-
1 uitbraken
-
2 uitbraken
-
3 uitbraken
изрыгнуть; извергнуть* * *гл.общ. рвать, тошнить, изрыгать, низвергать -
4 uitbraken
v. vomit, belch, reject, throw up, disgorge, puke, spew, volley -
5 uitbraken
-
6 zijn gal (tegen iemand) uitbraken
zijn gal (tegen iemand) uitbrakendécharger sa bile contre qn.Deens-Russisch woordenboek > zijn gal (tegen iemand) uitbraken
-
7 zijn gal uitbraken
zijn gal uitbraken -
8 zijn venijn op iemand uitbraken
zijn venijn op iemand uitbrakenrépandre du venin contre qn.Deens-Russisch woordenboek > zijn venijn op iemand uitbraken
-
9 zijn gal uitbraken
гл. -
10 давать волю своему раздражению
vgener. zijn gal uitbraken -
11 изрыгать
vgener. uitspuwen, uitbraken -
12 низвергать
vgener. omstoten, ten val brengen, uitbraken -
13 рвать, тошнить
vgener. uitbraken -
14 gal
♦voorbeelden:ik heb het aan de gal • ma vésicule me joue des tours -
15 venijn
♦voorbeelden:venijn spuwen • cracher son veninzijn venijn op iemand uitbraken • répandre du venin contre qn. -
16 uitstoten
3 [door/met stoten verwijderen] push/thrust/knock out4 [naar buiten stoten] eject ⇒ emit 〈 rook, gassen enz.〉, 〈 uitbraken〉 disgorge, belch 〈 rook, stoom〉♦voorbeelden:1 iemand uitstoten uit de groep • expel/banish someone from the group2 onverstaanbare klanken uitstoten • emit/utter unintelligible sounds
Перевод: с нидерландского на все языки
со всех языков на нидерландский- Со всех языков на:
- Нидерландский
- С нидерландского на:
- Все языки
- Английский
- Русский
- Французский