-
1 ongelijk
ongelijk1〈 het〉♦voorbeelden:1 iemand ongelijk geven • donner tort à qn.ongelijk hebben • avoir tortin het ongelijk zijn • être dans son tortde feiten stellen hem in het ongelijk • les faits lui donnent tort————————ongelijk2 -
2 kwaad
kwaad1〈 het〉♦voorbeelden:kwaad doen • faire le malmen moet kwaad met goed vergelden • on doit rendre le bien pour le malkwaad met kwaad vergelden • rendre le mal pour le malhet kwaad was al geschied • le mal était déjà faitzich ten kwade keren • tourner malhij kan daar geen kwaad doen • il a conquis tous les coeursvan geen kwaad weten • être parfaitement innocentik zie daar geen kwaad in • je n'y vois aucun malergens geen kwaad in zien • ne pas entendre malice à qc.daar steekt geen kwaad in • ce n'est pas bien méchantzij bedoelt daar geen kwaad mee • elle n'y entend pas malicevan kwaad tot erger (vervallen) • (aller) de mal en piskwaad stichten • faire du malhet kwaad met wortel en al uitroeien • couper le mal à la racine————————kwaad2♦voorbeelden:het kwaad (te verduren) hebben • être (mis) à maldat is zo kwaad niet • cela n'est pas trop malhij meent het zo kwaad niet • il n'y entend pas malicehij is de kwaadste niet • il n'est pas bien méchantzich kwaad maken, kwaad worden • se fâcher (contre) -
3 schuld
♦voorbeelden:een schuld aangaan • contracter une detteeen schuld afdoen • s'acquitter d'une dettediep in de schulden zitten • être criblé de detteszich diep in de schulden steken • se couvrir de dettesin de schuld zitten • avoir des dettesschuld bekennen • avouer sa fautevergeef ons onze schulden • pardonnez-nous nos offenseshet is mijn eigen schuld • c'est (de) ma propre fautewiens schuld is het? • à qui la faute?dood door schuld • homicide par imprudence3 eigen schuld dikke bult! • c'est bien fait pour toi, lui etc.!iemand de schuld van iets geven • accuser qn. de qc.zijn schuld is bewezen • sa culpabilité est établiede schuld krijgen • être accuséde schuld van iets op zich nemen • assumer la responsabilité de qc.〈 figuurlijk〉 de schuld op iemand schuiven • faire porter le chapeau à qn.hem treft geen schuld • il n'a aucun tortschuld aan iets hebben • y être pour qc.het is buiten zijn schuld • ce n'est pas de sa faute→ link=belofte belofte -
4 eierkoek
n. sponge cake, light and spongy cake without shortening, tort, stirred or mixed cake -
5 ongelijk
adj. unequal, uneven, wrong, dissimilar, disparate, scratchy, ragged--------adv. unequally, differently--------n. mischance, tort -
6 kwaad
-
7 ongelijk
-
8 schuld
-
9 aanslepen
1 [erbij halen] mentionner à tort et à travers2 [in grote hoeveelheden aandragen] déballer♦voorbeelden: -
10 berokkenen
-
11 bij
bij1〈de〉♦voorbeelden:————————bij21 [bij kennis] conscient2 [gelijk] à jour3 [van alles op de hoogte] à la page♦voorbeelden:het koren staat er best bij • le blé promet une riche moissonom en(de) bij • environten naasten bij • à peu de chose près————————bij3〈 voorzetsel〉1 [in de nabijheid van; m.b.t. een raken aan, bereiken] près de3 [m.b.t. een meevoeren] avec4 [voor, in tegenwoordigheid van] à⇒ auprès de5 [gedurende, onder] par⇒ à6 [gelijktijdig met] à⇒ lors de7 [in geval van] en cas de8 [wegens; m.b.t. een omstandigheid, in eden en verzekeringen] par♦voorbeelden:1 iets bij de hand hebben • avoir qc. sous la mainbij een kruispunt komen • arriver à un carrefourbij het raam • à la fenêtrebij het stadhuis • près de l'hôtel de villebij de wind zeilen • naviguer près du vent〈 figuurlijk〉 iets er(gens) bij halen • mêler qc. à qc.ik woon hier vlak bij • j'habite tout près d'icihet is bij zessen • il est près de six heuresdat is bij de boeren zo de gewoonte • c'est la coutume chez les paysansbij familie logeren • loger chez des parentsiets bij zich hebben • avoir qc. sur soizij had haar dochter bij zich • elle était avec sa filleinlichtingen bij een loket inwinnen • se renseigner à un guichetbij zichzelf zeggen • se dire (tout bas)bij tijden • de temps en tempsbij het vallen van de nacht • à la tombée de la nuit6 bij deze bekentenis bloosde hij • à cet aveu, il rougitbij een glas wijn iets bespreken • discuter de qc. autour d'un verre de vin10 wat is hij nu bij een dichter als Achterberg? • que vaut-il à côté d'un poète comme Achterberg?de kamer is 6 bij 5 • la pièce mesure 6 mètres sur 511 iets bij het gewicht verkopen • vendre qc. au poidsbij paren • deux par deuxde mensen kwamen bij duizenden toelopen • les gens vinrent par milliers¶ wat drink je bij het eten? • que bois-tu en mangeant?heb je iets bij de koffie? • as-tu qc. à servir avec le café?bij een mening blijven • persister dans une opinionsoort bij soort leggen • trierik was niet bij de vergadering • je n'ai pas assisté à la réunionbij elkaar zijn het er 20 • il y en a 20 en touthet er niet bij laten • ne pas en rester làik ben er toch zeker zelf bij • je suis majeur et vaccinéer mag nog wel wat bij • un peu plus ne fera pas de torter moet geld bij • il va falloir ajouter de l'argent -
