-
61 among
prep. te midden van; tussen, onder1 onder ⇒ te midden van, tussen♦voorbeelden:1 among the crowd • onder/in de massacustoms among the Indians • gebruiken bij de indianena man among men • mens onder de mensena rose among the thorns • een roos tussen de doornenamong themselves • onder elkaarwe have ten copies among us • we hebben samen tien exemplarenchoose among us • kies één van ons -
62 and
conj. en1 en ⇒ (samen) met, en toen/dan3 〈de woorden voor het voegwoord bepalen die erna; blijft onvertaald〉4 〈 tussen twee werkwoord〉te♦voorbeelden:and interest • met rentechildren come and go • kinderen lopen in en uittwo and two • twee aan/en tweeand so forth, and so on • enzovoort(s)and/or • en/ofshe screamed and screamed • ze gilde alsmaar doorlovely and warm • heerlijk warmcome and see • kom kijken -
63 angle
n. Germaanse stam die zich opnieuw in Engeland vestigde en de Angelsaksers samen met de Jutten en de Saksers verenigdeangle1[ ænggl] 〈 zelfstandig naamwoord〉♦voorbeelden:angle of reflection • terugkaatsingshoekangle of refraction • brekingshoekat an angle (with) • schuin (op)————————angle2II 〈 overgankelijk werkwoord〉 -
64 ascorbic
-
65 association
n. genootschap, vereniging; associatie; gemeenschap[ əsoosjie▪eesjn, əsoosie-]1 vereniging ⇒ genootschap, gezelschap, bond2 associatie ⇒ verband, verbinding♦voorbeelden:3 in association with • samen/in samenwerking met -
66 between one thing and another she could make ends meet
English-Dutch dictionary > between one thing and another she could make ends meet
-
67 both
adj. beide; samen--------conj. zowel....als--------pron. beidenboth11 beide(n) ⇒ allebei, alle twee♦voorbeelden:the girls could both sing • de meisjes konden beiden zingenI saw them both • ik heb ze allebei gezienboth of them • alle twee————————both21 beide ⇒ allebei, de/alle twee♦voorbeelden:she held up both her earrings • ze hield alle twee haar oorbellen omhoogboth girls liked him • de twee meisjes mochten hem————————both3〈voegwoord; met and〉♦voorbeelden:he was both tall and slim • hij was lang en slank -
68 bring in
-
69 chorus
n. koor; koorzang; refrein--------v. in een koor zingenchorus1[ ko:rəs] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 koor2 refrein♦voorbeelden:in chorus • samen, in koor————————chorus2〈werkwoord; chorus(s)ed〉1 in koor zingen/praten/zeggen -
70 chum with someone
chum with someone -
71 chum
n. maatje (i.d. spreektaal)--------v. goede maatjes wordenchum1[ tsjum] 〈 zelfstandig naamwoord〉————————chum2〈werkwoord; chummed〉♦voorbeelden: -
72 clash
n. klap; conflict--------v. kloppen; botsen, aanrijdenclash1[ klæsj] 〈 zelfstandig naamwoord〉♦voorbeelden:1 a clash of opinions • verschil van mening, botsing der meningen————————clash2〈 werkwoord〉2 tegenstrijdig zijn ⇒ botsen, in conflict zijn/raken♦voorbeelden: -
73 click
n. tik, klik (ook op de computer), een muis klik (op computers)--------v. kloppen; slagenclick1[ klik] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 klik ⇒ tik, klak————————click21 klikken ⇒ tikken, ratelen♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉 -
74 clump
n. groep (bloemen, enz.); klont, brok; dreun, bons--------v. stommelen; bijelkaar plantenclump1[ klump] 〈 zelfstandig naamwoord〉♦voorbeelden:————————clump21 stommelen ⇒ zwaar lopen, klossen♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉♦voorbeelden: -
75 codifier
-
76 collaborate
-
77 collective
