-
41 он совершенно невоспитан
prongener. hij heeft geen manieren -
42 beschaafd
-
43 deftig
2 [Algemeen Zuid-Nederlands][fatsoenlijk] 〈 bijvoeglijk naamwoord〉 convenable; 〈 bijwoord〉 convenablement♦voorbeelden:van deftige familie • de bonne familledeftige manieren • manières distinguéesdeftige mensen • des gens chicdeftige toon • ton nobledeftig doen • prendre de grands airszich deftig uitdrukken • parler un langage très soigné -
44 eenvoudig
♦voorbeelden:het zijn eenvoudige mensen • ce sont des gens ordinaireseen eenvoudige stijl • un style sobreeenvoudige tafelwijn • vin ordinairedat is geen eenvoudige zaak • c'est toute une affairedat werk lijkt zo eenvoudig • ce travail n'a l'air de riendat is heel eenvoudig • c'est simple comme bonjoural te eenvoudig • simpletzo eenvoudig ligt dat niet • ce n'est pas si simple que çade eenvoudigen van geest • les simples d'espritdat is het eenvoudigste • c'est ce qu'il y a de plus simplehet is eenvoudig onzin • c'est tout simplement absurde→ link=afkomst afkomst -
45 fijn
fijn1♦voorbeelden:de fijne keuken • la cuisine fine〈 ironisch〉 fijne manieren zijn dat! • en voilà des manières!fijne vleeswaren • charcuteriede fijne was • le linge délicatfijn zand • sable finfijne zeep • savon de toilettelaten we het fijn houden • passons, n'insistons paseen fijne vakantie • des vacances agréablesons huis is fijn groot • notre maison est grande, c'est agréablewe gaan fijn samen uit • chouette, on sort ensemblejullie hebben fijn gezongen • vous avez bien chantélaat-ie-fijn-zijn • c'est drôlement chouettenou, fijn is anders • c'est pas drôleeen fijn lachje • un sourire finfijne spot • raillerie fine————————fijn21 chouette!♦voorbeelden:1 we gaan op vakantie, fijn! • chouette, on part en vacances! -
46 galant
♦voorbeelden:hij weet zich altijd galant te gedragen • il se conduit toujours en galant homme -
47 gemanierd
-
48 keurig
3 [prachtig] 〈 bijvoeglijk naamwoord〉 beau/belle♦voorbeelden:keurige manieren • d'excellentes manièreshet zijn keurige mensen • ce sont des gens très biendat heb je keurig gedaan • tu as fait ça très biener keurig uitzien • être impeccable -
49 net
net1〈 het〉♦voorbeelden:het haar in een netje dragen • serrer les cheveux dans une résillede bal in het net trappen • envoyer le ballon dans le filet〈 figuurlijk〉 iemand in zijn netten verstrikken • attirer qn. dans ses filets〈 figuurlijk〉 in iemands netten verstrikt raken • tomber dans les filets de qn.————————net24 [hygiënisch] 〈 bijvoeglijk naamwoord〉 net/nette♦voorbeelden:keurig net gekleed • bien misin het net schrijven • mettre au netnette mensen • gens comme il faut5 net goed! • c'est bien fait!〈 ironisch〉 dat kun je net denken! • des clous!net doen alsof • faire semblant denet wat ik dacht • c'est bien ce que je me disaisik weet het nog zo net niet • je n'en suis pas si sûrnet zo • de la même manièrede een net zoveel geven als de ander • donner autant à l'un qu'à l'autrenet zoals • tout commezo is het maar net • c'est comme çaik wilde net weggaan • j'étais sur le point de partirzijn trein maar net op tijd halen • avoir son train de justessedat was nog maar net op tijd • il s'en est fallu de peumaar net de tijd hebben om … • n'avoir que le temps de …zij is net een jongen • c'est un vrai garçondat is net zilver • on dirait de l'argentnet echt • on jurerait que c'est (du) vraimet deze zaak gaat het net zo als met die andere • il en va de cette affaire comme de l'autrehij is net zo lui als ik • il est aussi paresseux que moiik zou net zo goed kunnen weigeren • je pourrais (tout) aussi bien refuserje kunt net zo goed tegen een dove praten • autant parler à un sourd!net of • comme si -
50 ongepast
