-
1 tombe
-
2 graf
tombe -
3 graf
♦voorbeelden:het Heilige Graf • le Saint Sépulcreiemand het graf in prijzen • faire le panégyrique de qn.zich in zijn graf omkeren • se retourner dans sa tombeeen geheim in het graf meenemen • emporter un secret dans la tombeiemand ten grave, naar het graf dragen • porter qn. en terrezwijgen als het graf • être muet comme la tombe -
4 treffen
1 [algemeen] toucher2 [aantreffen] rencontrer3 [opvallen] frapper♦voorbeelden:het getroffen gebied • la région sinistréezijn ongeluk heeft ons zwaar getroffen • nous avons été bouleversés par son malheurdie opmerking treft u • cette remarque vous concernedodelijk treffen • frapper à mortwaar kan ik je treffen? • où puis-je t'atteindre?door een kogel getroffen • atteint d'une ballegetroffen door een hartinfarct • terrassé par un infarctusik ben getroffen door die reactie • cette réaction m'a touchégetroffen worden door een beroerte • être frappé d'une apoplexiede kogel trof haar in de borst • la balle l'atteignit à la poitrinede getroffene • la victimeiemand thuis treffen • trouver qn. chez luieen treffen • une rencontre→ link=bliksem bliksemdat treft goed • ça tombe biendat treft slecht • ça tombe malzij hebben het met elkaar getroffen • ils ont eu de la chance de se rencontrer; 〈m.b.t. het leven doorbrengen〉 ils sont très heureux ensemble -
5 vallen
1 [algemeen] tomber2 [los neerhangen] (re)tomber3 [zich aangetrokken voelen tot] avoir un faible pour♦voorbeelden:bommen laten vallen • lâcher des bombeseen gat in zijn knie vallen • s'ouvrir le genou en tombanter valt sneeuw • il neigehet toneelstuk is gevallen • la pièce de théâtre a fait un fourde vesting is gevallen • la forteresse est tombéehij laat alles vallen • tout lui glisse des mainshet anker laten vallen • jeter l'ancrezich laten vallen • se laisser tomberzijn beste vriend laten vallen • lâcher son meilleur amihij viel languit op de grond • il s'étala de tout son longop, over een woord vallen • tiquer sur un motde verantwoordelijkheid valt op … • la responsabilité incombe à …haar aandacht viel plotseling op die man • son attention fut soudain attirée par cet hommeKerstmis valt op een woensdag • Noël tombe un mercrediover een steen vallen • trébucher sur une pierreuit de handen vallen • échapper des mainsvoor het vaderland vallen • mourir pour la patriehet vallen van de bladeren • la chute des feuillesbij het vallen van de nacht • à la tombée de la nuitin plooien vallen • retomber en plisniet op elkaar vallen • ne pas être fait l'un pour l'autreer vielen doden • il y eut des mortswat valt er te doen? • qu'est-ce qu'il y a à faire?een kandidaat laten vallen • faire échouer un candidatiets laten vallen van de prijs • rabattre un peu du prixhij liet de aanklacht vallen • il a retiré sa plainteer viel niet aan te tornen • il n'y eut rien à fairedat valt goed • cela tombe bienin een bepaalde categorie vallen • tomber dans une certaine catégorievallen onder • être du ressort deal naar het valt • suivant le cas -
6 wieg
♦voorbeelden:het kind ligt in de wieg • l'enfant est dans le berceauiets in de wieg smoren • étouffer qc. dans l'oeufin de wieg gelegd zijn voor … • être très doué pour …daar is hij niet voor in de wieg gelegd • il n'est pas fait pour celadat is hem niet in de wieg voorgezongen • il n'a jamais pensé qu'il en arriverait làvan de wieg tot (aan) het graf • du berceau à la tombevan de wieg tot het graf verzorgd • à l'abri du besoin du berceau à la tombe -
7 wij hebben dit jaar een vroege Pasen
wij hebben dit jaar een vroege Pasen————————wij hebben dit jaar een vroege PasenDeens-Russisch woordenboek > wij hebben dit jaar een vroege Pasen
-
8 graf
otombeau m, tombe f -
9 Kerstmis valt op een woensdag
Kerstmis valt op een woensdag -
10 Pasen
