-
1 uithalen
3 [uitvoeren] play ⇒ do4 [baten] be of use/useful ⇒ help♦voorbeelden:1 een steek uithalen • unpick/take out a stitchwat heb je nu weer uitgehaald! • what have you been up to now!4 het haalt niets uit • it is no use/all in vain, it won't do any good/make any difference2 [kritiek leveren] lash out (at) ⇒ take a swing/swipe (at)3 [zich flink inspannen] give one's all ⇒ 〈 bij feest〉 entertain lavishly, do (oneself/someone) proud♦voorbeelden:1 uithalen in de richting van de bal • take a swing/swipe at the ballde kat haalde naar hem uit • the cat lashed out at him2 naar/tegen iemand uithalen • let fly/lash out at someoneuithalen bij een verjaardag • entertain lavishly/splash out on one's birthday -
2 scherp
scherp1〈 het〉1 [snede van wapen] edge2 [kogels] ball♦voorbeelden:met scherp schieten • fire (with) live ammunition————————scherp21 [goed snijdend, geslepen] sharp2 [met een fijne punt] sharp(-pointed)4 [de zintuigen pijnlijk aandoend] sharp ⇒ pungent, hot, spicy 〈 voedsel〉, cutting 〈 kou, wind〉, biting 〈 kou, wind〉5 [streng] strict, severe9 [zonder veel speelruimte] 〈zie voorbeelden 9〉♦voorbeelden:scherpe rand • sharp edgedeze stok loopt scherp toe in een punt • this stick tapers off to a pointeen scherp licht • a glaring lightscherpe mosterd/kerrie • hot mustard/curryscherpe tabak • pungent tobaccoeen scherpe wind • a cutting windscherpe taal • trenchant languageop scherpe toon zijn instructies geven • rasp out one's instructionseen scherpe vraag • a pointed questionscherp uitvallen tegen iemand • lash out at someoneiemand/iets scherp veroordelen • condemn someone/something stronglyscherp gekant zijn tegen • be strongly opposed toeen scherp contrast vormen • be in sharp contrast withniet scherp omlijnd • not well-definedzich scherp aftekenen tegen • stand out boldly againstiets scherp uit laten komen • throw something into reliefscherp luisteren • listen intentlyscherp zien/horen • have a keen eye/earscherp concurreren • compete closely10 scherp zand • sharp/gritty sand -
3 iemand een lik uit de pan geven
iemand een lik uit de pan gevengive someone a dressing down, lash out at someoneVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iemand een lik uit de pan geven
-
4 iemand een veeg uit de pan geven
iemand een veeg uit de pan gevenlash out at someone, have a swipe/dig at someoneVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iemand een veeg uit de pan geven
-
5 lik
1 [het likken] lick♦voorbeelden:3 iemand een lik uit de pan geven • give someone a dressing down, lash out at someonelik op stuk geven • give tit for tat -
6 veeg
veeg1〈de〉♦voorbeelden:¶ iemand een veeg uit de pan geven • lash out at someone, have a swipe/dig at someone————————veeg21 [de dood nabij] fatal, doomed♦voorbeelden:2 dit is een veeg teken • this is a fateful sign/bad omen -
7 een loei verkopen/uitdelen
een loei verkopen/uitdelenhit/lash out (at someone)Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een loei verkopen/uitdelen
-
8 loei
-
9 naar/tegen iemand uithalen
naar/tegen iemand uithalenlet fly/lash out at someoneVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > naar/tegen iemand uithalen
-
10 scherp uitvallen tegen iemand
scherp uitvallen tegen iemandVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > scherp uitvallen tegen iemand
-
11 uitpakken
-
12 slaan
3 [door slagen op, van de plaats, in een toestand brengen] beat (up)4 [door slagen doen ontstaan] 〈zie voorbeelden 4〉6 [met betrekking tot het oog, de blik] turn8 [verslaan] beat♦voorbeelden:met de koppen tegen elkaar slaan • bang their heads togethereen paal in de grond slaan • drive a stake into the groundeen put slaan • sink a well, bore a wellgeld slaan • mint coins5 een fles rum achterover slaan • sink/tuck away a bottle of rumeen mantel om iemand heen slaan • wrap a coat round someonede armen om de hals van iemand slaan • fling one's arms around someone's neckde armen/benen over elkaar slaan • fold one's arms, cross one's legs6 acht slaan op • take heed/notice of something2 [met betrekking tot hart, pols] beat3 [door slagen geluid voortbrengen] strike5 [+ op] [betreffen] refer to6 [begin maken met] 〈zie voorbeelden 6〉7 [plotseling op een plaats/in een toestand komen] 〈zie voorbeelden 7〉♦voorbeelden:met de deur slaan • slam the doorwild om zich heen slaan • lash outde golven slaan over het dek • the waves are breaking over the decker maar op los slaan • hit wildly/blindly at someone5 waar slaat dit nu weer op? • what is the meaning of this?dat slaat op mij • that is meant for/aimed at medat slaat nergens op • that makes no sense at allde vlam sloeg in de pan • the pan caught firede rook slaat op je keel • the smoke gets you in the throatover de kop slaan • overturn -