♦voorbeelden:3 zich ergens ongepast voelen • se sentir mal à l'aise qp. -
51 staan
1 [m.b.t. personen, dieren] être debout2 [op steunpunten rusten] se trouver3 [in een toestand, hoedanigheid zijn] être4 [passen, kleden] aller (à qn.)5 [opgetekend, gedrukt zijn] figurer6 [+ op; + onbepaalde wijs][weldra zullen] être sur le point (de)7 [gericht zijn] être dirigé (vers)8 [bij voortduring met iets bezig zijn] être en train (de)10 [stilstaan] rester immobile11 [onaangeroerd zijn] rester intact12 [niet wijken] résister (à)♦voorbeelden:ga er maar aan staan! • essaie un peu!gaan staan • se leverergens aan gaan staan • attaquer qc.ergens onverwacht voor komen te staan • se trouver subitement confronté à qc.iemand laten staan • laisser qn. deboutik kan niet lezen wat daar staat • je ne peux pas lire ce qui est écritovereind staan • se tenir deboutrechtop staan • se tenir droit〈 figuurlijk〉 achter iets staan • soutenir qc.die gebeurtenis staat geheel op zichzelf • cet événement est totalement isoléje staat op mijn tenen • tu me marches sur le piedop zijn tenen staan • être sur la pointe des pieds〈 figuurlijk〉 voor iemand staan • défendre la cause de qn.voor zijn mening staan • défendre son opinion〈 figuurlijk〉 ergens alleen voor staan • être seul face à qc.de kerk staat midden in het dorp • l'église se trouve au milieu du villagedeze stoel staat op drie poten • cette chaise repose sur trois piedshet eten staat op tafel • le repas est sur la tablealleen staan • être seulde kansen staan goed • les chances sont bonneshet water staat hoog • la marée est hauteleeg staan • être inoccupéde bloemen staan er mooi bij • les fleurs sont belleshaar gezicht staat vrolijk • elle a un visage réjouihet staat geschreven • c'est écriter goed bij staan • prospérerzoals de zaken ervoor staan • au point où en sont les chosesergens middenin staan • participer activement à qc.〈 figuurlijk〉 iemand na staan • être proche de qn.buiten iets staan • être en dehors de qc.in zijn twee staan • être en secondezij staat derde in het klassement • elle est troisième au classementde tranen staan hem in de ogen • il a les larmes aux yeuxonder iemand staan • être sous les ordres de qn.de verwarming staat op 18° • le chauffage est à 18°ergens sceptisch tegenover staan • être sceptique à l'égard de qc.7 staat tot 14 als 8 staat tot 16 • 7 est à 14 ce que 8 est à 16dat stáát niet • ça ne va pasdat kapsel staat u goed • cette coiffure vous va bienhet staat niet in van Dale • (le) Van Dale ne le mentionne paswat staat er in de krant? • qu'y a-t-il dans le journal?het staat op haar naam • c'est à son nom7 de zon staat 's middags op deze kamer • l'après-midi, le soleil donne dans cette pièceergens van staan kijken • être très étonné par qc.staan luisteren • être en train d'écouterzich staan te vervelen • s'ennuyerze staat al een uur te wachten • ça fait une heure qu'elle attend(iets) tot staan brengen • arrêter (qc.)sta of ik schiet! • halte ou je tire!laat staan dat … • sans parler de …zijn eten laten staan • ne pas toucher à son repasde alcohol laten staan • ne plus boire (d'alcool)zijn baard laten staan • se laisser pousser la barbeer staat nog wat van gisteren • il en reste encore un peu d'hier12 ervoor staan • être prêt à affronter qc.zij staat voor niets • elle ne recule devant rienhij staat op goede manieren • il exige de bonnes manièreser staat heel wat te doen • il y a encore beaucoup à fairezij ziet hem niet staan • il n'existe pas pour elle -
52 stads
2 [uit de stad afkomstig] (originaire) de la ville♦voorbeelden: -
53 stijf
