-
1 schip
♦voorbeelden:schoon schip met iets maken • 〈 verwerpen〉 rejeter qc.; 〈m.b.t. vroegere ideeën〉 faire table rase de qc.een schip van stapel doen lopen • lancer un navireeen schip lichten • renflouer un navireschip in nood • navire en détresseeen schip voor de grote vaart • un (bateau) long-courrierin het schip zitten • être coincé -
2 een schip van de werf laten lopen
een schip van de werf laten lopenDeens-Russisch woordenboek > een schip van de werf laten lopen
-
3 een schip van stapel doen lopen
een schip van stapel doen lopenDeens-Russisch woordenboek > een schip van stapel doen lopen
-
4 het roer is van het schip
het roer is van het schip -
5 het schip van staat
het schip van staat -
6 het schip was de speelbal van de golven
het schip was de speelbal van de golvenDeens-Russisch woordenboek > het schip was de speelbal van de golven
-
7 het schip was van zijn koers afgewaaid
het schip was van zijn koers afgewaaidDeens-Russisch woordenboek > het schip was van zijn koers afgewaaid
-
8 keren
1 [algemeen] tourner2 [teruggaan] retourner♦voorbeelden:〈 leger〉 rechtsom keert! • demi-tour à droite!het keren van het tij • le changement de la marée→ link=half halfII 〈 overgankelijk werkwoord〉2 [toewenden] tourner3 [afwenden] parer♦voorbeelden:grond keren • retourner la terre2 de rug naar iemand keren • tourner le dos à qn.iets ten goede keren • faire en sorte que les choses tournent bienhet water keren • endiguer l'eauIII 〈wederkerend werkwoord; zich keren〉1 [zich omdraaien] se tourner2 [+ tot][zijn toevlucht zoeken bij] se tourner (vers)3 [+ tegen][zich verzetten tegen] se tourner (contre)♦voorbeelden: -
9 koerswijziging
3 [politiek] changement d'orientation -
10 raampje
-
11 spiegel
♦voorbeelden:in de spiegel kijken • se regarder dans la glaceblinken als een spiegel • briller comme un miroir -
12 slaan
2 〈 in het gezicht〉 gifler (qn.)3 [door een zwaaiende beweging op, van de plaats brengen; ook m.b.t. het oog, de blik] jeter4 [van het speelbord verwijderen] prendre♦voorbeelden:een steen sloeg een barst in het raam • une pierre a fêlé la vitreeiwit slaan • battre les blancs d'oeufsde gevangenen werden geslagen • les prisonniers étaient battuseen spijker in de muur slaan • enfoncer un clou dans le murde trommel slaan • battre le tambouralles kort en klein slaan • tout démolirzich door het werk heen slaan • venir à bout de son travail〈 figuurlijk〉 niet van iemand af te slaan zijn • être toujours pendu aux basques de qn.〈 figuurlijk〉 ergens niet weg te slaan zijn • ne pouvoir être délogé de qp.iemand in elkaar slaan • rouer qn. de coupsiemand in het gezicht slaan • frapper qn. au visagede bal over het hek slaan • envoyer le ballon par-dessus la grillestof uit een tapijt slaan • battre un tapisstof van zijn jas slaan • secouer la poussière de son manteau; épousseter son manteau 〈 met borstel〉2 iemand een mantel om het lichaam slaan • envelopper qn. dans un manteaude armen om de hals van iemand slaan • jeter les bras autour du cou de qn.zijn arm om iemand heen slaan • enlacer qn.de armen over elkaar slaan • croiser les bras2 [m.b.t. hart, pols; ook deur, trom] battre3 [m.b.t. klok] sonner4 [+ op][betreffen] concerner5 [begin maken met] se mettre (à faire qc.)♦voorbeelden:hard slaan • taper durmet de vleugels slaan • battre des ailesmet de armen en benen slaan • se démenerer maar op los slaan, in het wilde weg slaan • taper dans le taser flink op los slaan • ne pas y aller de main mortehet schip slaat aan stukken • le navire se brisehet water slaat tegen het schip • l'eau bat le navirede regen slaat tegen de ruit • la pluie fouette contre la vitrehet slaan van het hart • le battement du coeurhet slaan van de regen • le fouettement de la pluiehet slaat twee uur • deux heures sonnentdat slaat nergens op • ça ne rime à riendat slaat op de huidige situatie • cela se rapporte à la situation actuelleoverboord slaan • passer par-dessus bordde angst slaat hem om het hart • l'angoisse le paralysede rook slaat me op de adem • la fumée me suffoquetegen de grond slaan • tomber par terrede vlammen sloegen uit het dak • les flammes jaillissaient du toit -
