-
1 bespringen
-
2 er als de kippen bij zijn
er als de kippen bij zijn -
3 ergens gretig op ingaan
ergens gretig op ingaansauter sur qc. -
4 gretig op iets ingaan
gretig op iets ingaansauter sur qc. -
5 gretig
♦voorbeelden:gretig in een boterham happen • mordre à belles dents dans une tartineergens gretig op ingaan • sauter sur qc.hij tastte gretig toe • il dévora à belles dentshet boek werd gretig gekocht en gelezen • on s'arracha le livre et on le dévora -
6 ingaan
2 [+ op][aandacht besteden aan] réagir (à)3 [+ op][positief reageren] accéder à4 [beginnen] commencer♦voorbeelden:een deur ingaan • entrerde verkeerde deur ingaan • se tromper de portewij gingen de duinen verder in • nous nous enfonçâmes dans les dunesik zag hem het huis ingaan • je le vis entrer dans la maisonde stad ingaan • aller en villede nieuwe week ingaan • aborder la nouvelle semaineeen weg ingaan • s'engager dans un chemin2 ergens niet op ingaan • laisser qc. de côténader ingaan op een kwestie • traiter une question plus à fondingaan tegen • s'opposer à3 gretig op iets ingaan • sauter sur qc.ingaan op een verzoek • accéder à une demande -
7 kip
4 [politieagent] poulet♦voorbeelden:er was geen kip te zien • il n'y avait pas un chater als de kippen bij zijn • sauter sur l'occasionmet de kippen op stok gaan • se coucher comme les poulesredeneren als een kip zonder kop • raisonner comme une pantoufleeen kip zonder kop • une cervelle d'oiseau -
8 afspringen
1 [naar beneden springen] sauter2 [wegspringen] sauter (de)5 [afschampen] érafler6 [afgebroken worden] échouer♦voorbeelden:1 de ruiter sprong (van het paard) af • d'un bond, le cavalier sauta à terrede kat is van de tafel afgesprongen • le chat a bondi de la table -
9 oog
♦voorbeelden:het oog van de naald • le chas de l'aiguillemet andere ogen bekijken • voir (qc.) d'un autre oeileen blauw oog • un oeil au beurre noiriemand een blauw oog slaan • pocher un oeil à qn.(niet zichtbaar) met het blote, ongewapend oog • (imperceptible) à l'oeil nuhet boze oog • le mauvais oeilbruine ogen hebben • avoir les yeux marrondat is niet met droge ogen aan te zien • 〈 zonder tranen〉 on ne peut s'empêcher de pleurer; 〈 ongeroerd〉 c'est à faire pleurer les pierreseen glazen oog • un oeil de verregrote ogen opzetten • ouvrir de grands yeuxzijn ogen zijn groter dan zijn buik, maag • il a les yeux plus grands que le ventreiets met lede ogen aanzien • voir qc. d'un mauvais oeileen lui oog • un oeil paresseuxeen open oog voor iets hebben • être sensible à qc.geen oog dichtdoen • ne pas fermer l'oeilzijn ogen gebruiken • ouvrir l'oeilzijn ogen niet geloven, vertrouwen • ne pas en croire ses yeuxogen hebben van voren en van achteren • avoir des yeux derrière la têteoog hebben voor • avoir l'oeil pourzijn ogen in zijn zak hebben • avoir les yeux dans sa pochealleen oog hebben voor • n'avoir d'yeux que pourzij maakt haar ogen op • elle se fait les yeuxiemand de ogen openen • ouvrir les yeux à qn.de ogen openhouden • garder les yeux ouvertszich de ogen uit het hoofd schamen • mourir de hontehaar ogen schieten vuur • ses yeux lancent des éclairsde ogen ten hemel slaan • lever les yeux au ciel〈 figuurlijk〉 de ogen sluiten voor iets • fermer les yeux sur qc.zijn ogen uitkijken (aan iets) • ne pas détacher les yeux (de qc.)iemand de ogen uitkrabben • arracher les yeux à qn.iemand de ogen uitsteken • faire mourir qn. d'envieiemand de ogen uitsteken met zijn luxe • écraser qn. de son luxe〈 figuurlijk〉 iemand de ogen verblinden • éblouir