немецкий
- Русский
- Турецкий
- Французский