13 uitschieten
1 [plotselinge beweging maken] shoot/dart out2 [+ tegen] [heftig uitvallen] lash out (at)3 [met betrekking tot de wind] veer5 [uitsteken] rise above, transcend♦voorbeelden:II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [door schieten wegnemen] shoot out♦voorbeelden: -
14 tegen iemand uitpakken
tegen iemand uitpakkenlash out/let fly at someoneVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > tegen iemand uitpakken
-
15 leer
I 〈 het〉1 [bewerkte dierenhuid; stof voor boekbanden] leather2 [voorwerp van leer, met name voetbal] football♦voorbeelden:leer om leer • tit for tatvan leer trekken tegen • lash/strike out atII 〈de〉3 [het onderricht (worden)] apprenticeship4 [trapleer] step ladder♦voorbeelden:in de leer zijn (bij) • serve one's apprenticeship (with)
См. также в других словарях:
lash out at someone — lash out (at (someone/something)) to angrily criticize someone or something. The mayor often lashes out at people who don t agree with him. Usage notes: usually criticism of an opinion or statement … New idioms dictionary
lash out at something — lash out (at (someone/something)) to angrily criticize someone or something. The mayor often lashes out at people who don t agree with him. Usage notes: usually criticism of an opinion or statement … New idioms dictionary
lash out at — lash out (at (someone/something)) to angrily criticize someone or something. The mayor often lashes out at people who don t agree with him. Usage notes: usually criticism of an opinion or statement … New idioms dictionary
lash out — (at (someone/something)) to angrily criticize someone or something. The mayor often lashes out at people who don t agree with him. Usage notes: usually criticism of an opinion or statement … New idioms dictionary
lash out — 1) PHRASAL VERB If you lash out, you attempt to hit someone quickly and violently with a weapon or with your hands or feet. [V P] Riot police fired in the air and lashed out with clubs to disperse hundreds of demonstrators... [V P at n] Her… … English dictionary
lash out — phrasal verb Word forms lash out : present tense I/you/we/they lash out he/she/it lashes out present participle lashing out past tense lashed out past participle lashed out 1) [intransitive] to try to hit or attack someone suddenly and violently… … English dictionary
lash out — verb attack in speech or writing The editors of the left leaning paper attacked the new House Speaker • Syn: ↑attack, ↑round, ↑assail, ↑snipe, ↑assault • Derivationally related forms: ↑assaultive ( … Useful english dictionary
lash out — 1) try suddenly to hit someone He suddenly lashed out and hit the man who was sitting beside him. 2) attack someone with words They were walking along the beach when she suddenly lashed out in anger at her boyfriend … Idioms and examples
ˌlash ˈout — phrasal verb 1) to try to hit or attack someone suddenly and violently 2) to speak angrily to or about someone … Dictionary for writing and speaking English
lash — lash1 [ læʃ ] noun count 1. ) a hit with a whip or a thin stick: The court sentenced her to eight years in jail and 500 lashes. 2. ) a quick or violent movement of an animal s tail 3. ) the thin piece of leather forming the main part of a whip 4 … Usage of the words and phrases in modern English
lash — lash1 [læʃ] v ▬▬▬▬▬▬▬ 1¦(tie)¦ 2¦(wind/rain/sea)¦ 3¦(hit)¦ 4¦(tail)¦ 5¦(criticize)¦ Phrasal verbs lash out ▬▬▬▬▬▬▬ [Sense: 1; Date: 1400 1500; : Old French; Origin: lacier, from Latin laqueus; … Dictionary of contemporary English