12 de feiten stellen hem in het ongelijk
de feiten stellen hem in het ongelijkDeens-Russisch woordenboek > de feiten stellen hem in het ongelijk
-
13 de onhebbelijke gewoonte hebben om …
de onhebbelijke gewoonte hebben om …avoir le tort de …Deens-Russisch woordenboek > de onhebbelijke gewoonte hebben om …
-
14 deren
-
15 doordraven
〈 figuurlijk〉♦voorbeelden:1 over iets doordraven • pérorer sur qc.wat draaf je weer door! • comme tu y vas!hij kan ook zó doordraven • quand il est parti, il n'y a plus moyen de l'arrêter -
16 een onterecht gegeven berisping
een onterecht gegeven berispingDeens-Russisch woordenboek > een onterecht gegeven berisping
-
17 eind
♦voorbeelden:het andere eind van de stad • l'autre bout de la villeop het eind van de film • à la fin du film→ link=einde eindeaan het langste eind trekken • avoir le dessushet bij het rechte eind hebben • avoir raisonhet bij het verkeerde eind hebben • avoir tort -
18 er mag nog wel wat bij
er mag nog wel wat bij -
19 er verkeerd aan doen te
er verkeerd aan doen te -
20 feitelijk heeft hij ongelijk
feitelijk heeft hij ongelijken fait, il a tort
См. также в других словарях:
tort — tort … Dictionnaire des rimes
tort — [ tɔr ] n. m. • 980; lat. pop. tortum, neutre subst. de tortus « tordu, de travers », de torquere « tordre » A ♦ (En loc., sans article) 1 ♦ AVOIR TORT : ne pas avoir le droit, la raison de son côté (opposé à avoir raison) . « Prouver que j ai… … Encyclopédie Universelle
tort — Tort. s. m. Ce qui est contre la raison, ce qu on peut blasmer. Lequel est ce des deux qui a tort? ils ont tort tous deux. je ne scay qui a le tort. il a tous les torts du monde. tout le monde luy donne le tort. vous avez tort de parler comme… … Dictionnaire de l'Académie française
tort — / tȯrt/ n [Anglo French, wrongful or illegal act, from Old French, injury, from Medieval Latin tortum, from Latin, neuter of tortus twisted, from past participle of torquēre to twist]: a wrongful act other than a breach of contract that injures… … Law dictionary
tort — Tort, Il vient de Tortus, ou Tortuosus, quod opponitur Recto, Aussi Tort et droict sont contraires, Iniuria enim, hoc est quod iniuste fit alteri, a naturae rectitudine deflectit, vt tortuosum bacillum a bacilli rectitudine. Tort et dommage,… … Thresor de la langue françoyse
Tort — Tort, n. [F., from LL. tortum, fr. L. tortus twisted, crooked, p. p. of torqure to twist, bend. See {Torture}.] 1. Mischief; injury; calamity. [Obs.] [1913 Webster] That had them long opprest with tort. Spenser. [1913 Webster] 2. (Law) Any civil… … The Collaborative International Dictionary of English
Tort — Sm Kränkung per. Wortschatz fremd. Erkennbar fremd (17. Jh.) Entlehnung. Entlehnt aus frz. tort, eigentlich Unrecht , zu ml. tortum verdreht, krumm , PPP. von l. torquēre drehen (Tortur). Ebenso ne. tort, ndn. tort, nnorw. tort. französisch… … Etymologisches Wörterbuch der deutschen sprache
tort — {{/stl 13}}{{stl 8}}rz. mnż I, D. u, Mc. tortrcie {{/stl 8}}{{stl 7}} wyrób ciastkarski przyrządzany z ciasta, zwykle biszkoptowego, upieczonego w kształcie krążków, przełożonych później rozmaitymi masami, kremami, przyozdobionych owocami, lukrem … Langenscheidt Polski wyjaśnień
Tort — Tort, a. Stretched tight; taut. [R.] [1913 Webster] Yet holds he them with tortest rein. Emerson. [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
Tort — der; [e]s <aus fr. tort »Unrecht«, dies aus spätlat. tortum, substantiviertes Neutr. zu lat. tortus »gedreht, gewunden«, Part. Perf. von torquere, vgl. ↑torquieren> (veraltend) etwas Unangenehmes, Ärger, Kränkung, z. B. jmdm., sich einen… … Das große Fremdwörterbuch
tort — (n.) mid 13c., injury, wrong, from O.Fr. tort (11c.), from M.L. tortum injustice, noun use of neut. of tortus wrung, twisted, pp. of L. torquere turn, turn awry, twist, wring, distort (see THWART (Cf. thwart)). Legal sense of breach of a duty,… … Etymology dictionary