-
1 rol
rol; rol* * *leishi, leshi, lista; regester; ròl; ròl; tambòr, tambora, tambú -
2 ròl
rol; rol -
3 in de rol van
konDicionário Português-Holandês e Holandês-Português > in de rol van
-
4 роль
rol -
5 role
rol -
6 штоpa
(rol)gordijn -
7 roll of paper
rol papier -
8 castor
rolwielvlucht -
9 roller
rolwalswalsrol -
10 roll
n. rol; broodje; lijst; roffel; slingeren; donderslag--------v. slingeren; donderenroll1[ rool]4 broodje♦voorbeelden:call the roll • appel houden, de namen afroepen→ Swiss Swiss/1 rollende beweging ⇒ geslinger 〈 van schip〉; deining 〈 van water〉; 〈 figuurlijk〉 golving 〈 van landschap〉♦voorbeelden:————————roll22 zich rollend/schommelend bewegen ⇒ buitelen; slingeren 〈 van schip〉; 〈 figuurlijk〉 rondtrekken, zwerven♦voorbeelden:〈 figuurlijk〉 the years rolled by • de jaren gingen/gleden voorbijthe waves rolled in to the beach • de golven rolden op het strand aan〈informeel; figuurlijk〉 roll on the day this work is finished! • leve de dag waarop dit werk af is!tears were rolling down her face • tranen rolden/liepen over haar wangenthose tights roll on easily • die panty is gemakkelijk aan te trekken5 let's roll! • aan de slag!II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 rollen ⇒ laten/doen rollen2 een rollende/schommelende beweging doen maken ⇒ rollen 〈 met ogen〉; doen slingeren 〈 schip〉; gooien 〈 dobbelstenen〉; laten lopen 〈 camera〉5 rollen ⇒ walsen, pletten♦voorbeelden:2 roll the camera! • laat de camera lopen!roll a baby in a blanket • een baby in een deken wikkelen¶ roll off some extra copies • een paar extra kopieën afdrukken/maken -
11 rôle
rôle [rool]〈m.〉1 rol2 rol ⇒ register, lijst♦voorbeelden:le premier rôle • de hoofdrolcréer un rôle • als eerste een rol spelence n'est pas mon rôle de vous conseiller • het is mijn taak niet u raad te geventenir un rôle • een rol spelenrôle d'impôt • belastingkohiermettre une cause au rôle • een strafzaak op de rol plaatsen→ tourm1) rol2) functie3) register -
12 Rolle
Rolle〈v.; Rolle, Rollen〉♦voorbeelden:〈 figuurlijk〉 aus der Rolle fallen • uit zijn rol vallen, zich onmogelijk gedragen -
13 part
adj. gedeelte; rol; stem; steek--------adv. gedeeltelijk--------n. gedeelte, deel; stuk; gedeelte v.e land, gebied; gedeelte bij een overeenkomst; taak--------v. delen; verdelen; scheiden; afscheid nemenpart1[ pa:t]♦voorbeelden:〈 figuurlijk〉 play a part • een rol spelen, veinzen〈 figuurlijk〉 play a part in • een rol spelen bij/in→ private private/2 aandeel ⇒ part, functie♦voorbeelden:the better/best/greater/most part • de meerderheid, het overgrote deelthe dreadful part of it • het verschrikkelijke ervanpart by part • stuk voor stukhave a part in • iets te maken hebben mettake part in • deelnemen aan, betrokken zijn bijfor my part • wat mij betreftin part(s) • gedeeltelijk, ten deleon the part of • van de kant vanfor the most part • meestal, in de meeste gevallen; vooral♦voorbeelden:IV 〈 meervoud〉1 streek ⇒ gebied, gewest♦voorbeelden:2 a man of good/many parts • een erg bekwaam/begaafd man————————part21 van/uit elkaar gaan ⇒ scheiden♦voorbeelden:part (as) friends • als vrienden uit elkaar gaanII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 scheiden ⇒ (ver)delen, breken3 een scheiding kammen/leggen in 〈 haar〉♦voorbeelden:he wouldn't be parted from his money • hij wilde niet betalen————————part3〈 bijwoord〉1 deels ⇒ gedeeltelijk, voor een deel -
14 emploi
