-
1 loopje
♦voorbeelden:¶ een loopje met iemand nemen • se payer la tête de qn.geen loopje nemen met iets • ne pas badiner avec qc.op een loopje • au pas de course -
2 loopje
3 [wandelingetje] little/short walk♦voorbeelden:3 een loopje doen/maken • go for/take a little/short walk¶ een loopje met iemand nemen • pull someone's leg, play a trick on someone -
3 loopje
-
4 een loopje maken
een loopje maken -
5 een loopje met iemand nemen
een loopje met iemand nemense payer la tête de qn. -
6 geen loopje nemen met iets
geen loopje nemen met ietsne pas badiner avec qc. -
7 op een loopje
op een loopje -
8 een loopje doen/maken
een loopje doen/makengo for/take a little/short walkVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een loopje doen/maken
-
9 een loopje met iemand nemen
een loopje met iemand nemenpull someone's leg, play a trick on someoneVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een loopje met iemand nemen
-
10 op een loopje
op een loopje -
11 een loopje met nemen
-
12 een loopje met iem. nemen
-
13 насмехаться над
vgener. uitjoelen, (iem.) ertussen nemen (кем-л.), de spot drijven met, een loopje met (iem.) nemen (кем-л.), glossen op (iets) maken (чем-л.) -
14 прогулка
n1) gener. uitje, loopje, promenade, rondje, toer, wandel, tippel, trip, kuier, kuiering, (на лошади, велосипеде, машине) rit, rondrit (по круговому маршруту), (авто- вело- и т.д.) tochtje, uitstapje, wandeling2) colloq. ommetje3) phras. (без цели) blokje om -
15 разбег
ngener. aanloop, loopje, raam (перед прыжком) -
16 трюк
ngener. kneep, loopje, foef, goochelstuk, goocheltoer, greep, kunstje, stunt, toer, truc
Перевод: с нидерландского на все языки
со всех языков на нидерландский- Со всех языков на:
- Нидерландский
- С нидерландского на:
- Все языки
- Английский
- Русский
- Французский