♦voorbeelden:wij hebben dit jaar een vroege Pasen • Pâques tombe tôt cette année -
11 aan de rand van het graf staan
aan de rand van het graf staan -
12 achteroverslaan
1 [onverhoeds achterovervallen; ook figuurlijk] tomber à la renverse♦voorbeelden:die prijzen zijn om van achterover te slaan • ce sont des prix renversantsII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [snel opdrinken] s'envoyer♦voorbeelden: -
13 afnemen
1 [van een plaats verwijderen] enlever (de qc., à qn.)2 [van het hoofd nemen] enlever (de)3 [wegnemen] prendre (à)4 [ontdoen van wat er op ligt, staat] enlever (de); 〈 afruimen〉 débarrasser; 〈 schoonmaken〉 nettoyer5 [afpakken] prendre (qc. à qn.)6 [laten afleggen] faire passer (qc. à qn.)7 [kopen] acheter à♦voorbeelden:iemand een last afnemen • débarrasser qn. d'un fardeau3 iemand bloed afnemen • faire une prise de sang à qn.met zeep afnemen • laver au savon→ link=biecht biecht5 iemand zijn beurs afnemen • délester qn. de sa bourseeen kind een mes afnemen • retirer un couteau à un enfant6 een gelofte afnemen • faire prêter serment à qn.(iemand) een verhoor afnemen • faire subir un interrogatoire (à qn.)1 [verminderen] diminuer2 [korter, kleiner worden] raccourcir♦voorbeelden:de koorts neemt af • la fièvre tombeafnemend tij • marée descendante -
14 afwachten
1 attendre♦voorbeelden:een afwachtende houding aannemen • voir venir (les événements)afwachtende politiek • politique attentisteeen nadere verklaring afwachten • attendre une explication plus précisewe moeten maar afwachten • il faut voir venir -
15 avond
♦voorbeelden:met het vallen van de avond • à la nuit tombanteop de late avond • tard dans la soirée〈 ironisch〉 leuke avond! • charmante soirée!de vorige avond • la veille au soirde avond valt • le soir tombehij wijdt zijn avonden aan de studie • il passe ses soirées à étudierhet wordt avond • le jour baissealle avonden • tous les soirseen avondje uit • une sortiebij avond • le soirlaat in de avond • tard le soirin de avond van zijn leven • au soir de sa viemet de avond • vers le soirop de avond • le soirhet liep tegen de avond • le soir approchaitde avond tevoren, 's avonds tevoren • la veille au soir's avonds • le soir〈 spreekwoord〉 hoe later op de avond, hoe schoner volk • ±bienvenue aux combattants de la dernière heure!muzikale avondjes • soirées musicaleseen avond geven • donner une soiréemensen op een avondje vragen • inviter des gens à venir passer la soirée -
16 been
3 [bot; stof waaruit botten bestaan] os 〈m.〉4 [gebeente] os 〈 meervoud〉♦voorbeelden:dat paard staat hoog op de benen • ce cheval a de longues jambesop het verkeerde been gezet worden • être pris à contre-piedmet het verkeerde been uit bed gestapt zijn • s'être levé du pied gauche〈 figuurlijk〉 iemand tegen het zere been schoppen • toucher qn. au vifeen been breken • se casser la jambede benen nemen • prendre ses jambes à son coumijn been slaapt • j'ai des fourmis dans les jambesde benen strekken • se dégourdir les jambesmet zijn been trekken • tirer la jambeal de hele dag op de been zijn • être sur pied toute la (sainte) journéeer was veel volk op de been • il y avait beaucoup de mondeik kan niet meer op mijn benen staan • je ne tiens plus sur mes jambesiemand weer op de been helpen • remettre qn. sur piedvast op z'n benen staan • être d'aplombslecht ter been zijn • avoir de mauvaises jambeszijn benen uit zijn lijf lopen • se démenerik heb geen benen meer om op te staan • je n'ai plus de jambesbenen als een ooievaar hebben • être monté sur des échasses〈 spreekwoord〉 het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen • ±il faut de plus grandes vertus pour soutenir la bonne fortune que la mauvaise -
17 belazerd
