-
1 nivelleren
-
2 nivelleren
1 [met betrekking tot inkomens] level (out)II 〈 overgankelijk werkwoord〉 -
3 nivelleren
(с)ровнять, уровнять, выровнять; сгладить; уравнять* * *гл.общ. выравнивать, нивелировать, сглаживать -
4 nivelleren
v. level, straighten; flatten; make even -
5 nivelleren
• to level -
6 nivelleren
düzlemek [-er] v -
7 выравнивать
v -
8 нивелировать
vgener. gelijkmaken, nivelleren, waterpassen -
9 сглаживать
v1) gener. aftrekken, beslechten, gelijkmaken, nivelleren, slichten, vereffenen, verevenen, wegdoezelen (контрасты и т.п.), wegvagen2) liter. de vijl er over halen, de vijl er over laten gaan3) radio. afvlakken
См. также в других словарях:
nivellieren — Vsw ausgleichen, ebnen per. Wortschatz fach. (17. Jh.) mit Adaptionssuffix. Entlehnt aus frz. niveler (eigentlich mit der Wasserwaage abmessen ), zu afrz. nivel, älter livel, Wasserwaage (Niveau). Ebenso nndl. nivelleren, ne. level, nfrz.… … Etymologisches Wörterbuch der deutschen sprache