-
1 возвести
opbouwen, optrekken, oprichten -
2 построить
bouwen, optrekken, construeren, opbouwen -
3 рассеяться
zich verspreiden ; optrekken, opgaan ; uiteengaan ; zich verstrooien, zich amuseren -
4 строить
bouwen, optrekken, opbouwen, oprichten, maken ; opstellen, formeren -
5 воздвигать
vgener. opbouwen, oprichten, optrekken, zetten -
6 втаскивать
vgener. optrekken -
7 выказывать презрение
vgener. de neus voor (iem., iets) optrekken (к кому-л., чему-либо)Russisch-Nederlands Universal Dictionary > выказывать презрение
-
8 выступать
v1) gener. (за) pleiten, losrukken (против кого-л.), optreden (с речью, на сцене и т.п.), optrekken (о войсках), uitbreken (о поте и т.п.), uitrukken (об армии), uitslaan (о сыпи, плесени и т.п.), uitspringen, uitsteken, uittrekken, voorkomen, (iets) ten beste geven (с пением, декламацией и т.п.), aan de dag komen, afmarcheren, ageren (tegen-ïðотèâ), figureren, gemeenschappelijk optreden, instaan (voor-çà), opbreken (об армии), overhangen, rukken (в поход), uitpuilen, uittijgen2) navy. opdoeken (на передний план)3) liter. pleiten voor (iem.) (за кого-л.) -
9 задирать нос перед
vgener. de neus voor (iem., iets) ophalen (кем-л.), de neus voor (iem., iets) optrekken (кем-л.)Russisch-Nederlands Universal Dictionary > задирать нос перед
-
10 набирать
-
11 поднимать
vgener. (вопрос и т.п.) aankaarten, beuren (ãðóç), heffen, hijsen, opbeuren, opbrengen, opdragen, opdrijven, ophalen, ophebben, opheffen, opjagen, opjagen (зверя, дичь), oplaten (занавес), opnemen, oprichten, opschuiven, opslaan (глаза), opsteken, optrekken, opvatten, opvoeren, opzetten, verheffen, lichten, oplichten, aansnijden (вопрос и т.п.), ophijsen (ôôàã), ophogen, oppakken, oprapen, optillen, opwaaien (ïûôü), overal maken, rapen, schorten, spannen (паруса), tillen, verhogen -
12 поднимать брови
vgener. de wenkbrauwen optrekken -
13 подыматься
vgener. optrekken -
14 пожимать
vgener. (плечами) optrekken -
15 пожимать плечами
vgener. de schouders ophalen, de schouders optrekken, schokschouderen -
16 рассеиваться
vgener. optrekken (о тумане, облаках), stuiven, verstuiven, zich oplossen, zich verstrooien -
17 строить
v1) gener. verrijzen, bouwen, metselen (из кирпича), opbouwen, oprichten, optrekken, timmeren (из дерева), zetten, scharen2) milit. formeren3) gram. construeren -
18 тащить вверх
vgener. optrekken
Перевод: с русского на все языки
со всех языков на русский- Со всех языков на:
- Русский
- С русского на:
- Нидерландский