-
1 tafel
1 table♦voorbeelden:de tafels van vermenigvuldiging • the multiplication tablesde hele tafel lag krom • the whole table was roaring with laughterde tafel afruimen/dekken • clear/set the table(in een restaurant) een tafel reserveren/bespreken • reserve a tableaan tafel gaan • sit down to dinneraan tafel zijn/zitten • be at (the) tableaan tafel! • dinner is ready!/served!men sprak er aan tafel over • it was discussed at (the) table/during dinneraltijd lang aan tafel zitten • always sit long over dinnerom de tafel gaan zitten • sit down at the table (and start talking)〈 figuurlijk〉 iets onder de tafel schuiven/vegen • brush/wave something asidehet ontbijt staat op tafel • breakfast is on the table/ready〈 figuurlijk〉 er lagen verschillende voorstellen op tafel • there were several proposals on the table/under discussionik kan het geld niet zonder meer op tafel leggen • I can't cough up the money just nowbij hen kwamen er alle dagen aardappelen op tafel • they had potatoes every day〈 figuurlijk〉 ter tafel liggen • be/lie on the tablevan tafel gaan • leave the tablede tafel van zeven • the seven-times tableeen tafel voor zes personen • a table for six -
2 tafel
n. table, piece of furniture comprised of a large flat surface supported by one or more legs; list of information arranged in columns and rows, chart -
3 tafel
• base• bed• bench• platen• table -
4 tafel met verstelbaar blad
tafel met verstelbaar bladVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > tafel met verstelbaar blad
-
5 tafel van vermenigvuldiging
tafel van vermenigvuldigingVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > tafel van vermenigvuldiging
-
6 (in een restaurant) een tafel reserveren/bespreken
(in een restaurant) een tafel reserveren/besprekenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > (in een restaurant) een tafel reserveren/bespreken
-
7 aan tafel bedienen
Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > aan tafel bedienen
-
8 aan tafel gaan
aan tafel gaan -
9 aan tafel zijn/zitten
aan tafel zijn/zittenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > aan tafel zijn/zitten
-
10 aan tafel!
aan tafel!dinner is ready!/served! -
11 aan weerskanten van de tafel/het raam
aan weerskanten van de tafel/het raamon both sides of the table/windowVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > aan weerskanten van de tafel/het raam
-
12 altijd lang aan tafel zitten
altijd lang aan tafel zittenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > altijd lang aan tafel zitten
-
13 bij hen kwamen er alle dagen aardappelen op tafel
bij hen kwamen er alle dagen aardappelen op tafelVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > bij hen kwamen er alle dagen aardappelen op tafel
-
14 de hele tafel lag krom
de hele tafel lag kromVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de hele tafel lag krom
-
15 de kruimels van de tafel vegen
de kruimels van de tafel vegenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de kruimels van de tafel vegen
-
16 de onderkant van een tafel
de onderkant van een tafelVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de onderkant van een tafel
-
17 de poten van een tafel
de poten van een tafelVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de poten van een tafel
-
18 de tafel afruimen/dekken
de tafel afruimen/dekkenclear/set the tableVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de tafel afruimen/dekken
-
19 de tafel afstoffen
de tafel afstoffenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de tafel afstoffen
-
20 de tafel afvegen
de tafel afvegenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > de tafel afvegen
См. также в других словарях:
Tafel — (de) … Kölsch Dialekt Lexikon
Tafel — bezeichnet: einen gedeckten Tisch, die Speisetafel, davon abgeleitet: Tafel (Organisation) Hilfsorganisation Haute Cuisine, Ausdruck für gehobenes Speisen Schild (Zeichen), Fläche mit Schrift oder Symbolen Schriftmedium, traditioneller… … Deutsch Wikipedia
Tafel — Tafel: Die nhd. Form geht über mhd. tavel‹e› auf ahd. taval zurück, das nach der Lautverschiebung durch roman. Vermittlung (vgl. it. tavola) aus lat. tabula »Brett, Tafel, Schreibtafel« entlehnt wurde (s. die Artikel ↑ Tabelle, ↑ Tablett). – Im… … Das Herkunftswörterbuch
Tafel — is a surname, and may refer to:*Edgar Tafel (1912), American architect *Gustav Tafel (1830 – 1908), German born colonel in the Union Army *Julius Tafel (1862 1918), Swiss chemist … Wikipedia
Tafel — Tafel, die obere, mittlere Fläche eines geschliffenen Edelsteins [Tafel: Edelsteine II, 7] … Kleines Konversations-Lexikon
Tafel — Sf std. (8. Jh.), mhd. tavel(e), ahd. tavala, tabela Entlehnung. Entlehnt aus früh rom. tavola (it. tavola, nfrz. table), aus l. tabula Brett . Eine schon früher erfolgte Entlehnung aus dem gleichen Wort ergibt ahd. zabal n., mhd. zabel n., vor… … Etymologisches Wörterbuch der deutschen sprache
Tafel — [Aufbauwortschatz (Rating 1500 3200)] Auch: • Tabelle • Brett Bsp.: • Auf Seite 30 befindet sich eine Tabelle. • Der Lehrer schreibt an die Tafel … Deutsch Wörterbuch
Tafel [1] — Tafel, 1) ein Körper, welcher ungleich länger u. breiter als dick ist; 2) ein solcher Körper, insofern er bestimmt ist, etwas darauf zu schreiben od. graviren, so die T n des Gesetzes, T. der Isis etc., s.u. Tabula; 3) die Scheiben in den… … Pierer's Universal-Lexikon
Tafel [2] — Tafel, 1) Immanuel, Universitätsbibliothekar in Tübingen, Swedenborgianer u. vorzüglich Förderer der Neuen Kirche (Kirche des neuen Jerusalem) in Württemberg als Vorstand der Versammlung der Neuen Kirche in Deutschland u. der Schweiz. Er gab… … Pierer's Universal-Lexikon
Tafel — Tafel, in der Geologie ein Komplex horizontal ausgebreiteter Schichten; bei geschliffenen Edelsteinen, s. Edelsteine, S. 371 … Meyers Großes Konversations-Lexikon
Tafel — Tafel, 1. jede ebene oder umrahmte Fläche, als Füllung an Türen und Wänden; 2. dünne, flachgestreckte Masse, sei es aus Holz, Glas (s.d.) oder Metall, letzteres als Blech (s.d.) oder aus natürlichem Stein, z.B. Schiefer, Marmor u.s.w.; 3. langer… … Lexikon der gesamten Technik