1 [gek] dingue2 [erg slecht] zéro♦voorbeelden:1 ben je belazerd! • non mais, dis donc?ja, ik ben daar belazerd • je ne suis pas tombé sur la tête -
18 bescheten
-
19 bijna
♦voorbeelden:bijna dood • à demi mortbijna klaar zijn met iets • achever de faire qc.bijna ondraaglijke pijn • douleur à peine supportablebijna volmaakt zijn • approcher de la perfection〈 raadspelletje〉 je bent er bijna! • tu brûles!iets bijna bereikt hebben • toucher à qc.je zou bijna denken dat • c'est à se demander sije knoop springt er bijna af • ton bouton va sauterik was bijna gevallen • je suis presque tombébijna niet • ne … guèrebijna nooit • pratiquement jamaisbijna overal • un peu partoutbijna zestig jaar zijn • friser la soixantainebijna ten einde zijn • toucher à sa fin -
20 binnenvallen
1 faire irruption (dans)⇒ envahir (qc.)♦voorbeelden:ik kwam midden in een vergadering binnenvallen • je suis tombé en pleine réunion
См. также в других словарях:
tombe — [ tɔ̃b ] n. f. • v. 1130; lat. ecclés. tumba; gr. tumbos 1 ♦ Lieu où l on ensevelit un mort, fosse recouverte d une dalle (parfois d un monument). ⇒ sépulture, tombeau. Descendre un cercueil dans une tombe. Tombes d un cimetière, d une nécropole … Encyclopédie Universelle
tombé — tombe [ tɔ̃b ] n. f. • v. 1130; lat. ecclés. tumba; gr. tumbos 1 ♦ Lieu où l on ensevelit un mort, fosse recouverte d une dalle (parfois d un monument). ⇒ sépulture, tombeau. Descendre un cercueil dans une tombe. Tombes d un cimetière, d une… … Encyclopédie Universelle
tombé — tombé, ée (ton bé, bée) part. passé de tomber. 1° Qui a été entraîné de haut en bas. Un fruit tombé. • Un sceptre si tôt tombé d une royale main, BOSSUET Mar. Thér.. • On lui a souvent [à Louis XIV] ouï parler des temps de son enfance avec… … Dictionnaire de la Langue Française d'Émile Littré
tombe — TOMBE. s. f. Table de pierre, de marbre, de cuivre, &c. dont on couvre la fosse d un homme mort. Tombe de marbre, tombe de pierre, tombe d ardoise, tombe de cuivre. cy gist sous cette tombe. lever une tombe. mettre une inscription sur une tombe … Dictionnaire de l'Académie française
tombe — Tombe, ou Tombeau, Il vient de {{t=g}}tumbos,{{/t}} à ceste cause plusieurs escrivent Tumbe, Tymbus, Tumulus, Bustum, Arca … Thresor de la langue françoyse
tombé — Tombé, [tomb]ée. part … Dictionnaire de l'Académie française
Tombé — Un tombé (en anglais pinfall, ou simplement pin) est une des différentes formes de victoire dans le catch, quand le catcheur rive au sol les épaules de son adversaire pour un compte de trois par l arbitre. Le plaquage des épaules doit avoir lieu… … Wikipédia en Français
tombe — (ton b ) s. f. 1° Grande table de marbre, de pierre, de cuivre, etc. dont on couvre la fosse qui contient un mort. • Mes cheveux gris me font déjà frémir ; Dessous la tombe il faut toujours dormir ; Elle est un lit où jamais on ne veille,… … Dictionnaire de la Langue Française d'Émile Littré
Tombe — Une tombe (du grec tumbos) est l endroit où le corps d un être humain (ou parfois d un animal) mort est enterré, généralement après des funérailles. Les tombes sont le plus souvent regroupées dans des cimetières, mais peuvent aussi se trouver… … Wikipédia en Français
TOMBE — s. f. Grande table de pierre, de marbre, de cuivre, etc., dont on couvre une sépulture. Tombe de marbre. Tombe de pierre. Tombe de cuivre. Ci gît sous cette tombe... Lever une tombe. Mettre une épitaphe sur une tombe. TOMBE, se dit aussi pour… … Dictionnaire de l'Academie Francaise, 7eme edition (1835)
TOMBE — n. f. Fosse recouverte d’une table de pierre, de marbre, de cuivre, etc., qui renferme un ou plusieurs morts. Il se dit, en général, de Tout lieu où un mort est enseveli. Fig., Avoir un pied dans la tombe, être très âgé, très malade, être sur le… … Dictionnaire de l'Academie Francaise, 8eme edition (1935)