-
1 steen
klenko, klenku; pieda, piedra -
2 een steen in de boezem dragen - держать камень за пазухой
set phr. steenRussisch-Nederlands Universal Dictionary > een steen in de boezem dragen - держать камень за пазухой
-
3 камень
steen -
4 pieda
steen -
5 piedra
steen -
6 brick
steen -
7 stone
steen -
8 pieda
steen -
9 piedra
steen -
10 philosophers' stone
steen der wijzen (steen waarvan de alchemisten overtuigd waren dat deze een gewone metalen in goud om kon vormen)→ philosopher's stone philosopher's stone/ -
11 кирпичный
steen-, bakstenen -
12 косточка
steen, pit -
13 wheel
steenwiel -
14 pierre
pierre [pjer]〈v.〉1 steen ⇒ gesteente, rots♦voorbeelden:âge de (la) pierre • stenen tijdperkpierre à briquet • vuursteentjepierre à chaux • kalksteenpierre aux fées • reuzensteen, megalietpierre à feu, à fusil • vuursteenc'est une pierre dans ton jardin • die (opmerking) kun je in je zak stekenpierre à plâtre • gipspierre de taille • gehouwen steen, blok natuursteenpierre spéculaire • glimmer, spiegelsteenpierre tombale • grafsteenune pierre à aiguiser • een slijpsteenapporter sa pierre à l'édifice, à l'ouvrage • zijn steentje bijdragenfaire d'une pierre deux coups • twee vliegen in één klap slaanil gèle à pierre fendre • het vriest dat het kraaktjeter la (première) pierre à qn. • iemand de schuld gevenun jour à marquer d'une pierre blanche • een gedenkwaardige dagtomber comme une pierre • als een baksteen naar beneden vallenpierre à pierre • steen voor steen; stukje bij beetjede pierre • van steen, stenen 〈 ook figuurlijk〉un coeur de pierre • een hart van steenses traits s'étaient faits de pierre • zijn, haar gezicht stond strakdur comme une pierre, comme la pierre • keihard, bikkelhardpierre (précieuse) • edelsteenmalheureux comme les pierres (du chemin) • diep ongelukkig————————pierre (précieuse)f1) steen2) edelsteen -
15 Stein
〈m.; Stein(e)s, Steine〉2 pit, steen♦voorbeelden:1 〈 figuurlijk〉 das könnte einen Stein erbarmen, erweichen • dat zou een stenen hart kunnen vermurwen3 einen Stein schlagen • een stuk, steen slaaneinen Stein setzen • een steen, stuk verplaatsen, een zet doen¶ 〈 informeel〉 bei jemandem einen Stein im Brett haben • bij iemand een wit voetje hebben, bij iemand in de gunst staan〈 spreekwoord〉 wer im Glashaus sitzt, darf andere nicht mit Steinen bewerfen • wie in een glazen huis woont, moet niet met stenen gooien -
16 stone
adj. stenen, van steen--------adv. steke(blind), steen(koud), brood(nuchter), mors(dood)--------n. steen; edelsteen; pit; stenen--------v. met stenen gooien, stenigen; van stenen of pitten ontdoenstone1[ stoon] 〈zelfstandig naamwoord; meervoud: in betekenis 0.3 ook stone〉♦voorbeelden:3 he weighs 14 stone(s) • hij weegt 14 stone/90 kilorolling stone • zwerver————————stone2〈 werkwoord〉 -
17 caillou
〈m.〉♦voorbeelden:cailloux d'empierrement • straatkeientas de cailloux • steenhoop, grindhoopcasser des cailloux • keien kloppenmarquer qc. d'un caillou blanc • iets als een mijlpaal beschouwenavoir un caillou à la place du coeur • een hart van steen hebben1. m1) kiezelsteen2) edelsteen, diamant3) kale knikker2. caillouxm pl -
18 quarry
