-
1 losgooien
♦voorbeelden:1 het anker losgooien • unmoor/trip the anchoreen boot losgooien • cast a boat off/adrift -
2 vergaan
1 [voorbijgaan] fare3 [verteren] perish, decay ⇒ rot4 [ten onder gaan] perish ⇒ 〈 figuurlijk〉 be consumed with, 〈 scheepvaart ook〉 be wrecked/lost, 〈 scheepvaart ook〉 founder♦voorbeelden:1 vergane glorie • lost/faded gloryhoe is het jou vergaan? • how have you fared/been?horen en zien vergaat je erbij • the noise is enough to waken the dead3 dat hout is vergaan • that wood has rotted/moulderedvergaan van (de) honger/dorst • 〈 letterlijk〉 perish with/die of hunger/thirst; 〈 figuurlijk〉 be starving to death/dying of thirst -
3 anker
♦voorbeelden:ten, voor anker gaan • jeter l'ancreten, voor anker liggen • être à l'ancrevan zijn anker spoelen, drijven, slaan, afgeslagen worden • chasser sur ses ancres -
4 loods
-
5 pantry
-
6 pantseren
♦voorbeelden:zich pantseren tegen overgevoeligheid • se cuirasser contre la sensiblerie -
7 ankertros
-
8 dweil
♦voorbeelden: -
9 dweilen
-
10 kabeltouw
-
11 langszij
♦voorbeelden:langszij van het schip • alongside the ship -
12 losgeld
1 [losprijs] ransom (money)♦voorbeelden:1 losgeld eisen voor iemand • hold someone to ransom, ask a ransom for someone -
13 stabilisator
2 [scheikunde] stabilizer -
14 stuwen
♦voorbeelden:1 〈 figuurlijk〉 hij is al jaren de stuwende kracht in ons bedrijf • he has been the driving force in our firm for yearsde wind stuwt het water naar de dam • the wind drives the water to(wards) the dam2 de lading is verkeerd gestuwd • the cargo has been badly/wrongly stowed/loaded -
15 wanruimte
-
16 ja
ja1〈 het〉♦voorbeelden:1 nee heb je, ja kun je krijgen • nothing ventured, nothing gainedzijn ja tegen mijn nee • it's his word against minede vraag met ja beantwoorden • answer in the affirmative————————ja21 [met betrekking tot bevestiging/toestemming] yes ⇒ 〈 informeel〉 yeah, 〈 bevestiging, inwilliging ook〉 all right, 〈 bevestiging, inwilliging ook〉 OK, 〈 bij stemprocedures ook〉 yea2 [met betrekking tot berusting/toegeving] oh, well3 [als aanknoping] oh, yes6 [met betrekking tot ergernis/ongeduld] well♦voorbeelden:en zo ja • and if soja en amen zeggen • agree with everything (that is said)heeft zij dat gezegd?, ja zeker!/o ja! • did she say that? oh yes!ja! 〈 na klop op de deur〉 • come in!kan ik binnenkomen? ja • may I come in? yes, you may2 het is niet geweldig, maar ja, wat wil je? • it's not fantastic, but then what do you expect?ja, maar … • yes, but …het is niet leuk, maar ja • it's no joke, but there it isnou ja, als ze van hem houdt • (oh) well, if she loves himwel ja, lach er maar om • go on, laugh〈 ironisch〉 ja, ja, eerst zulke verhalen en nu … • well, well, first all this big talk and now …3 o ja, nu ik je toch spreek … • oh, yes, by the way …4 ja nog mooier, hij wilde niet meer naar huis • what's more/worse, he didn't want to go home any moreje zei het net zelf! ja? • you just said so yourself! did I?6 doe me een lol, ja! • knock it off, will you! -
17 schot
I 〈 het〉2 [met betrekking tot balspel] shot3 [bereik] range4 [voortgang] movement♦voorbeelden:1 ik hoorde een schot • I heard a shot/gunshoter viel/klonk een schot • there was a shot, a shot rang outeen schot voor de boeg • 〈 ook figuurlijk〉 a shot across the bows, a warning shotiemand/iets onder schot hebben • have something/someone within rangeonder schot houden/nemen • keep covered, cover4 schot brengen in een zaak • get things moving/goinger komt/zit schot in de zaak • things are beginning to get going/to move1 [inwoner van Schotland] Scot♦voorbeelden: -
18 vaart
3 [zeereis] voyage5 [(vaar)route] course♦voorbeelden:in vliegende vaart • at breakneck speed, headlongin volle vaart • (at) full speed/tiltde vaart erin houden • keep up the pacevaart krijgen • gather/pick up speed〈 figuurlijk〉 het zal zo'n vaart niet lopen • it won't come to that/get that badvaart minderen • reduce (one's) speed, slow down〈 figuurlijk〉 ergens vaart achter zetten • hurry/speed things up, get a move oner zit geen vaart in het verhaal • the story doesn't go anywhereiets in zijn vaart stuiten • arrest the development/growth of something2 de grote vaart • (the) sea-/ocean-going tradede kleine vaart • (the) home tradede vaart is weer open • navigation is possible againde wilde vaart • tramp shipping -
19 vliegen
1 [zich (in de lucht) voortbewegen, ook figuurlijk] fly ⇒ 〈 wapperen ook〉 flap, 〈 snel voorbijgaan, (zich) voortbewegen ook〉 race, 〈 snel voorbijgaan, (zich) voortbewegen ook〉 shoot♦voorbeelden:de dagen vliegen (om) • the days fly/race byhij ziet ze vliegen • he's got bats in the belfry, he's off his rockerwerken dat de stukken eraf vliegen • work with a vengeanceeruit vliegen • 〈 figuurlijk〉 get sacked/the sackmet Pan Am vliegen • fly Pan Amuit de rails vliegen • jump the railsII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [door de lucht vervoeren] fly -
20 werken
2 [een beroep uitoefenen; bezig zijn] work6 [schoonmaken] clean♦voorbeelden:iemand hard laten werken • work someone hardhard werken • work hardaan iets werken • work at/on somethinger wordt aan gewerkt • someone is working on itmet een computer/machine werken • 〈 ook〉 operate a computer/machinewerken op het land • work the soil/landvan werken ga je niet dood • hard work won't kill youwerken voor school/een examen • do one's schoolwork, study for an examdie man werkt voor drie • that man does the work of three (people)2 minder/meer uren gaan werken • work shorter/longer hoursaan zijn conditie werken • improve one's conditionhij werkt met twintig man personeel • he employs a staff of twenty3 hoe werkt dat ding? • how does that thing work?de nieuwe regeling werkt (goed) • the new procedure is functioning (well)dit apparaat werkt heel eenvoudig • this apparatus is simple to operatezo werkt dat niet • that's not the way it worksin iemands voordeel/nadeel werken • work to someone's advantage/disadvantagehout blijft altijd werken • wood keeps warpingII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [in een toestand brengen] 〈zie voorbeelden 1〉♦voorbeelden:zich kapot werken • work one's fingers to the bonezich dood werken • work oneself to deathzich omhoog werken • work one's way upeen ongewenst persoon eruit werken • get rid of an unwanted personnaar iets toe werken • work up to (doing) somethingiemand tegen de grond werken • lay someone low
Перевод: с нидерландского на все языки
со всех языков на нидерландский- Со всех языков на:
- Нидерландский
- С нидерландского на:
- Все языки
- Английский
- Французский
scheepvaart ook
Страницы