emploi [ãplwaa]〈m.〉2 baan ⇒ betrekking, functie, arbeidsplaats4 rol♦voorbeelden:1 emploi du temps • tijdsbesteding; tijdschema, rooster, programmadouble emploi • doublure, (overbodige) overlappingcela fait double emploi • dat is dubbel opsans emploi • ongebruiktemploi à temps partiel • parttimebaan, deeltijdbaanprendre un emploi • een betrekking nemenêtre sans emploi • werkloos zijntenir l'emploi d'ingénue • de rol van ingénue spelenplein emploi • volledige werkgelegenheidm1) gebruik, besteding2) baan, betrekking4) rol -
15 as
adv. zoals--------conj. als, zoals; aangezien, omdat; evenas11 die/dat♦voorbeelden:————————as21 even ⇒ zo♦voorbeelden:as good as John • zo/even braaf als John¶ as well • ook, evenzeer; net zo lief/goedas well as • zowel … als, en, niet alleen … maar ookin theory as well as in practice • zowel in theorie als in de praktijkher arguments as against yours • haar argumenten tegenover die van jouas from now • van nu af————————as3〈 voorzetsel〉♦voorbeelden:starring as Juliet • in de rol van Julietas a result/consequence • als gevolg, tengevolge (daarvan)as a rule • in de regel, gewoonlijkthe same as me • hetzelfde als ik, zoals ik, ik ook————————as4〈 voegwoord〉♦voorbeelden:as tall as seven feet • wel zeven voet langyoung as I am • hoewel ik jong bencheap as cars go • goedkoop voor een wagenhe got deafer as he got older • hij werd steeds dover naarmate hij ouder werdas it is • op zichzelf, zoals het isit's bad enough as it is • het is zo al erg genoegas he later realized • zoals hij later besefteas he said • zoals hij zeirebel as he was • hoewel hij een rebel wasas it were • als het ware, om zo te zeggenas you were! • herstel!as tall as I • zo lang als iksuch as • zoalsso beautiful as to seem unreal • zo mooi dat het onwerkelijk scheenbe so kind as to • wees zo goed om teas if • alsofas by chance • als per toevalas for/to • wat betreftas from/ 〈 Amerikaans-Engels〉 of today • vanaf vandaag, met ingang van heden -
16 role
-
17 understudy
n. plaatsvervanger, invaller--------v. een rol instuderen om als vervanger van een der spelers te kunnen optreden; vervangen (een acteur of actrice)understudy1[ - studdie] 〈zelfstandig naamwoord; meervoud: understudies〉————————understudy2〈 werkwoord〉 〈 dramaturgie〉 -
18 jeu
〈m.〉3 stel ⇒ serie, set♦voorbeelden:jeu d'argent • gokspelletjejeux du destin, du hasard • spelingen van het toevaljouer un jeu d'enfer • zeer hoog spel spelenjeu d'équipe • teamsportjeu d'esprit • geestigheidjeu de fléchettes • dartsjeu de hasard • kansspeljeux de main(s) • handtastelijkheden〈 spreekwoord〉 jeu(x) de main, jeu(x) de vilain • van mallen komt vallen, handjesspel, katjesspeljeu de mots • woordenspel, woordspelingjeux d'orgue • orgelregisterjeux de poursuite • krijgertje, tikkertjejeu de scène • stil speljeux de société • gezelschapsspelletjesjeux du stade • wedstrijden in het stadionavoir beau jeu • gemakkelijk, vrij spel hebbenjouer (un) double jeu • een dubbel spel spelen, het achter zijn ellebogen hebbenle grand jeu • het volledige tarokspel〈 spreekwoord〉 heureux au jeu, malheureux en amour • gelukkig in het spel, ongelukkig in de liefdejeu informatique • computerspelletjejouer un jeu serré • voorzichtig spelenjeux télévisés • televisiespelletjesjeu vidéo • videospelletje, videogameaimer le jeu • van gokken houdencacher son jeu • zich niet in de kaart laten kijkencouvrir son jeu • 〈 Algemeen Zuid-Nederlands〉 de kaarten duiken; 〈 figuurlijk〉 zich niet in de kaart laten kijkendécouvrir son jeu • zijn kaarten op tafel leggen, open kaart spelenentrer dans le jeu de qn. • meedoen met iemandêtre en jeu • op het spel staanse faire un jeu des difficultés • de moeilijkheden gemakkelijk overwinnenfaire le jeu de qn. • iemand in de kaart spelense faire un jeu de • genoegen