-
1 uitstorting
1 [het (zich) uitstorten] pouring out ⇒ outpouring 〈 figuurlijk〉, 〈 vloeistof ook〉 effusion, ejaculation 〈 sperma〉, emission 〈 sperma〉2 [met betrekking tot bloed] contusion, effusion♦voorbeelden: -
2 uitstorting
n. outpour, outpouring, effusion -
3 de uitstorting van de Heilige Geest
de uitstorting van de Heilige GeestVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de uitstorting van de Heilige Geest
Перевод: с нидерландского на английский
с английского на нидерландский- С английского на:
- Нидерландский
- С нидерландского на:
- Все языки
- Английский
- Русский
- Французский