qn.door iemands ogen zien • voir par les yeux de qn.door het oog van de naald kruipen • l'échapper belleoog in oog staan met • se trouver nez à nez avecheb je geen ogen in je hoofd? • tu n'as pas les yeux en face des trous?iemand recht in de ogen zien, kijken • regarder qn. en facemet de ogen spreken • avoir des yeux expressifsmet de ogen knipperen • cligner des yeuxiemand iets onder vier ogen zeggen • dire qc. à qn. entre quatre yeuxeen gesprek onder vier ogen • un tête-à-têteuit zijn ogen zien • 〈 opletten〉 ouvrir l'oeil (et le bon); 〈 op zijn hoede zijn〉 être sur le qui-vivevoor iemands ogen • sous les yeux (de qn.)groen en geel voor de ogen worden • être pris de vertigehet schemert mij voor de ogen • j'ai la vue troublezijn ogen aan iets te goed doen • repaître ses yeux de qc.zijn ogen uit zijn hoofd kijken • se repaître de, à la vue de (qc.)zijn ogen goed de kost geven • 〈 ironisch〉 ne pas avoir les yeux dans sa poche; 〈vooral m.b.t. mooie vrouwen〉 se rincer l'oeil〈 spreekwoord〉 oog om oog, tand om tand • oeil pour oeil, dent pour dent2 met een half oog iets zien • entrevoir qc.schele, scheve ogen maken, geven • faire des jalouxiemand met schele ogen aankijken • être jaloux de qn.het oog over iets laten gaan • promener son regard sur qc.〈 figuurlijk〉 het oog op iets laten vallen • avoir des desseins sur qc.zover het oog reikt • à perte de vue〈 figuurlijk〉 het oog slaan, laten vallen op iemand • jeter son dévolu sur qn.het oog treffen • frapper les yeuxaan het oog ontsnappen • se dérober à la vueiets aan het oog onttrekken • masquer qc. à la vuein het oog lopen • se faire remarquerin het oog lopend, vallend • manifestein het oog springen, vallen • sauter aux yeuxmet de ogen verslinden • dévorer (qn., qc.) des yeuxiets (de werkelijkheid) onder ogen zien • regarder qc. (les choses) en facede dood onder ogen zien • envisager la mortonder iemands ogen komen • se présenter devant qn.iets niet onder ogen willen zien • se mentir à soi-mêmeiets onder ogen hebben • avoir qc. sous les yeuxiemand iets onder het oog brengen • 〈 op iets wijzen〉 faire observer qc. à qn.; 〈 aan het verstand brengen〉 essayer de faire comprendre qc. à qn.op het oog • à première vuezo op het oog • à vue d'oeiliemand, iets op het oog hebben • avoir qn., qc. en vueuit het oog raken • disparaître (aux yeux)iets, iemand uit het oog verliezen • perdre qc., qn. de vue(ga) uit mijn ogen! • hors de ma vue!iets voor ogen stellen • 〈 doen zien〉 représenter qc.; 〈 een voorstelling hebben〉 se représenter qc.〈 figuurlijk〉 iets voor ogen houden • garder qc. à l'esprit〈 figuurlijk〉 iemand voor ogen staan • être présent à l'esprit de qn.〈 spreekwoord〉 uit het oog, uit het hart • loin des yeux, loin du coeurhij wierp, gooide zes ogen • il a jeté un six¶ in hun ogen betekent hij niet veel • à leurs yeux, il a peu de valeurmet het oog op • en vue demet het oog hierop • à cet effetiemand naar de ogen zien • ramper devant qn. -
10 touw
♦voorbeelden:een eind touw • un bout de cordeeen touw slaan om iets • nouer une corde autour de qc.touwtje springen • sauter à la cordedaar is geen touw aan vast te knopen • cela n'a ni queue ni têteik kan er geen touw aan vastknopen • je n'y comprends rien¶ de bal ging in de touwen • la balle, le ballon alla dans le filetvoortdurend in touw zijn • être toujours sur la brècheiets op (het) touw zetten • mettre qc. sur piedvlug een picknick op touw zetten • improviser un pique-nique -
11 vliegen
