-
1 product
♦voorbeelden:het bruto nationaal product • le produit national brut (< afkorting> P.N.B.)dat is me ook een vreemd product! • c'est un drôle de numéro!ik vind hem, haar een waardeloos product • pour moi, c'est un(e) pas grand-choseeen product op de markt brengen • lancer un produit sur le marché -
2 spiegeling
-
3 bewerking
1 [handeling] opération 〈v.〉 〈 ook wiskunde〉 ⇒ 〈 grond〉 culture 〈v.〉 ⇒ 〈 muziek〉 arrangement 〈m.〉 ⇒ 〈m.b.t. film, toneel, tv〉 adaptation 〈v.〉♦voorbeelden:rekenkundige bewerkingen • opérations arithmétiquesde derde druk is in bewerking • la troisième édition est en préparation -
4 deling
♦voorbeelden:de deling van 12 door 4 gaat op • 4 est un sous-multiple de 12 -
5 gebogen
-
6 lineair
-
7 macht
2 [mogendheid; ook wiskunde] puissance♦voorbeelden:de macht van het woord • la magie du verbede hogere macht • la puissance divineuit de ouderlijke macht ontzet worden • être déchu de l'autorité paternellede rechterlijke macht • le pouvoir judiciairede uitvoerende macht • le pouvoir exécutifde macht hebben om … • avoir le pouvoir de …macht over iemand hebben • avoir de l'autorité sur qn.de macht overnemen • saisir le pouvoirmacht uitoefenen • exercer son pouvoir (sur qn.)aan de macht komen • parvenir au pouvoirbij machte zijn om … • être à même de …dat ligt boven mijn macht • c'est au-dessus de mes forcesiemand in zijn macht hebben • avoir qn. à sa merciverlangen naar macht • volonté de puissancenaar de macht grijpen • prendre le pouvoirde drie machten in een staat • les trois pouvoirs d'un Etatn tot de derde macht • n au cube(een getal) tot de tweede macht verheffen • élever (un nombre) au carré3 boven je macht werken • 〈 letterlijk〉 faire un travail qui oblige à lever les bras; 〈m.b.t. lichaamsinspanning〉 faire un travail physique au-dessus de ses forces; 〈m.b.t. intellect〉 faire un travail au-dessus de ses capacitésuit alle macht • de toutes ses forces -
8 net
net1〈 het〉♦voorbeelden:het haar in een netje dragen • serrer les cheveux dans une résillede bal in het net trappen • envoyer le ballon dans le filet〈 figuurlijk〉 iemand in zijn netten verstrikken • attirer qn. dans ses filets〈 figuurlijk〉 in iemands netten verstrikt raken • tomber dans les filets de qn.————————net24 [hygiënisch] 〈 bijvoeglijk naamwoord〉 net/nette♦voorbeelden:keurig net gekleed • bien misin het net schrijven • mettre au netnette mensen • gens comme il faut5 net goed! • c'est bien fait!〈 ironisch〉 dat kun je net denken! • des clous!net doen alsof • faire semblant denet wat ik dacht • c'est bien ce que je me disaisik weet het nog zo net niet • je n'en suis pas si sûrnet zo • de la même manièrede een net zoveel geven als de ander • donner autant à l'un qu'à l'autrenet zoals • tout commezo is het maar net • c'est comme çaik wilde net weggaan • j'étais sur le point de partirzijn trein maar net op tijd halen • avoir son train de justessedat was nog maar net op tijd • il s'en est fallu de peumaar net de tijd hebben om … • n'avoir que le temps de …zij is net een jongen • c'est un vrai garçondat is net zilver • on dirait de l'argentnet echt • on jurerait que c'est (du) vraimet deze zaak gaat het net zo als met die andere • il en va de cette affaire comme de l'autrehij is net zo lui als ik • il est aussi paresseux que moiik zou net zo goed kunnen weigeren • je pourrais (tout) aussi bien refuserje kunt net zo goed tegen een dove praten • autant parler à un sourd!net of • comme si -
9 oneigenlijk
-
10 proef
♦voorbeelden:bij wijze van proef • à titre d'essai -
11 rationeel
♦voorbeelden: -
12 verheffen
1 [opheffen] lever2 [in een hogere rang, positie brengen; doen toenemen; ook wiskunde] élever♦voorbeelden:hier verheffen zich de Alpen • ici s'élèvent les Alpeszich verheffen van zijn zetel • se lever de son siègehaar stem verhief zich meer en meer • elle élevait de plus en plus la voixzich verheffen boven de middelmaat • s'élever au-dessus de la moyenneiets tot principe verheffen • ériger qc. en principe→ link=macht macht -