adj. gezamenlijk, collectief--------n. collectief, samencollective1[ kəlektiv] 〈 zelfstandig naamwoord〉1 groep ⇒ gemeenschap, collectief2 gemeenschappelijke/gezamenlijke onderneming ⇒ collectief landbouwbedrijf————————collective21 gezamenlijk ⇒ gemeenschappelijk, collectief♦voorbeelden:1 collective agreement • collectieve arbeidsovereenkomst, caocollective farm • collectief landbouwbedrijfcollective leadership • collectief leiderschapcollective noun • verzamelnaamcollective ownership • collectief bezitcollective bargaining • collectieve arbeidsonderhandelingen, cao-overleg -
78 combination
n. kombinatie; inschakeling; motorfiets met aanhang[ kombinneesjn]4 klein dansorkest ⇒ (jazz) band, combo1 combinatie ⇒ het combineren, het verbinden♦voorbeelden: -
79 company
n. gezelschap; maatschappij; firma, vennootschap[ kump(ə)nie]♦voorbeelden:1 John's good/bad company • John is een gezellige/ongezellige kerelbear/keep someone company • iemand vergezellen/gezelschap houdenpart company from/with • scheiden van, verlatenin company • in gezelschapin company with • samen metrequest the company of • inviterenkeep company with • omgaan met, verkering hebben met2 have/expect company • visite/bezoek hebben/krijgen→ two two/II 〈zelfstandig naamwoord; werkwoord enkelvoud of meervoud〉1 gezelschap ⇒ groep, gemeenschap, toneelgezelschap2 onderneming ⇒ firma, bedrijf, maatschappij, vennootschap♦voorbeelden: -
80 complementary colours
См. также в других словарях:
Samen — sind: Semen, pharmazeutischer Begriff für Samen einer Heilpflanze Samen im Sperma, der von den männlichen Geschlechtsorganen produzierten Samenflüssigkeit Same (Pflanze), der von einer Schutzhülle und dem Nährgewebe umgebene Keim (Embryo) Samen… … Deutsch Wikipedia
Samen [2] — Samen, 1) (Semen, Bot.) ist das bei den Phanerogamen zu seiner Vollkommenheit gelangte Pflanzenei (s.u. Ei 2), welches in der Fruchthülle sich befindet u. den Keimling umschließt, d.i. die vorgebildete neue Pflanze, durch welche die Art… … Pierer's Universal-Lexikon
Samen [1] — Samen, so v.w. Semen … Pierer's Universal-Lexikon
Samen [1] — Samen, im naturwissenschaftl. Sinne, s. Same; im biblischen Sinne soviel wie Nachkommenschaft … Meyers Großes Konversations-Lexikon
Samen [2] — Samen, abessinische Landschaft, s. Semién … Meyers Großes Konversations-Lexikon
Samen — (Sperma), bei Mensch und Tier die in den männlichen keimbereitenden Geschlechtsteilen (Hoden) abgesonderte, durch die Samenleiter in die zwei am hintern untern Teil der Harnblase gelegenen Samenbläschen gelangende, schleimig klebrige, weiße, zur… … Kleines Konversations-Lexikon
Samen — Samen, animalischer, das Produkt besonderer Drüsen (Hoden) im Organismus der männlichen Thiere, ist eine dickflüssige Materie von weißlicher Farbe und eigenthümlichem Geruche, wird an der Luft dünnflüssiger und durchsichtig, gerinnt durch… … Herders Conversations-Lexikon
Samen — Samen, von der Mutterpflanze aus der Samenanlage im Zustand der Reife gebildete Ausbreitungseinheit der Samenpflanzen. Der S. besteht aus dem ⇒ Embryo, der meist von Nährgewebe (⇒ Endosperm) umgeben ist, und aus der ⇒ S.schale (Testa). Nur wenige … Deutsch wörterbuch der biologie
şămen — şămén s.n. (înv.) numele unui joc de cărţi. Trimis de blaurb, 05.02.2007. Sursa: DAR … Dicționar Român
samēn — *samēn, *samæ̅n germ.?, schwach. Verb: nhd. gefallen ( Verb); ne. please (Verb); Rekontruktionsbasis: an.; Etymologie: s. ing. *sem (2), Num. Kard., Adverb … Germanisches Wörterbuch
Samen — [Aufbauwortschatz (Rating 1500 3200)] Bsp.: • Ich muss Blumensamen kaufen … Deutsch Wörterbuch