13 lichten
1 [licht geven] briller♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [algemeen] lever2 [optillen om toegang te krijgen] soulever3 [eruit halen] enlever♦voorbeelden:iemand van de grond lichten • soulever qn.iets uit de context lichten • isoler qc. de son contexte -
14 water
♦voorbeelden:dat kan al het water van de zee niet afwassen • rien ne pourra (jamais) laver cette fautehard water • eau calcairehet heilige water • l'eau bénitehoog water • marée hautehoog water hebben • avoir un besoin pressantlaag water • marée basseopen water • eau(x) libre(s)diamant van het zuiverste water • diamant de la plus belle eauhij is bang zich aan (koud) water te branden • il a peur de se mouillerwater bij de wijn doen • mettre de l'eau dans son vinwater naar de zee dragen • 〈m.b.t. tevergeefs werk〉 porter de l'eau à la mer; 〈m.b.t. geschenk〉 offrir des fleurs à un fleuristede planten water geven • arroser les planteszijn water laten lopen • être incontinenthet water liep hem langs de rug • il était en nageer moet nog veel water door de Rijn stromen voor … • il passera de l'eau sous les ponts avant que …het water staat mij aan de lippen • je suis dans les difficultés jusqu'au couhij keek of hij water zag branden • il avait l'air de tomber des nuesonder water staan • être inondéonder water zetten • inondereen schip te water laten • lancer un navire→ link=geld geld -
15 grond
♦voorbeelden:gelijk met de begane grond • au plain piedgroente van de koude grond • légume de pleine terrelosse grond • terre meublehij voelde de grond onder zich wegzinken • il sentit le sol se dérober sous ses pieds 〈 ook figuurlijk〉een vliegtuig aan de grond zetten • atterrirals aan de grond genageld staan • rester cloué sur placedoor de grond (kunnen) gaan • 〈 van schaamte〉 vouloir rentrer (à cent pieds) sous terre; 〈 van pijn〉 souffrir le martyreiets met de grond gelijk maken • raser qc.; 〈 figuurlijk〉 démolir qc.iemand onder de grond stoppen • mettre qn. dans le trouop de grond • par terreop de grond slapen • coucher sur la dureeen gebouw tegen de grond gooien • abattre un bâtimenttot de grond toe afbranden • brûler complètementeen schip de grond in boren • couler un navire〈 figuurlijk〉 iemand, iets de grond in boren • descendre qn., qc. (en flamme(s))in de grond is hij een goeie jongen • dans le fond c'est un bon garçonin de grond van mijn hart • au fond de mon coeurdat komt uit de grond van zijn hart • ça vient du fond de son coeur3 iets op goede gronden verwerpen • rejeter qc. pour de bonnes raisonsiets op losse gronden aannemen • accepter qc. sans raisons valablesdie bewering mist alle grond • cette affirmation est dénuée de tout fondementop grond van zijn huidskleur • à cause de la couleur de sa peauop grond van artikel 26 • en vertu de l'article 26aan iets ten gronde liggen • être à la base de qc.niet zonder grond was hij ontevreden • ce n'était pas sans raison qu'il était mécontent¶ iemand, iets te gronde richten • ruiner qn., qc.iets uit de grond stampen • faire surgir en moins de deux qc.→ link=water water -
16 wal
♦voorbeelden:van twee walletjes eten • manger à tous les râteliers→ link=stuurman stuurmanhet schip ligt aan de wal • le navire est à quaivan de wal in de sloot raken • tomber de Charybde en Scyllaiemand van de wal in de sloot helpen • desservir qn.wallen onder de ogen hebben • avoir des poches sous les yeux -
17 grootte
