-
1 opbinden
1 [naar boven omslaan] tie/do up2 [aan iets vastbinden] tie up/to♦voorbeelden: -
2 opbinden
v. bind up, truss -
3 het haar opbinden
het haar opbindenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > het haar opbinden
-
4 rozen opbinden
rozen opbinden -
5 bindwerk
Перевод: с нидерландского на английский
с английского на нидерландский- С английского на:
- Нидерландский
- С нидерландского на:
- Все языки
- Английский
- Русский
- Французский