scheppen infaites vos jeux • uw inzet graagjouer le jeu • de regels van het spel volgen, eerlijk spelenmettre en jeu • inzetten, op het spel zetten 〈 ook figuurlijk〉se prendre, se piquer au jeu • hartstochtelijk doorspelen hoewel men verliest; 〈 figuurlijk〉 koppig volhoudenles jeux sont faits • er valt niets meer aan te veranderenjeu à XIII (treize) • rugby met 13 spelersen jeu • die een rol spelen, in 't spel, geding zijnpar jeu • voor de grapce n'est pas de jeu • dat is niet eerlijk, unfairvoir clair dans le jeu de qn. • iemand doorhebbenjouer franc jeu • eerlijk spelen, open kaart spelenjeu de physionomie • uitdrukking van het gezicht, mimiekm1) spel2) speelplaats3) stel, serie, set4) beweging5) speling [techniek] -
19 rouleau
-
20 кутить
v1) gener. aan de zwier gaan, zijn, maroderen, slampampen, aan de boemel zijn, aan de sjouw zijn, aan de zwabber zijn, boemelen, brassen, (только inf) flierefluiten, fuiven, op de sjouw zijn, pierewaaien, sjouwen, slempen, zwieren2) colloq. op marode gaan3) liter. aan de rol gaan, aan de rol zijn
См. также в других словарях:
rol — ROL, roluri, s.n. I. 1. Partitură scenică ce revine unui actor într o piesă de teatru, unui cântăreţ într o operă etc. pentru interpretarea unui personaj. ♦ Personaj interpretat de un actor într o piesă, într o operă etc. 2. Atribuţie, sarcină… … Dicționar Român
Rol — Saltar a navegación, búsqueda «Rol» (en plural «roles») es una palabra castellana que significa lista, enumeración o nómina; además ha adquirido otros significados por influencia del inglés role (función que alguien o algo cumple, papel de un… … Wikipedia Español
rol — 1. Adaptación gráfica de la voz inglesa role tomada, a su vez, del francés rôle , que se emplea, especialmente en sociología y psicología, con el sentido de ‘papel o función que alguien o algo cumple’: «El rol materno no se puede sustituir cuando … Diccionario panhispánico de dudas
ROL — may refer to:* Henri Rol Tanguy, French resistant, Rol used to be his nickname during WW2 * Romanian leu, Romanian currency * Moldovan leu, Moldovan currency * Revue de l Orient Latin, collection of medieval documents * Raajjé Online, Maldivian… … Wikipedia
ROL — bezeichnet: Rumänischer Leu, ehemaliger ISO Code der Währung die auf Tastaturen verwendete Abkürzung für die Rollen Taste Revolutionary Organization of Labor, vormals Ray O. Light, eine US amerikanische kommunistische Organisation Rol ist der… … Deutsch Wikipedia
Rol — bezeichnet: den ehemaligen ISO Code des Rumänischen Leu Rol ist der Familienname von Emmanuelle Rol (* 1986), Schweizer Seglerin … Deutsch Wikipedia
rol — sustantivo masculino 1. Función que desempeña una persona, grupo o entidad: Desde que llegó ha desempeñado el rol de líder del grupo. 2. Lista de nombres. 3. Área: marina Licencia que lleva el capitán de un barco en la que consta la lista de la… … Diccionario Salamanca de la Lengua Española
rol — |ó| s. m. [Portugal: Douro] Umidade da noite. = ORVALHO, RELENTO, ROCIO • Plural: róis. ‣ Etimologia: latim ros, roris, orvalho rol |ó| s. m. 1. Relação; lista. 2. Enumeração. 3. Categoria ou número em que se insere algo ou alguém. 4. [Termo… … Dicionário da Língua Portuguesa
rol — Patrón de conducta socialmente esperado asociado a una función de los individuos de varios grupos sociales. Los roles proporcionan un medio para la participación social y una forma de probar identidades para la validación consensuada por parte de … Diccionario médico
ROL — internationaler Währungscode für: 2↑Leu … Universal-Lexikon
rol — Mot Monosíl·lab Nom masculí … Diccionari Català-Català