1 [algemeen] voler2 [snel voorbijgaan] s'envoler♦voorbeelden:1 ga je vliegen of neem je de boot? • tu prends l'avion ou le bateau?leren vliegen • apprendre à piloter (un avion)hoger (willen) vliegen dan men kan • dépenser plus que ce qu'on azij vliegt niet hoog • ce n'est pas un aigleiemand tegemoet vliegen • courir à la rencontre de qn.van hot naar haar vliegen • courir à droite et à gauchevliegen over iets • survoler qc.zijn ogen vlogen over de regels • ses yeux glissaient sur les lignesde bijl vloog van de steel • la hache s'est détachée du manchehet vliegen • le vol¶ hij ziet ze vliegen! • il a des visions, la berlue!de lucht in vliegen • sauter→ link=oor oorII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [door de lucht vervoeren] transporter en avion2 [besturen] piloter♦voorbeelden:
См. также в других словарях:
Tomber, sauter sur le râble de quelqu'un — ● Tomber, sauter sur le râble de quelqu un lui tomber dessus, l attaquer à l improviste … Encyclopédie Universelle
sauter — [ sote ] v. <conjug. : 1> • v. 1180; lat. saltare « danser », de salire « sauter » I ♦ V. intr. 1 ♦ Quitter le sol, abandonner tout appui pendant un instant, par un ensemble de mouvements (⇒ saut); franchir un espace ou un obstacle de cette … Encyclopédie Universelle
sauter — Sauter. v. n. S élever de terre avec effort, ou s élancer d un lieu à un autre. Sauter de bas en haut; de haut en bas. sauter en avant, sauter par dessus une muraille. sauter à clochepied. sauter à joints pieds. il saute bien. sauter d un batteau … Dictionnaire de l'Académie française
sauter — (sô té) v. n. 1° S élever de terre avec effort, faire un saut. Sauter en croupe. Sauter de joie. Sauter à cloche pied, à pieds joints. • Il a fait à la fin comme un homme qui se jetterait dans un précipice pour acquérir la réputation de bien… … Dictionnaire de la Langue Française d'Émile Littré
SAUTER — v. intr. S’élancer en l’air, soit pour retomber au même endroit, soit pour franchir un espace. Sauter en l’air. Sauter de bas en haut, de haut en bas. Sauter en avant, en arrière. Sauter par dessus une muraille. Sauter à cloche pied, à pieds… … Dictionnaire de l'Academie Francaise, 8eme edition (1935)
SAUTER — v. n. S élever de terre avec effort, ou S élancer d un lieu à un autre. Sauter de bas en haut, de haut en bas. Sauter en avant, en arrière. Sauter par dessus une muraille. Sauter à cloche pied, à pieds joints. Il saute bien. Sauter d un bateau… … Dictionnaire de l'Academie Francaise, 7eme edition (1835)
sur — 1. sur [ syr ] prép. • 1080; sovre Xe; sore 980; la forme sur vient d un crois. avec sus; lat. super ou supra I ♦ Marquant la position « en haut » ou « en dehors » … Encyclopédie Universelle
sûr — 1. sur [ syr ] prép. • 1080; sovre Xe; sore 980; la forme sur vient d un crois. avec sus; lat. super ou supra I ♦ Marquant la position « … Encyclopédie Universelle
Sauter — Cette page d’homonymie répertorie les différents sujets et articles partageant un même nom. Sur les autres projets Wikimedia : « Sauter », sur le Wiktionnaire (dictionnaire universel) Sauter peut désigner : L action d… … Wikipédia en Français
sauter — vt. /vi., franchir en sautant ; sursauter, bondir ; se jeter // s élancer // sauter // bondir sauter (sur) ; se casser, se rompre, céder : cheutâ (Combe Si.), seutâ (Albanais.001, Bellecombe Bauges.153, Chambéry.025, Compôte Bauges, Hauteville Sa … Dictionnaire Français-Savoyard
Sauter à pieds joints sur, dans quelque chose — ● Sauter à pieds joints sur, dans quelque chose s y précipiter … Encyclopédie Universelle