-
1 Kahn
-
2 Haube
Haube〈v.; Haube, Hauben〉♦voorbeelden:〈informeel; schertsend〉 unter der Haube sein • onder de pannen zijn, getrouwd zijn -
3 Hirsch
〈m.; Hirsch(e)s, Hirsche〉4 〈 vaak schertsend〉stommeling, ezel -
4 Kartoffel
Kartoffel〈v.; Kartoffel, Kartoffeln〉♦voorbeelden:¶ 〈 spreekwoord〉 die dümmsten Bauern haben die größten Kartoffeln • het domste hoofd krijgt het beste kussen -
5 antediluvian
adj. voor de zondvloed; verouderd[ - dilloe:viən]1 〈 bijvoeglijk naamwoord〉 van vóór de zondvloed ⇒ voorwereldlijk, antediluviaans; 〈 schertsend〉 ouderwets -
6 boot
n. laars; (in computers) starten, de computer opnieuw starten; (in autos) bagageruimte; ontslag; schop--------v. schoppen; ontslaanboot1[ boe:t] 〈 zelfstandig naamwoord〉♦voorbeelden:3 give/get the boot • ontslag geven/krijgendie in one's boots/with one's boots on • in het harnas stervenlick someone's boots • iemands hielen likken, iemand vleien〈 slang〉 put the boot in • in elkaar trappen, erop inhakken→ big big/————————boot2〈 werkwoord〉♦voorbeelden: -
7 facetious
adj. (ongepast) grappig, schertsend, zogenaamd leuk1 (ongepast) geestig ⇒ grappig, schertsend -
8 feed
n. voedsel, eten, voer, maaltijd, voeding; brandstof; (in computers) invoer, toevoer van papier in de printer; nieuwe regel, nieuw vel, (in computers) het toevoeren van gegevens--------v. voeden, eten geven; te eten geven; zorg dragen voorfeed1[ fie:d]2 het voeren ⇒ aanvoer, toevoer♦voorbeelden:the cat is off its feed • de kat wil niet eten————————feed21 eten ⇒ zich voeden 〈 in het bijzonder van dieren en baby's〉; grazen, weiden; 〈 schertsend〉 kanen, schranzen♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 voeren ⇒ (te) eten geven, voederen4 〈 meestal techniek, technologie〉 aanvoeren 〈grondstof enz.〉 ⇒ toevoeren 〈 materiaal〉; op peil houden, doorgeven aan; op gang houden 〈 machine〉♦voorbeelden:can the child feed itself yet? • kan het kind al zelf eten?mothers feeding their children on rice only • moeders die hun kinderen alleen rijst te eten gevenfeed the fire • het vuur onderhouden〈 informeel〉 feed something into a computer • iets in de computer stoppen/invoerenfeed coins into the pay phone • munten in de telefoon stoppenfeed a wire through a pipe • een draad door een buis halen→ fed up fed up/ -
9 jocose
-
10 jocular
-
11 reprobate
v. verwerpen, verdoemen[ reprəbeet] -
12 wench
n. meisje, (boeren)deerne, prostituée--------v. achter de meiden aan zijnwench1[ wentsj] 〈 zelfstandig naamwoord〉————————wench2〈 werkwoord〉 〈 schertsend〉♦voorbeelden: -
13 yours truly
hoogachtend———————— -
14 yours
pron. van jou, van jullie[ jo:z]1 〈 predikatief gebruikt〉van jou/jullie ⇒ de/het jouwe, de/het uwe2 de/het jouwe/uwe♦voorbeelden:1 is this sock yours? • is deze sok van jou?take what is yours • neem wat van jou is〈 schertsend〉 what's yours? • wat wil je drinken?a friend of yours • een vriend van jouin reply to yours of the 25th • in antwoord op uw brief van de 25esincerely yours • met vriendelijke groeten〈 vulgair〉 up yours! • krijg de klere! -
15 beau
beau [boo],bel, belle [bel]〈bijvoeglijk naamwoord; ook m., v., bijwoord〉1 mooi ⇒ schoon, knap2 goed ⇒ mooi, lief3 flink ⇒ veel, groot♦voorbeelden:beau parleur • mooipraterc'est la belle vie • dat is een lekker leventjese faire beau • zich met zorg kledense faire belle • zich optuttenil fait beau • het is mooi weerle baromètre est au beau (fixe) • de barometer staat op mooi weern'aimer que le beau • alleen van mooie dingen houdenma belle! • liefje!, schatje!ce n'est pas beau de mentir • je hoort niet te jokkenc'est du beau! • 't is me wat moois!une belle bronchite • een flinke bronchitis〈 schertsend〉 un bel égoïste • een grote, lelijke egoïstune belle gifle • een flinke klapun beau salaud • een grote schoftune belle somme • een aardig bedrag〈 schertsend〉 c'est du beau travail! • dat heb je knap gedaan!j'ai beau crier, il ne m'entend pas • al roep ik nog zo hard, hij hoort me nietvous avez beau dire, … • wat u ook zegt, toch …, u kunt zeggen wat u wilt, toch …l'échapper belle • op het nippertje ontsnappen, ontkomenbel et bien • goed en wel, échtde plus belle • opnieuw en nog sterkertout beau! • kalm aan!= bel; = belle; adj, adv1) mooi, knap2) goed, lief3) flink, veel, groot -
16 payer
payer [pejjee]1 betalenII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 betalen ⇒ voldoen, vergoeden2 belonen4 schenken ⇒ trakteren op, uitnodigen voor♦voorbeelden:4 viens, je te paie un verre • kom, drink er een van me1 zichzelf trakteren op ⇒ zich veroorloven, voor zichzelf kopen♦voorbeelden:v1) betalen2) lonend zijn4) belonen5) schenken -
17 pensionnaire
pensionnaire [pãsjonner]〈m. & v.〉1 pensiongast ⇒ kostganger, betalend gast♦voorbeelden:m/f1) pensiongast, kostganger2) kostschoolleerling/-e, intern3) pensionair -
18 ragoûtant
ragoûtant [raagoetã]2 appetijtelijk ⇒ aanlokkelijk, aantrekkelijk -
19 Aktie
Aktie〈v.; Aktie, Aktien〉 〈 economie〉1 (bewijs van) aandeel, actie♦voorbeelden:1 die Aktien stehen (nicht) gut • (a) de aandelen staan (niet) goed genoteerd; 〈 (b) informeel; schertsend; figuurlijk〉 de vooruitzichten zijn (niet) goedAktie auf den Inhaber • aandeel aan toonderAktie auf Namen • aandeel op naameine Aktie über 100 Mark, zum Nennwert von 100 Mark • een aandeel ter (nominale) waarde van 100 mark¶ 〈informeel; schertsend〉 wie stehen die Aktien? • hoe gaat, staat het (ermee)? -
20 Hafen
Hafen1〈m.; Hafens, Häfen〉♦voorbeelden:————————Hafen2〈m.; Hafens, Hafen〉
Перевод: со всех языков на нидерландский
с нидерландского на все языки- С нидерландского на:
- Все языки
- Со всех языков на:
- Все языки
- Английский
- Нидерландский
- Французский