-
1 kruising
2 [snijding] crossing, intersection3 [bevruchting] crossing, hybridization ⇒ 〈 voornamelijk met betrekking tot planten〉 cross-fertilization♦voorbeelden: -
2 bont
bont1〈 het〉1 [pels] fur♦voorbeelden:————————bont22 [gemengd] colourful♦voorbeelden:de bonte was • the coloured washiemand bont en blauw slaan • beat someone black and blueeen bont programma • a varied programme -
3 schurft
-
4 kruisen
1 [kruiselings plaatsen] cross3 [laten bevruchten] cross♦voorbeelden:onze brieven hebben elkaar gekruist • our letters crossed (each other)patroon van elkaar kruisende lijnen • pattern of intersecting lineskortharige met langharige katten kruisen • cross short-haired with long-haired cats2 [laveren] tack
Перевод: с нидерландского на английский
с английского на нидерландский- С английского на:
- Нидерландский
- С нидерландского на:
- Английский