♦voorbeelden:vruchten van verschillende grootte • fruits de différentes grosseursboeken van verschillende grootte • livres de différents formatseen model op ware grootte • un modèle grandeur naturedoor zijn grootte kon het schip niet wenden • à cause de son tonnage, le navire n'a pu tournernaar grootte • par ordre de grandeurter grootte van een ei • gros comme un oeufgelijk van grootte zijn • être de même taille -
18 afwaaien
1 [door de wind weggedreven, weggerukt worden] être emporté par le vent♦voorbeelden:het schip was van zijn koers afgewaaid • le bateau avait été dévié de sa routeer woei veel sneeuw van de weg af • le vent balayait la neige qui recouvrait la routeII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [wegwaaien] emporter♦voorbeelden: -
19 drift
♦voorbeelden:een opkomende drift onderdrukken • réprimer un mouvement de colèrein drift ontbranden • avoir un accès de colèrerood van drift • rouge de colère -
20 prijs
♦voorbeelden:een vaste prijs • un prix fixevoor een zacht prijsje • à un prix d'amieen nader overeen te komen prijs • un prix à débattreeen prijs op iemands hoofd stellen • mettre à prix la tête de qn.iemand een prijs toekennen • décerner un prix à qn.altijd prijs! • à tous les coups on gagne!bij de prijs inbegrepen • tout comprisde benzine is in prijs gestegen • le prix de l'essence a augmentéin de prijzen vallen • gagnertegen de prijs van • au prix detegen, tot elke prijs • à tout prixvoor geen prijs • à aucun prixde eerste prijs in de loterij • le gros lot à la loteriede tweede prijs in de loterij • le second prix à la loterieiets op prijs stellen • apprécier qc.
См. также в других словарях:
Schip — steht für eine Erweiterung der Programmiersprache CHIP 8 Schip ist der Nachname von John van t Schip, ein niederländischer Trainer und ehemaliger Fußballspieler Diese Seite ist eine Begriffsklärung zu … Deutsch Wikipedia
Van Basten — Marco van Basten Marco van Basten … Wikipédia en Français
Van Basten — Marco van Basten Spielerinformationen Voller Name Marcel van Basten Geburtstag 31. Oktober 1964 Geburtsort Utrecht, Niederlande … Deutsch Wikipedia
John van ’t Schip — Spielerinformationen Voller Name Johannes Nicolaas van ’t Schip Geburtstag 30. Dezember 1963 … Deutsch Wikipedia
John Van 't Schip — Johannes Nicolaas « John » van t Schip, est un ancien footballeur néerlandais né le 30 décembre 1963 à Fort St. John en Colombie Britannique (Canada). Il faisait partie de l équipe des Pays Bas … Wikipédia en Français
John van't Schip — Johannes Nicolaas « John » van t Schip, est un ancien footballeur néerlandais né le 30 décembre 1963 à Fort St. John en Colombie Britannique (Canada). Il faisait partie de l équipe des Pays Bas … Wikipédia en Français
John van 't schip — Johannes Nicolaas « John » van t Schip, est un ancien footballeur néerlandais né le 30 décembre 1963 à Fort St. John en Colombie Britannique (Canada). Il faisait partie de l équipe des Pays Bas … Wikipédia en Français
John van 't Schip — Football manager infobox playername = John van t Schip fullname = Johannes Nicolaas van t Schip nickname = dateofbirth = birth date and age|1963|12|30 cityofbirth = Fort St. John countryofbirth = Canada currentclub = Netherlands position = Winger … Wikipedia
Marco van Basten — Personal information Full name Marcel van Basten … Wikipedia
John van 't Schip — Johannes Nicolaas « John » van t Schip, est un ancien footballeur néerlandais né le 30 décembre 1963 à Fort St. John en Colombie Britannique (Canada). Il faisait partie de l équipe des Pays Bas vainqueur de l Euro 1988 … Wikipédia en Français
John van 't Schip — Johannes Nicolaas („John“) van t Schip (* 30. Dezember 1963 in British Columbia, Kanada) ist ein ehemaliger niederländischer Fußballspieler und heutiger Trainer. Er wurde 1988 mit den Niederlanden Europameister. Insgesamt bestritt er 41… … Deutsch Wikipedia