-
1 opnemen
2 [op zich nemen] take on3 [weer opvatten] resume4 [laten afschrijven] withdraw5 [beoordelen] take6 [opvatten] take8 [nauwkeurig opmeten] measure (up)10 [weghalen] take/pull/tear up17 [opvegen] mop/wipe up♦voorbeelden:het vloerkleed opnemen • take up the carpet4 ƒ200,- opnemen • withdraw Dfl200,-een lening opnemen • take out a loaneen snipperdag opnemen • take the/a day offiets goed opnemen • take something wellhoe zou hij het opnemen? • how would he take it?iets hoog opnemen • not take kindly to somethingiets verkeerd opnemen • take something the wrong way7 iets goed opnemen • take a good look at/stock of somethingiemand nauwkeurig opnemen • observe/look at someone closelyiemand onderzoekend opnemen • scrutinize someonescherp/wantrouwend opnemen • eye sharply/keenly/suspiciouslyzij nam hem op van top tot teen • she looked him up and downop de band opnemen • tape, recordop de video opnemen • (video-)recordde tijd opnemen (van) • time a personin de stukken/notulen opnemen • enter in the documents/minutesnieuwe woorden opnemen in een woordenboek • enter new words in a dictionarylaten opnemen in een ziekenhuis • hospitalizeiets niet opnemen • leave out, omiteen clausule in een contract opnemen • insert a clause in a contractin het ziekenhuis opgenomen worden • be admitted to hospitalopnemen in een catalogus • put in a cataloguenamen in een lijst opnemen • include names on a list, list namesopnemen onder de rubriek …/in een rubriek • include under the heading …/in a columniemand als lid in een club opnemen • admit someone as a member of a club15 hij neemt alles heel snel/gemakkelijk op • he's very receptive/quick on the uptakeiets goed in zich opnemen • take something in18 deze spons neemt veel water op • this sponge takes up a lot of water/is very absorbenthet tegen iemand opnemen • take someone onhij kan het tegen iedereen opnemen • he can hold his own against anyonehet tegen anderen moeten opnemen • have to compete against othershet voor iemand/iets opnemen • make a stand for someone/something, speak/stick up for someone/something -
2 afbreken
♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉3 [slopen] pull down, demolish ⇒ break/tear down 〈schutting e.d.〉, 〈 aan stukken slaan〉 break up, 〈 ontmantelen〉 dismantle, 〈 ontmantelen〉 take apart, take down 〈 tent〉4 [figuurlijk] [afkraken] heavily criticize♦voorbeelden:woorden afbreken • break (off) wordseen bloem van haar steel afbreken • break a flower off its stalkde wedstrijd werd afgebroken • the game was stoppedafbrekende kritiek • scathing criticism♦voorbeelden: -
3 afhangen
1 [naar beneden hangen] hang down2 [afhankelijk zijn] depend (on)♦voorbeelden:hij danste alsof zijn leven ervan afhing • he danced for dear life/as though his life depended on ithet hangt van het weer af • it depends on the weatherII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [losmaken en afnemen] take down2 [met betrekking tot deuren, ramen] hang♦voorbeelden: -
4 notitie
♦voorbeelden:¶ notitie nemen van • 〈 aandacht schenken aan〉 take notice of; 〈 kennis nemen van〉 note, take note of -
5 neerhalen
v. pull down, take down, heave down, bring down, down, depreciate -
6 opschrijven
n. superscript--------v. inscribe, write, write down, mark down, note down, set down, take down, pen, pencil, record, enter, check in, score -
7 afhalen
3 [van zijn plaats verwijderen] take away/down ⇒ remove4 [van iets anders ontdoen] 〈zie voorbeelden 4〉♦voorbeelden:iemand van de trein afhalen • meet someone at the stationze hebben hem van de tribune afgehaald • they dragged him from the platformbonen afhalen • string beansde huid afhalen • strip off the skinde schil van een banaan afhalen • peel (the skin off) a banana -
8 dictaat
1 [aantekeningen] (lecture) notes2 [schrift] notebook3 [opgelegde voorwaarden] diktat4 [het dicteren] dictation♦voorbeelden: -