♦voorbeelden:1 wat een stijve hark! • 〈 letterlijk〉 il, elle est raide comme un échalas; 〈 figuurlijk〉 quel(le) empoté(e)!een stijf knikje • un salut compasséstijve manieren • manières guindéeseen stijve rug • des courbatures dans le dosstijf lopen • marcher sans souplesse〈 figuurlijk〉 iemand stijf schelden, vloeken • engueuler qn. un bon coupstijf van de kou • engourdi par le froidstijf van angst • paralysé par la peurstijf laten worden • laisser prendreze hield het pak stijf vast • elle serra le paquet entre ses mains -
54 straatjongen
-
55 vrouwelijk
1 〈m.b.t. mensen〉 féminin (< afkorting> f.) 〈 ook figuurlijk〉; 〈m.b.t. dieren, planten〉 femelle♦voorbeelden:het vrouwelijk(e) geslacht • le sexe féminineen vrouwelijk handschrift • une écriture féminineeen vrouwelijke kat • une chattehet vrouwelijk lichaam • le corps de la femmevrouwelijke manieren hebben • avoir un comportement fémininiets vrouwelijks • qc. de féminin -
56 aanleren
2 [onderwijzen] teach♦voorbeelden: -
57 beide
♦voorbeelden:in jullie beider belang • for both your sakeseen opvallend verschil tussen hun beide dochters • a striking difference between their two daughtersin beide gevallen • in either case/both casesje kunt het op beide manieren doen • you can do it either way/both waysons beider vriend • our mutual friendze kunnen het beiden gedaan hebben • either of them could have done itze zijn beiden getrouwd • they are both married, both (of them) are marriedwie van beiden kies je? • which of the two do you choose?wij beiden • both of us, the two of uséén van beiden heeft het gedaan • one of the two did itze weten het geen van beiden • neither of them knowsgeen van beide kandidaten • neither candidate -
58 beschaafd
-
59 boers
2 [lomp, grof] lumpish♦voorbeelden: -
60 drievoudig
♦voorbeelden:we moesten het drievoudige (bedrag) betalen • we had to pay three times as muchII 〈 bijwoord〉1 [op drie manieren] in three ways
См. также в других словарях:
Manieren — [Aufbauwortschatz (Rating 1500 3200)] Auch: • Benehmen • Etikette Bsp.: • Wo bleibt dein gutes Benehmen? … Deutsch Wörterbuch
Manieren — Ma·nie·ren die; Pl; die Art und Weise, wie man sich benimmt ≈ Benehmen, Umgangsformen <gute, schlechte, feine, keine Manieren haben; jemandem Manieren beibringen> || K: Tischmanieren … Langenscheidt Großwörterbuch Deutsch als Fremdsprache
Manieren — Manier (von französisch la manière: „Art und Weise“) bezeichnet: Manier (Stil), in Kunst und Literatur ein Synonym zu Stil, Eigenart im Festungsbau ein individuelles Befestigungssystem, siehe Fachbegriffe Festungsbau Manieren bezeichnet: gutes… … Deutsch Wikipedia
Manieren — Anstand, Art, Auftreten, Benehmen, Betragen, Erziehung, Gebaren, Kinderstube, Schliff, Sitten, Umgangsformen, Verhalten; (ugs.): Benimm. * * * Manieren→Benehmen … Das Wörterbuch der Synonyme
Manieren — Manier »Art und Weise, Eigenart« (nur Singular), der Plural Manieren ist im Sinne von »Umgangsformen« gebräuchlich: Das Substantiv wurde in mhd. Zeit (mhd. maniere) aus afrz. manière »Art und Weise, Gewohnheit; Benehmen« entlehnt, das von dem… … Das Herkunftswörterbuch
Manieren — Stil; Umgangsformen; Benehmen; feine Sitte; Anstand; Etikette … Universal-Lexikon
Manieren — Umgangsformen … Zitate - Herkunft und Themen
Manieren — нем. [мани/рэн] украшения, мелизмы (нем. термин 18 в.) … Словарь иностранных музыкальных терминов
Manieren — Ma|nie|ren Plural (Umgangsformen, [gutes] Benehmen) … Die deutsche Rechtschreibung
MANIEREN — (нем.), cм. Украшения … Музыкальный словарь Римана
Mannheimer Manieren — Als Mannheimer Manieren wird eine Gruppe musikalischer Effekte oder Figuren bezeichnet, die von der Mannheimer Schule entwickelt und verwendet wurde. Dazu zählen Tremoli, gebrochene Akkorde, singendes Allegro, Rakete, Funken, Walze, Vögelchen,… … Deutsch Wikipedia