-
1 oploop
-
2 oploop
n. tumult, coven -
3 oploop
• rise• run-on -
4 er was een oploop van het gepeupel
er was een oploop van het gepeupelVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > er was een oploop van het gepeupel
-
5 gepeupel
♦voorbeelden:
См. также в других словарях:
Oploop — Dat Ole Land • Auflauf … Plattdeutsch-Hochdeutsch