-
1 samenvatten
resumíDicionário Português-Holandês e Holandês-Português > samenvatten
-
2 to recapitulate
samenvatten -
3 résumer
-
4 sum up
-
5 abstract
adj. abstract; niet praktisch--------n. concentratie; verkorting; abstract--------v. samenvatten, verkorten; vereenvoudigenabstract1[ æbstrækt] 〈 zelfstandig naamwoord〉————————abstract2[ æbstrækt] 〈 bijvoeglijk naamwoord〉1 abstract ⇒ theoretisch, algemeen♦voorbeelden:1 in the abstract • in theorie, in abstracto————————abstract3[ əbstrækt]II 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden: -
6 boil down
v. neerkomen op (in het kort); kort samenvattenboil down————————boil downkort samenvatten, de hoofdlijnen aangeven -
7 compress
n. drukverband--------v. samenpersen; samenvatten; beknoppencompress1[ kompres] 〈 zelfstandig naamwoord〉————————compress21 opeen/samendrukken ⇒ opeen/samenpersen♦voorbeelden:1 compressed air • perslucht, samengeperste luchtcompress a complex idea into a few words • een ingewikkeld idee in een paar woorden samenvatten -
8 encapsulate
v. zich inkapselen; samenvatten -
9 epitomize
-
10 summarize
-
11 abréger
abréger [aabreezĵee]〈 werkwoord〉1 korter maken ⇒ af-, verkorten, samenvatten♦voorbeelden:v1) afkorten, verkorten2) samenvatten -
12 analyser
analyser [aanaaliezee]〈 werkwoord〉1 analyseren ⇒ ontleden, onderzoeken♦voorbeelden:v1) analyseren, ontleden2) (kritisch) samenvatten, resumeren -
13 condenser
condenser [kõdãsee]1 condenseren ⇒ verdichten, indampen2 inkorten ⇒ uiterst beknopt uitdrukken, samenvatten1. v1) condenseren, verdichten2) inkorten, samenvatten2. se condenservcondenseren, neerslaan -
14 récapituler
récapituler [reekaapietuulee]〈 werkwoord〉1 recapituleren ⇒ in 't kort herhalen, samenvattenv1) samenvatten -
15 zusammendrängen
zusammendrängen1 samen-, opeendringen♦voorbeelden:2 die Geschehnisse auf, in einige Zeilen zusammendrängen • de gebeurtenissen in een paar regels samenvatten1 samendringen, -drommen2 zich concentreren, tegelijk gebeuren -
16 резюмировать
resumeren, samenvatten -
17 объединять
v1) gener. integreren, samenvatten, unieren, verenen, verenigen2) liter. aaneenlassen, binden, versmelten -
18 охватывать
vgener. aangrijpen (о страхе, холоде и т.п.), begrijpen, omvangen, omvatten, samenvatten, bevangen, omgorden (met-÷åì-ô.), omsluiten, pakken -
19 резюмировать
vgener. samenvatten, recapituleren, resumeren -
20 add
v. toevoegen; optellen; samenvatten[ æd]♦voorbeelden:1 this discovery adds to our knowledge • deze ontdekking draagt bij tot/vergroot onze kennis→ add up add up/II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 toevoegen ⇒ erbij doen, bijvoegen2 optellen♦voorbeelden:1 value added tax • belasting op de toegevoegde waarde, btwhe added 10% for expenses • hij deed er 10% bij voor onkostenadd one's name to the list • zijn naam aan de lijst toevoegenadd a wing to the palace • een vleugel aan het paleis bijbouwen→ add up add up/
Страницы