n. wild, prooi; slachtoffer; steengroeve; ruit (v.e. raam)--------v. graven; zoeken; uitgraven, opdelvenquarry1[ kworrie] 〈zelfstandig naamwoord; meervoud: quarries〉————————quarry2〈werkwoord; quarried〉♦voorbeelden: -
19 slab
n. (marmer)plaat, platte steen; schaal, schaaldeel; gedenksteen; plak (kaas), moot (vis); operatietafel (slang)--------v. (marmer)plaat, platte steen; schaal, schaaldeel; gedenksteen; plak (kaas), moot (vis)[ slæb] -
20 copestone
n. bovenste steen van een gebouw of andere structuur; laatste hand; toppunt; bekroonde prestatie; steen die bovenste steen is van een muur
См. также в других словарях:
Steen — ist ein Familienname. Inhaltsverzeichnis 1 Herkunft und Bedeutung 2 Namensträger 3 Sonstiges 4 Siehe auch … Deutsch Wikipedia
STEEN (J.) — STEEN JAN (1626 1679) Peintre de genre par excellence, Jan Steen est le fils d’un brasseur hollandais. Né à Leyde, et successivement élève de Nicolas Knupfer à Utrecht, d’Adriaen van Ostade à Haarlem et de Jan van Goyen à La Haye, il assimilera… … Encyclopédie Universelle
Steen — Steen, MN U.S. city in Minnesota Population (2000): 182 Housing Units (2000): 72 Land area (2000): 0.423750 sq. miles (1.097508 sq. km) Water area (2000): 0.000000 sq. miles (0.000000 sq. km) Total area (2000): 0.423750 sq. miles (1.097508 sq.… … StarDict's U.S. Gazetteer Places
Steen, MN — U.S. city in Minnesota Population (2000): 182 Housing Units (2000): 72 Land area (2000): 0.423750 sq. miles (1.097508 sq. km) Water area (2000): 0.000000 sq. miles (0.000000 sq. km) Total area (2000): 0.423750 sq. miles (1.097508 sq. km) FIPS… … StarDict's U.S. Gazetteer Places
Steen — (st[=e]n), n. [AS. st[=ae]na. See {Stone}.] [Written also {stean}.] 1. A vessel of clay or stone. An huge great earth pot steane. Spenser. [1913 Webster] 2. A wall of brick, stone, or cement, used as a lining, as of a well, cistern, etc.; a… … The Collaborative International Dictionary of English
Steen — Steen, v. t. [AS. st[=ae]nan to adorn with stones or gems. See {Stone}.] To line, as a well, with brick, stone, or other hard material. [Written also {stean}, and {stein}.] [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
Steen [1] — Steen, Jan van S., geb. 1636 in Leyden; Genremaler, Schüler Browers u. van Goyers; malte Scenen aus dem gemeinsten Leben, wozu er sich auch ein Wirthshaus pachtete, um in ununterbrochener Anschauung solcher zu bleiben; st. 1689 … Pierer's Universal-Lexikon
Steen [2] — Steen, holländisches Gewicht von 3 niederländischen Pond, also genau 3 Kilogrammes … Pierer's Universal-Lexikon
Steen [1] — Steen (holländ., »Stein«), früheres niederländ. Gewicht zu 8 Ponden = 3,9527 kg, seltener zu 6 Ponden, 1816–70 = 3 kg … Meyers Großes Konversations-Lexikon
Steen [2] — Steen, 1) Jan, holländ. Maler, geb. 1626 in Leiden, begraben daselbst 3. Febr. 1679, war Schüler N. Knupfers in Utrecht und Jan van Goyens im Haag und bildete sich auch nach A. van Ostade und Frans Hals. 1648 ließ er sich in die Malergilde zu… … Meyers Großes Konversations-Lexikon
Steen — Steen, Jan, holländ. Genremaler, geb. um 1626 zu Leiden, Besitzer einer Schankwirtschaft in Leiden, gest. das. 1679; malte: Wie die Alten sungen, so zwitschern auch die Jungen (Amsterdam), Bohnenkönigsfest (Cassel), Arzt bei kranker Frau, Lockere … Kleines Konversations-Lexikon