-
1 uitbraken
-
2 uitbraken
v. vomit, belch, reject, throw up, disgorge, puke, spew, volley -
3 uitstoten
3 [door/met stoten verwijderen] push/thrust/knock out4 [naar buiten stoten] eject ⇒ emit 〈 rook, gassen enz.〉, 〈 uitbraken〉 disgorge, belch 〈 rook, stoom〉♦voorbeelden:1 iemand uitstoten uit de groep • expel/banish someone from the group2 onverstaanbare klanken uitstoten • emit/utter unintelligible sounds
Перевод: с нидерландского на английский
с английского на нидерландский- С английского на:
- Нидерландский
- С нидерландского на:
- Все языки
- Английский
- Русский
- Французский