-
1 небосвод
-
2 dome
-
3 firmament
-
4 heaven
n. hemel; paradijs[ hevn]♦voorbeelden:it was sheer heaven • het was zaligHeaven forbid! • de hemel verhoede het!Heaven only knows! • dat mag de hemel weten!thank heaven(s)! • de hemel zij dank!¶ Heavens above! • goeie hemel!, lieve help! -
5 the dome of the sky
-
6 welkin
-
7 firmamental
adj. van uitspansel, hemels- -
8 ciel
〈m.; ook bijvoeglijk naamwoord〉♦voorbeelden:ciel bas • laaghangende bewolkingciel couvert • bedekte lucht————————ciel2 [sjel],cieux [sjeu]〈m.; ook tussenwerpsel〉1 hemel(gewelf) ⇒ uitspansel, firmament♦voorbeelden:remuer ciel et terre • hemel en aarde bewegen〈 figuurlijk〉 tomber du ciel • uit de lucht komen vallen; omvallen van verbazingavoir l'air de tomber du ciel • er verdwaasd uitzienà ciel ouvert • in de open luchtsous le ciel • hier (op aarde)sous d'autres cieux • in een ander land, in andere landenjuste ciel! • goeie hemel!〈 spreekwoord〉 aide-toi, le Ciel t'aidera • help uzelf, zo helpt u Godélever qn. jusqu'au ciel • iemand de hemel in prijzenmériter le ciel • (een plaats in) de hemel verdienenmonter au ciel • ten hemel opvarenm1) hemel, (blauwe) lucht2) baldakijn -
9 azur
azur [aazuur]〈m.〉 -
10 firmament
-
11 Himmelsgewölbe
-
12 Himmelszelt
Перевод: со всех языков на нидерландский
с нидерландского на все языки- С нидерландского на:
- Все языки
- Со всех языков на:
- Все языки
- Английский
- Нидерландский
- Русский
- Французский