9 opbreken
1 [uit elkaar nemen] break up ⇒ take down/apart2 [openbreken] break/tear up♦voorbeelden:de tenten opbreken • take down the tents2 de straat opbreken • dig/break up the street1 [weggaan] leave2 [naar boven komen] come up♦voorbeelden: -
10 opschrijven
• to note down• to take down• to write down -
11 demontage
demontage, demontering1 [handeling] dismantling, disassembling ⇒ taking apart, 〈 motor ook〉 stripping (down), 〈 van onderdeel〉 removal, 〈 van onderdeel〉 detaching, 〈 van onderdeel〉 taking off, 〈 bom〉 defusing, 〈 bom〉 deactivating2 [keer] dismantlement, disassembly ⇒ 〈 motor ook〉 stripping (down), 〈 onderdeel〉 removal, take-down, 〈 bom〉 defusing, 〈 bom〉 deactivation -
12 afhalen
v. collect, pick up; take down, take away -
13 vernedering
n. abasement, debasement, degradation, abjection, indignation, indignity, put down, take down -
14 notities maken
notities makentake(down)/make notes; 〈 onsystematisch〉 jot down notes -
15 vernederen
♦voorbeelden: -
16 optekenen
• to note• to record• to take down -
17 absent
-
18 de absenten aantekenen
de absenten aantekenenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de absenten aantekenen
-
19 de tenten opbreken
de tenten opbrekenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de tenten opbreken
-
20 de was afhalen
de was afhalen
См. также в других словарях:
take down — [v1] write down inscribe, jot down, make a note of, minute, note, note down, put on record, record, set down, transcribe; concept 125 take down [v2] humble deflate, humiliate, let down, lower, mortify, pull down, put down, take apart; concepts… … New thesaurus
take down — (someone/something) to remove a person or group from a position of power. Stockholders are hoping to take down the company s management team. Bush decided it was up to American forces to take Saddam down … New idioms dictionary
take|down — «TAYK DOWN», noun, adjective. –n. 1. the act of taking down. 2. the fact of being taken down. 3. a rifle or similar firearm that can be taken apart and reassembled readily. 4. the nut, bolt, joint, or other piece, between its parts. 5. Wrestling … Useful english dictionary
take down — (something) to destroy an aircraft as it is flying. The helicopter was taken down by enemy guns … New idioms dictionary
take-down — takeˈ down noun A humiliation adjective Capable of being disassembled quickly • • • Main Entry: ↑take … Useful english dictionary
take down — index demean (make lower), demote, enter (record), note (record), record Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton … Law dictionary
take down — verb 1. move something or somebody to a lower position (Freq. 3) take down the vase from the shelf • Syn: ↑lower, ↑let down, ↑get down, ↑bring down • Ant: ↑raise ( … Useful english dictionary
take down — 1) PHRASAL VERB If you take something down, you reach up and get it from a high place such as a shelf. [V n P] Alberg took the portrait down from the wall... [V P n (not pron)] Gil rose and went to his bookcase and took down a volume. 2) PHRASAL… … English dictionary
take down — v. (D; tr.) ( to write down ) to take down in (to take testimony down in shorthand) * * * [ teɪk daʊn] (D; tr.) ( to write down ) to take down in (to take down testimony down in shorthand) … Combinatory dictionary
take down — phrasal verb [transitive] Word forms take down : present tense I/you/we/they take down he/she/it takes down present participle taking down past tense took down past participle taken down 1) to separate a large structure into pieces The platform… … English dictionary
take down — {v.} 1. To write or record (what is said). * /I will tell you how to get to the place; you had better take it down./ 2. To pull to pieces; take apart. * /It will be a big job to take that tree down./ * /In the evening the campers put up a tent,… … Dictionary of American idioms