13 vlak
vlak1〈 het〉♦voorbeelden:een schuin vlak • une face obliquein het culturele vlak • sur le plan cultureleen hellend vlak • un plan inclinéeen lijn aanbrengen in een vlak • projeter une ligne sur un plan————————vlak21 [effen, glad] plat2 [met weinig contrasten] terne♦voorbeelden:1 iemand slaan met de vlakke hand • frapper qn. avec le plat de la maineen vlak land • un pays plathet vlakke veld • la rase campagneiets vlak maken • aplanir qc.; 〈 glad〉 lisser qc.II 〈 bijwoord〉1 [zonder helling] à plat2 [recht; zonder tussenruimte, tussenpoos] juste♦voorbeelden:vlak (van) tevoren • juste avantvlak aan de kant • juste au bordvlak bij de school • tout près de l'écolehet succes is vlak bij • le succès est en vuevlak langs de muren lopen • raser les mursvlak na iemand aankomen • arriver sur les pas de qn.hier vlak om de hoek • à quatre pas d'iciik kreeg de bal vlak tegen mijn voorhoofd • j'ai reçu le ballon en plein front -
14 een
een11 un, une♦voorbeelden:een zijn met • faire corps avec————————een21 un, une♦voorbeelden:je bent me er (ook) een! • tu es un drôle de numéro!als er een is, die het kan, dan is hij het • s'il y en a un qui en est capable, c'est bien lui————————een3I 〈hoofdtelwoord; met klemtoon〉1 un, une♦voorbeelden:dat is een! • et d'un(e)!elke stem is er een • chaque voix compteeen en dezelfde persoon • une seule et même personneniet één heeft er iets over gezegd • pas un(e) n'en a parléhet is bij enen • il est près d'une heureop één dag • le même jourtien tegen een dat • il y a gros à parier quehonderd tegen een! • je te le parie à cent contre un!een van tweeën • de deux choses l'uneeen van hen • l'un(e) d'entre eux (d'entre elles)een voor een • un(e) à un(e)de een nog mooier dan de ander • tous plus beaux les uns que les autres, toutes plus belles les unes que les autreseen een voor wiskunde • un un (sur dix) en mathsmen kan het ene doen en het andere niet laten • on peut faire les deuxde een of ander • quelqu'un(het) een en ander • des choses et d'autreswij hebben het een en ander besproken • nous avons abordé plusieurs sujetsniet om het een of ander • ce n'est pas pour direhet is het een of het ander • de deux choses l'une→ link=komen komenII 〈rangtelwoord; met klemtoon〉♦voorbeelden:bladzijde een • page unIII 〈lidwoord; zonder klemtoon〉1 [onbepaald]un, une2 [m.b.t. de hele soort]le, la3 [ongeveer] environ♦voorbeelden:1 een man, een vrouw, een kind • un homme, une femme, un(e) enfanteen meneer A. • un (certain) monsieur A.een uur of drie • environ trois heureseen duizend gulden • environ mille florins→ link=dag dag¶ het kost me een geld! • cela me coûte les yeux de la tête!een mensen dat er waren! • il y avait un monde fou!wat een mensen! • 〈 hoeveelheid〉 quelle foule!wat een geldverspilling! • quel gaspillage! -
15 knobbel
♦voorbeelden:een knobbeltje in de borst • une grosseur au seineen knobbel voor wiskunde hebben • avoir la bosse des mathématiques -
16 limiet
limiet, limit♦voorbeelden:een limiet stellen aan een budget • fixer un plafond à un budgetde atleten moeten voldoen aan de olympische limiet • les athlètes doivent réaliser le minimum olympique -
17 ontbinding
♦voorbeelden:de ontbinding van een stoet • la dislocation d'un cortègede ontbinding in factoren • la mise en facteurs -
18 stelling
♦voorbeelden:de stellingen betrekken • occuper les positions -
19 verzameling
♦voorbeelden:
См. также в других словарях:
Théorème de Thébault — Le nom de théorème de Thébault ne correspond pas à un théorème précis, mais plutôt à une série de problèmes posés par le mathématicien français Victor Thébault (1882 1960). Sommaire 1 Le problème de Thébault n°1 2 Le problème de Thébault n°2 … Wikipédia en Français